Anekdotes
Alf Berendse

Van A.L. Snijders wil ik elke zin lezen, sinds ik twee jaar geleden in een boekhandel deze titel zag liggen: Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. Dat vroeg aandacht. Ik sloeg het boek open, zomaar een pagina, en las:
Op een heldere en koude herfstmorgen ga ik naar de dokter. Naast me in de wachtkamer zit een man die over de kou praat. Ik zeg dat op IJsland de worteltjes twee gulden vijftig per stuk kosten. De dokter luistert naar mijn klacht en stelt vast dat ik aan het Syndroom van Tietze lijd. Hij zegt erbij dat hij deze diagnose uit zijn mouw schudt, wat mij geruststelt.
Verkocht, hier was een zenmeester aan het woord, de blijmoedige variant. Nu heb ik negen boeken van A.L. Snijders, er zijn er tien verschenen. Een, heel vervelend, exclusief voor leden van bibliofielenclub De Roos. Dat neem ik de auteur zeer kwalijk. Een verworvenheid van de drukkunst is reproduceerbaarheid van literatuur. De markt biedt soms alleen ruimte voor een bescheiden oplage met een hoge prijs, maar bij voorbaat voor een kleine groep publiceren, andere lezers zelfs geen kans in het antiquariaat gunnen, is te exclusief, op het elitaire af. Zelfs al blijft het bij éen keer. Voor mijn plezier en om de bibliofielen te pesten, rare mensen die een boek voor de vorm kopen, in plaats van voor de inhoud, hoop ik dat de teksten nog eens voor iedereen toegankelijk op het www worden geplaatst.
A. L. Snijders (een pseudoniem) schrijft columns in kranten en tijdschriften en, wat hij zelf noemt, ‘zeer korte verhaaltjes’ (zkv’s); sinds jaren mailt hij deze enkele keren per week naar liefhebbers. Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk (2006) is de eerste bundeling ervan, de zkv’s van 2001 tot en met 2004. De zkv’s van 2005 en 2006 verschenen onlangs in Bordeaux met ijs. Verhaaltjes zijn het niet altijd, plots en personages ontbreken vaak, het zijn meer mijmeringen over wat de auteur op een dag zoal bezighoudt. Dat varieert van de actualiteit, het landleven en kleine gebeurtenissen in zijn bestaan, tot door hem gelezen boeken. Kort zijn de teksten wel, soms erg kort, zoals deze:
Ploert
Als ik bij Flaubert lees dat we altijd te maken hebben met ploerten’, knik ik instemmend. Daarna betrekt de lucht: ik ben zelf ook een ploert.
Een ambitieuzere schrijver werkt dit uit tot een roman, maar A. L. Snijders is er klaar mee. Waarom de roman schrijven, als de kern van het verhaal niet meer dan twee zinnen behoeft? Over zijn zkv’s heeft hij gezegd dat het allemaal mislukte pogingen tot een roman zijn. Prachtig falen is dat. Op zijn best kunnen de zkv’s de vergelijking met Franse prozagedichten uit het fin de siècle doorstaan, die van Baudelaire en anderen. De verleiding is groot hier niets anders te doen dan zinnen overschrijven, zoals A. L. Snijders een enkele keer ook slechts citeert, uit enthousiasme voor een schrijver. Ik houd mij in, negen van zijn tien boeken zijn tenslotte voor iedereen te koop (hoewel enkele alleen nog antiquarisch), wacht niet te lang met deze vinden, de prijzen stijgen evenredig met de aandacht die de auteur in de media krijgt).
A. L. Snijders schrijft over een jongeman die hem een verhaaltje stuurt. Een heel goed verhaal, maar het komt me bekend voor. Ik ga zoeken. Kafka. Hij belt de jongeman en vraagt hem waarom hij plagieert. Het was een test. Snijders wijst de jongeman terecht, niet over het plagiëren, maar zo: Ik wil geen examens meer doen, ik ben te oud voor zulke spelletjes, ik wil alles vergeten wat ik heb gelezen en geleerd, daar heb ik recht op, dat moet je begrijpen.
Een wijs man. Soms noemt de auteur zich anarchist (een die Nederlandse les gaf op een politieschool, ondankbaar werk), soms dadaïst. Voor een bruiloft had hij zich voorgenomen iets te zeggen over het ‘onzegbare’. Hij weet zich de volgende dag geen van woorden te herinneren en geen van de bruiloftgasten kan hem helpen. Misschien had ik niets gezegd over het onzegbare. Wat me bij nader inzien logisch lijkt.
De verleiding is te groot. Over een man die mensen met elkaar in contact brengt: Hellinga was een gevreesde potentaat, hij stuurde levens door het leven. Een twee jaar oude kleindochter leest hij voor uit zijn klassieke favoriet Tacitus: Ik zeg: ‘Dit moet jij later lezen meisje, jij moet Tacitus lezen.’ En ik herhaal langzaam de laatste zin: ‘Men wist nergens van en sprak van cultuur, terwijl het deel uitmaakte van hun slavernij.’ Met zo’n opa heb je een voorsprong in het leven.
Over taal: Ik ontdek iets vreemds. Doeners en daders zijn etymologische broers, maar de doener is gerespecteerd en de dader een crimineel. Altijd wat. Aan dit soort uitspraken gaat meestal een belevenis vooraf die de auteur aan het denken heeft gezet. Daardoor kunnen de zkv’s geen aforismen worden genoemd, maar er zitten er talloze in zijn werk verstopt: In mijn hoofd is mijn hele leven aanwezig, maar slechts voor een kleine deel bereikbaar. Als hij nog korter zou schrijven, kreeg hij in mijn boekenkast een plaats naast Baltasar Gracian, La Rochefoucauld en vooral Georg Christoph Lichtenberg. (Lichtenberg: Een goed boek bewijst zijn kwaliteit, doordat het ons steeds beter gaat bevallen als wij ouder worden.)
A.L. Snijders is de zeventig gepasseerd, zijn eerste verzameling columns verscheen in 1992, om en nabij zijn vijfenvijftigste. Wie jonger is dan vijftig heeft niets over het leven te zeggen, heeft daarvoor nog te weinig geleefd. A. L. Snijders heeft de leeftijd en de levenshouding om alle gedoe te relativeren, al lijkt het er soms op, als hij uit zijn herinneringen put, dat hij met die levenshouding is geboren.
Woensdagavond 17 december zat hij in het programma De wereld draait door, zoals gebruikelijk gaf presentator Matthijs van Nieuwkerk zijn gast weinig ruimte iets te zeggen. Maar dat gaf niets, A. L. Snijders blijft beter weg uit het mediacircus, om zijn varkens en kippen te verzorgen en tussendoor de wereld te bestoken met zijn anekdotes en gedachten. Een klein deel van de wereld, kleine anekdotes.
Er zijn mensen die mij verwijten dat ik anekdotes opschrijf. Zij vinden het een minderwaardig genre. Ik niet, ik vind het een waardig genre. Ik heb eters aan mijn tafel (…). Ik vertel dat anekdote ‘niet uit handen gegeven’ betekent. (…) Ik ben blij dat ik ze heb kunnen imponeren met kennis, want het brood dat ik heb gebakken is maar op het nippertje gelukt.
Snijders verklaart zijn bezoek de herkomst van het woord anekdote, maar wat een geluk dat hij zich niet aan de betekenis ervan houdt.
Alf Berendse werkt zelf al jaren aan een zeer kort verhaal. Als het af is, staat er alleen nog een punt.





RSS