Zonen van de goden
Jona Lendering

Illustratie: Zoe Mozert
Een van de onhebbelijke eigenschappen van de antieke auteurs is dat ze niet schreven voor mensen die pas tweeduizend jaar later zouden worden geboren. Zo vertelt de auteur van het Bijbelboek Genesis dat de ‘zonen van de goden’ zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren en bij hen de reuzen verwekten.
Onmiddellijk daarna besluit God dat mensen voortaan maar 120 jaar oud mogen worden en alsof dat nog niet erg genoeg is, volgt de Zondvloed (meer).
Monotheïstisch wereldbeeld
De auteur veronderstelt hier nogal wat bekend. Wat er nu zo verkeerd is aan reus-zijn wordt niet uitgelegd en de lezer moet ook maar weten wie de ‘zonen van de goden’ waren. Het feit dat er in meervoud over de goden wordt gesproken, zou wel eens de reden kunnen zijn waarom de schrijver kort van stof is, want dat past natuurlijk niet goed in het monotheïstische wereldbeeld.
Gelukkig waren er al in de Oudheid mensen die dezelfde vragen stelden als wij en de tekst uitlegden, vaak in uitgebreide hervertellingen van al te laconieke Bijbelverhalen. Of de commentatoren zo werkelijk de bedoelingen weergaven van de oorspronkelijke tekst, is de vraag, maar in elk geval hadden ze toegang tot oeroude tradities die wij niet meer hebben.
Mascara en borstpantsers
Rond 300 voor Christus schreef iemand de tekst die bekend is komen staan als het Boek der wachters, waarin hij iets meer vertelt over de mythische gebeurtenissen. Sommige dingen hadden we zelf kunnen bedenken, namelijk dat reuzen de complete landbouwconsumptie van de mensheid wegnamen, en zich vervolgens tegoed deden aan mensenvlees. De ‘zonen van de goden’ worden nu kuis aangeduid als ‘zonen des hemels’ en gelijkgesteld aan de engelen.
We leren ook dat de zonen van de goden de mensheid van alles leerden. De mannen leerden het maken van zwaarden, dolken, schilden en borstpantsers. Je kunt je er iets bij voorstellen dat God vervolgens besloot tot een Zondvloed, want geweld is nergens goed voor. Curieuzer is wat de zonen van de goden leerden aan de vrouwen: armbanden, cosmetica, oogschaduw, edelstenen, het dragen van juwelen en mascara. Ogenblikkelijk hierna deden ook overspel en andere vormen van wangedrag hun intrede, lees maar.
Judea’s nationale brompot
De auteur van het Boek der wachters is niet de enige die iets had tegen mooie vrouwen. De profeet Jesaja moet geobsedeerd zijn geweest toen hij deze opsomming gaf, al noemt hij geen mascara. Daarvoor moeten we vooral latere teksten lezen, zoals de Tweede Psalm van Salomo, die rond het jaar 45 voor Christus werd geschreven door Judea’s nationale brompot. Deze briljante militaire analist constateerde dat het geen wonder was dat de Romeinen Jeruzalem hadden ingenomen, aangezien ‘de dochters van Jeruzalem zich in gruwelijke ontucht hadden bevlekt’.
Het is opvallend dat ook hij een verband legt tussen make-up en oorlogsgeweld. Ik vraag me af of er meer antieke teksten zijn over het militair-cosmetisch complex.
Eerder gepubliceerd op Lenderings blog Mainzer Beobachter. Jona Lendering is als historicus werkzaam bij Livius Onderwijs, wanhoopt aan de toekomst van de geesteswetenschappen en schrijft daarom, of desondanks, een boek over het ontstaan van het christendom en rabbijnse jodendom.





RSS