Frontaal
Naakt
26 juni 2008

Zelfverdediging

Daniël Teeboom

phat17 (37k image)
Illustratie: Phil Henderson

Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties. –Artikel 51, VN handvest.

Een paar jaar geleden besloot het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dat artikel 51 uit het handvest van de Verenigde Naties, het recht op zelfverdediging, niet van toepassing is op landen die door terroristische organisaties worden aangevallen. Het recht op zelfverdediging, oordeelde men, is alleen van toepassing als een land wordt aangevallen door een ander land.

Dat was een rare beslissing, zeker ook omdat de leden van NAVO direct na 11 september 2001 daar een hele andere mening over hadden. Zij waren van mening dat de aanslagen van Al Qaida in de VS wel degelijk een aanval vormden, en dat de VS en haar bondgenoten zich daartegen mochten verdedigen. In een dergelijk geval mag het Internationaal Recht geremedieerd worden en kan een land acties ondernemen die in andere situaties niet zouden mogen. De beslissing van het Internationaal Gerechtshof betrof weliswaar Israël, maar misschien is het belangrijker dat het niet de beslissing van een militair bondgenootschap was maar van experts op het gebied van het Internationaal Recht. Die hebben nu eenmaal een iets andere kijk op de zaken.

De Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof in Den Haag hebben met hun beslissingen een realiteit geschapen waarin de wet, locaal of internationaal, overtreders in bescherming neemt. Daar Westerse landen en brave burgers in de openbaarheid opereren kunnen ze voor de rechter worden gesleept als ze de regels schenden. Dit in tegenstelling tot terroristen die clandestien opereren en dus buiten schot blijven. Natuurlijk doen geheime diensten ook wel eens iets wat het daglicht niet kan verdragen, maar militaire acties zullen nooit onopgemerkt blijven. Daarom zal een staat altijd verantwoording moeten afleggen voor wat haar leger doet. Terreurorganisaties daarentegen kunnen vanuit het ene land ongestraft een ander land aanvallen, terwijl het nu een overtreding is van het Internationaal Recht als er teruggeschoten wordt. Zo kon Colombia ter verantwoording worden geroepen voor de aanval tegen de FARC in Ecuador, maar hoefde de FARC niet op het matje te verschijnen. Laat staan dat Ecuador verantwoordelijk werd gehouden voor de activiteiten van de FARC op haar grondgebied.

Wie te maken heeft met terreur, leeft in een realiteit waarin de wet, nationaal of internationaal, in dienst staat van de terroristen. De situatie lijkt een beetje op een staat waarin de politie wel bonnen uitschrijft tegen mensen die te hard rijden, maar geen misdadigers kan opsporen omdat het wetboek van strafrecht de illegale activiteiten van die misdadigers niet erkent. Burgers in deze staat zijn vogelvrij. Dat was overigens ook de situatie waar ene Germaine C. zich plotseling in bevond. Zij werd van haar tasje beroofd door iemand die al meerdere malen veroordeeld was voor diefstal maar die maar niet werd opgesloten. In een situatie waar niemand de wet handhaaft – geen VN die een einde maakt aan Palestijnse raketbeschietingen, geen politie die in staat is tasjesrovers achter de tralies te houden – worden mensen met de volgende keuze geconfronteerd:

Of ze laten zich beroven, of ze verdedigen zichzelf en overtreden daarmee de regels.

Dit dilemma is het gevolg van het eigenaardige feit dat artikel 51 van het VN handvest zo geïnterpreteerd wordt dat het alleen geldig is als een staat aangevallen wordt door een ander land. Als een terroristische organisatie, in feite een niet gouvermentale organisatie (NGO), vanuit het ene land het andere land aanvalt, is dat voor het Internationaal Recht blijkbaar een onzichtbaar vergrijp. Althans, er worden geen consequenties aan verbonden en alleen de reactie op die aanval is strafbaar. Dat is dan ook de reden waarom Israël en de VS zich niet willen onderwerpen aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. De betekenis van het Internationaal Recht voor deze landen – landen die dus te maken hebben met internationale tasjesroof – is dat zij geen bescherming mogen verwachten van de internationale rechtsorde, maar dat zij wel strafbaar zijn indien zij zich tegen die terroristen verdedigen. Eigenlijk betekent dit dat er geen Internationaal Recht bestaat.

