Frontaal
Naakt
28 juni 2008

Tabboen

Hassnae Bouazza

FKK22

In mijn werk als tolk wordt me vaak gevraagd welke Arabische dialecten ik spreek, en dan zeg ik altijd heel trots dat ik ze allemaal beheers. Stilletjes hoop ik dan dat ze het niet over het Tunesisch hebben, want wát het is weet ik niet, maar dat dialect is zó moeilijk verstaanbaar. Het gaat allemaal veel te snel en sommige woorden hebben er heel andere betekenissen.

Het woord amhazzaq zou in het Marokkaans bijvoorbeeld ‘bescheten’ kunnen betekenen, maar in het Tunesisch betekent het ‘strak’. Dus als een Tunesische het heeft over haar bescheten broek, bedoelt ze eigenlijk haar te strakke broek. Het woord tabboen betekent in het Marokkaans een drieletterwoord (het begint met ‘k’ en eindigt met ‘ut’), maar in het Tunesisch ‘broodje’. ”Mag ik een hapje van je tabboen” kan dus zomaar heel anders worden opgevat. Je moet het maar net weten.

Het Tunesische staatshoofd heeft niet één grijs haartje, ondanks zijn eenenzeventig jaar en hij is zo geliefd dat hij verkiezingen wint met vijfennegentig en zelfs negenenegentig procent. Ja, die Arabische leiders weten hoe ze de harten van de mensen moeten winnen. Ik vraag me af of de Arabische staatshoofden wel eens meewarig hun hoofd schudden als ze zien hoeveel moeite en geld westerse politici besteden aan verkiezingscampagnes, terwijl het zoveel makkelijker kan. Het Arabische pluche heeft een teflonlaag nodig, want die staatshoofden koeken veel te snel aan.

De Tunesische televisie straalt één en al jeugdigheid en seculariteit uit: oude mensen zijn er schaars en hoofddoeken zijn taboe. Dit gaat zo ver dat in een religieus vraag-en-antwoordprogramma een vrouw met coupe garçon de kijkers religieuze raad geeft. Voor zover mij bekend, is dat een unicum, want religie en hoofddoek gaan doorgaans hand in hand. Maar niet in Tunesië, want daar zijn ze modern, of ze het willen of niet. Groene weiden, huppelende meisjes met vlechtjes, dat is het gevoel dat de Tunesische televisie uitstraalt en een goed voorbeeld daarvan is het buitengewone programma Dlilek Mlak (‘Win een fortuin’).

Er zijn afleveringen waarin deelnemers en presentator verkleed gaan volgens een thema. Het is elke keer weer een feest met harde beats, een presentator die met zijn deelnemers danst een haasachtige sidekick en een jong (altijd jong) publiek dat overal om applaudisseert en lacht.

Alle deelnemers hebben een doos voor zich met daarin een bedrag. Allereerst stelt de presentator (voor de gelegenheid verkleed als mummie en later, omdat zijn mummiepak te amhazzaq zit, als farao) een vraag, vervolgens wordt de uitverkozen kandidaat naar voren gehaald en die mag dan steeds dozen uitkiezen.

Het vreemde is alleen dat hoge bedragen niet goed zijn en de kleine bedragen juist wel. En nóg vreemder is het dat hij uiteindelijk alle dozen een keer heeft gehad, dus hoe spannend kan het zijn? Het publiek en de andere deelnemers leven mee met de kandidaat, maar ik snap er helemaal niks van. De verliezende deelnemer troost zich met de opmerking dat hij in elk geval gelukkig getrouwd is, waarop de presentator antwoordt: “Wacht maar af, je bent nog maar een jaartje getrouwd.”

Die dansende presentator is leuk; zijn ongedwongen manier van presenteren werkt aanstekelijk, maar verder dan dat kom ik niet. Misschien ligt het aan mij en miin gebrekkige Tunesisch en is het eigenlijk een waanzinnig spannend spel. Dat is het vast, dat zal het zijn. Dat móét het zijn. Het haar van de president zit in ieder geval amhazzaq, joh. Ik leer snel!

Hassnae Bouazza is schrijfster, journaliste, documentairemaakster (Vrij Nederland, VPRO, NIO), tolk Arabisch/Engels en een total fox. In het geheim treft ze voorbereidingen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland. Deze column werd eerder gepubliceerd in Vrij Nederland.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.