Keuvelen
Hedwig Vos

Illustratie: Heinrich Zille
Weet je wat ik het leukst vind aan mijn werk? Gewoon een beetje keuvelen in de spreekkamer met mijn patiënten. Praten over waar ze mee zitten, waar ze tegenaan lopen. De kleine, maar soms lastige dingen van het leven. Mensen houden hun verhaal even tegen mij, we sparren wat, kletsen nog even over het weer, de laatste vakantie of de kinderen en dan gaat de patiënt de deur weer uit.
Nu zie ik u denken: “U bent toch dokter? Negen jaar opgeleid, en nog steeds aan het nascholen. Keuvelen?”. Dat zal ik uitleggen.
Zebra
Ten eerste. Natuurlijk smul ik van een hele exotische zeldzame ziekte. Natuurlijk klopt het dat je bij ER of House ziet dat de gemiddelde dokter bijna uit elkaar klapt van enthousiasme als er weer eens een witte raaf voorbij komt vliegen. Of een zebra voorbij komt rennen. (Dat wordt altijd gezegd tijdens de opleiding. Een co-assistent hoort hoefgetrappel en denkt dan niet aan een paard, maar aan een zebra. Oftewel, de onervaren arts denkt meteen aan het zeldzame, niet aan het veel voorkomende). Natuurlijk voel ik opwinding bij iets wat echt precies past bij wat ik tijdens mijn studie geleerd heb. Vraag me niet waarom, maar dat is gaaf.
Maar is het leuk? Het gaat bijna altijd om hele ernstige ziektes waar mensen aan dood gaan. Dus als de eerste opwinding is weggezakt, krijg ik alleen maar een heel naar gevoel. Nee, geef me dan maar de opwinding van gewoon een lekker kabbelend spreekuur waarin iedereen min of meer blij en min of meer tevreden de deur uit gaat.
Ernstige ziekte
Ten tweede. Ik ken mijn patiënten soms al heel lang. Ik ken sommige mensen al langer dan ik huisarts ben omdat ik ze tijdens mijn opleiding al als patiënt had. En met die mensen kan ik lezen en schrijven.
Ik weet nog, ik was net huisarts en iemand liep naar me toe: “Gelukkig, nu bent u tenminste een echte arts. Dat scheelt toch”. Ik was net klaar! Hoe anders kun je zijn geworden in één dag! Maar goed, de band die je hebt geeft energie, geeft een flow. Ik heb soms aan een half woord genoeg en de persoon aan de andere kant van de tafel ook. Dat keuvelt enorm efficiënt. Ik loop bijna nooit uit. En als ik uitloop, komt het door zo’n ernstige ziekte en niet door het keuvelen.
Geliefde verloren
Ten derde. Keuvelen helpt. Niet alles moet meteen met pillen behandeld worden. Iemand is bang. Wil weten of het kwaad kan. En als het geen kwaad kan, wil iemand vooral afwachten. Wat vanzelf komt gaat meestal ook vanzelf weg. Als iemand maar ziet dat de dokter het gehoord heeft. Soms moet een patiënt mij afremmen. Ga ik iets voorschrijven of verwijzen, maar dat hoefde helemaal niet. Alleen even mijn mening, mijn blik, mijn praatje.
Tot slot. Het geeft me hoop. Want ik keuvel ook met mensen die niet zo lang daarvoor iets heel ernstigs hebben meegemaakt. Ze zijn een geliefde verloren of hebben een ernstige ziekte doorgemaakt. En dat zit dan vaak nog heel erg voorin mijn hoofd. En met die stemming haal ik iemand op uit de wachtkamer. En dan kan het plotseling na een tijdje toch weer gaan over het weer. Of de laatste vakantie. Of de kinderen.
En ja, dat geeft me hoop. Want zo veerkrachtig is de mens. En het is toch super om dat te mogen aanschouwen. Nou, dat vind ik dus het leukst.
Hedwig Vos is huisarts, promovendus, moeder, chocoholic en PvdA’er.





RSS