Natuurlijk is het problematisch als Germaine C. zich uit eigen beweging verdedigt tegen Palestijnse raketaanvallen, ondanks feit dat Hamas gewoon van haar tasje moet afblijven. Voordat je het weet vallen er brokken en is er iemand dood. In een ideale wereld zou zij zich niet genoodzaakt voelen om met de Opel van president Uribe over deze luitjes heen te rijden. Maar uiteindelijk moet een mens kiezen voor zichzelf, en niet voor zijn belagers. Daarom blijft het een beetje raar dat een tasjesdief op het moment dat hij de regels overtreedt, zich beroept op de wet.

Na 11 september begon het bij de Amerikaanse overheid te dagen dat deze stand van zaken meer nadelen dan voordelen heeft. Het land kon onbestraft worden aangevallen door een aantal ongeïnformeerde soldaten die eigenlijk geen soldaten waren, want ze behoorden niet tot een officieel leger. Al Qaida zat weliswaar in Afghanistan, maar de Taliban hadden de daders niet gestuurd. Bovendien waren de daders geen Afghanen maar Saoediërs, en toch had Saoedi-Arabië niets met de aanslagen te maken. Er was dus niemand die ter verantwoording kon worden geroepen of door de VN Veiligheidsraad kon worden veroordeeld. Het duurde daarom niet lang tot de oplossing werd gevonden: Als de Taliban onderdak verlenen aan een niet-gouvernementele organisatie die oorlogshandelingen verricht, dan is er sprake van een ‘act of war‘. Daar deze oorlogsdaden uitgevoerd werden door gasten van de Taliban, vanuit grondgebied dat in handen was van de Taliban, zijn de Taliban daarvoor verantwoordelijk. Ondanks de latere beslissing ten aanzien van Israël door het Gerechtshof in Den Haag, stemde de VN in met de invasie van Afghanistan.

Sinds de oorlog tegen het islamisme is losgebarsten krijgen de Amerikanen steeds meer te maken met krijgsgevangenen die in feite geen krijgsgevangen zijn. Dat is een probleem, want het krijgsgevangenschap is een privilege, geen recht. Deze status is vastgelegd in een aantal Geneefse en Haagse conventies, en voorbehouden aan soldaten uit reguliere legers die in uniformen rondlopen en zich gedragen volgens de regels en gebruiken van de oorlogsvoering. Mensen die van plan zijn om burgervliegtuigen te kapen om deze tegen gebouwen te pletter te laten storten, of zichzelf tot ontploffing willen brengen in het openbaar vervoer (met andere woorden: De modus operandi van de jihadisten), komen niet voor deze status in aanmerking. Althans, dat is de traditionele opvatting hierover. Er zijn regels voor oorlogsvoering en wie zich daar niet aan houdt kan de zwaarste straf verwachten. In plaats van deze mensen te behandelen als krijgsgevangenen krijgen ze daarom de status van ‘illegal enemy combatants‘ en wil men ze berechten. Ze krijgen niet de doodstraf, zoals traditioneel het geval is, maar worden opgesloten in Guantanamo Bay en andere verder nog onbekende locaties.

Maar de Amerikanen staan in deze opvatting alleen. De meeste mensen zijn niet erg enthousiast over hun methodes en vinden dat terroristen dezelfde behandeling moeten krijgen als krijgsgevangenen. Dat is een bijzonder sympathieke instelling, maar wel een hele vreemde. Want tegelijkertijd is men van mening dat de gevangengenomen jihadisten, die de status van krijgsgevangene behoren te krijgen, ook zouden moeten worden berecht. Terwijl het juist een van de privileges van een soldaat in krijgsgevangenschap is dat hij niet als een crimineel zal worden behandeld, want zolang een soldaat zich gedraagt volgens de regels van de oorlogsvoering, kan hij niet worden veroordeeld voor het uitvoeren van zijn taak. In het geval van jihadisten echter bestaat die taak uit het maken van zoveel mogelijk burgerslachtoffers. Als ze als krijgsgevangen zouden moeten worden behandeld zouden ze daarom de status van oorlogsmisdadigers moeten krijgen, en daarmee in aanmerking komen voor de doodstraf.

Maar er kleven ook andere nadelen aan de wens om terroristen te behandelen als krijgsgevangenen. Wanneer een terrorist dezelfde behandeling krijgt als een soldaat, terwijl een soldaat allerlei beperkingen krijgt opgelegd, is de inzet van soldaten niet meer de moeite waard. Wie soldaten gebruikt is verplicht zo min mogelijk burgerslachtoffers te maken en dat is niet altijd even eenvoudig. Het betekent dat sommige militaire missies niet uitgevoerd kunnen worden, ook al zijn ze noodzakelijk. Worden er echter terroristen ingezet dan zijn burgerslachtoffers van geen enkel belang en eigenlijk zelfs gewenst. Daarom lijkt het me niet zo verstandig om terroristen te behandelen alsof het soldaten zijn, want dan kleven er geen nadelen meer aan het gebruik van het terreurwapen.

Het probleem is namelijk dat terrorisme veel voordeliger is dan conventionele oorlogsvoering. Wie dit wapen gebruikt kan iedere verantwoordelijkheid ontkennen en heeft geen last van sancties of veroordelingen door de VN. Bovendien is het terreurwapen veel goedkoper, dus waarom zou iemand op de lange termijn nog gebruik willen maken van een duur conventioneel leger dat aan handen en voeten gebonden is?

Neem de regering van Colombia. Die zou in het geheim rechtse milities kunnen gaan bewapenen met als doel de FARC in Ecuador te bestrijden. Het enige wat Uribe hoeft te doen is alle banden ontkennen zodat hij zich geen zorgen hoeft te maken dat Colombia oorlog riskeert met half Zuid-Amerika. Israël, wiens militaire antiterreuroperaties links en rechts veroordeeld worden, zou in plaats van het leger te gebruiken, de kolonisten op de Westbank de vrije hand kunnen geven. Die zijn weliswaar niet zo effectief in het bestrijden van terreur, maar zolang Israël blijft verklaren dat “wij onze extremisten niet onder controle kunnen houden” kunnen ze dat vast compenseren met hun enthousiasme. En Amerika? Ach, dat land heeft voldoende middelen om hele naties van de aardbodem te doen verdwijnen. Een paar enthousiaste rednecks met wat uranium, en wie weet hoeveel lol we kunnen beleven?

De opties zijn eindeloos en allemaal bijzonder onaantrekkelijk, althans voor wie ’s ochtends in de spiegel geen monster tegen wil komen. Regels beschermen ons tegen barbarij, maar zijn geen garantie om te voorkomen dat men zich gaat gedragen als Russen in Tsjetsjenië of Arabieren in Darfur. Daar er gelukkig geen wereldpolitie bestaat die naleving van de regels kan afdwingen, moet de motivatie om zich iets aan te trekken van de afspraken uit een land of een bevolking zelf komen. Mensen moeten het willen, maar ze moeten ook zien dat de regels überhaupt functioneren. Het wordt daarom tijd dat men inziet dat steun aan terroristische organisaties een casus belli is, een rechtvaardiging voor oorlog. Wellicht dat hiermee de steun aan dit soort organisaties zal afnemen, in ieder geval zullen de slachtoffers van terreur zich dan legaal kunnen verdedigen. Wat zeker niet zal helpen is om mensen privileges te verlenen die ze niet verdienen. Als we dat toch besluiten te doen, blijft er uiteindelijk alleen chaos over.

Daniël Teeboom (1972), heeft acht jaar in Israel gewoond en daar Engelse en Duitse literatuur gestudeerd. Hij is nu IT-er. Zijn devies: Aardbeien met slagroom. Lees zijn weblog.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home