Japanse oorlogsmisdaden
Peter Breedveld

Illustratie: Katsushika Hokusai
In april heb ik in Tokio de controversiële Yasukunitempel bezocht, waar de Japanners worden geëerd die sneuvelden voor hun land. Elk jaar is er veel rumoer als de Japanse premier de tempel bezoekt om de oorlogsdoden te eren, want daar zitten ook ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers bij, zoals Hideki Tojo, die premier was tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Dit jaar was het verontwaardigde gekrijs nog een paar octaafjes hoger, omdat de premier Abe Shinzo is, een conservatieve nationalist die wel klaar is met de door de internationale gemeenschap opgelegde ‘ideologische vooroordelen die zijn gebaseerd op zelfkastijdende visies op de geschiedenis’. Abe besloot daarom vorige week van zijn bezoek aan de Yasukunitempel af te zien.
Leren van de nazi’s
Begin dit jaar oordeelde ik hard over Abe, die ik verweet zijn middelvinger op te steken naar de slachtoffers van de Japanse wreedheden in de oorlog. Nu heeft Abe inderdaad een paar ongure types in zijn entourage, zoals de minister van Onderwijs en Cultuur, Hakubun Shimomura, die ontkent dat het Japanse leger iets te maken heeft met de zogenaamde ‘Troostmeisjes’ in de oorlog, en vicepremier Taro Aso, die onlangs stelde dat Japan nog wat kon leren van de nazi’s, omdat die er een grondwetswijziging door hadden gejast voordat iemand er erg in had (kennelijk ergert Aso zich eraan dat in Japan een grondwet langs democratische weg gewijzigd moet worden).
Racistische vernederingen
Maar Abe zelf blijkt een uiterst genuanceerde denker. Hij heeft herhaaldelijk diepe spijt betuigd van het leed dat Japan heeft berokkend in de Tweede Wereldoorlog. Abe wil wél discussie over de eendimensionale schurkenrol die Japan nu al 65 jaar krijgt toebedeeld en daar heeft hij een punt. Ik schreef daar al lang voor Abe’s aantreden als premier dit stuk over. In het kort: De VS heeft willens en wetens aangestuurd op een oorlog met Japan, waar de militaristen in de kaart gespeeld werden met een decennialange reeks van racistische vernederingen door het Westen, dat aan Japan tot ver in de jaren twintig een bijzonder loyale bondgenoot had.
Het Westen (honderden miljoenen doden door koloniale onderdrukking en slavernij), en ook Korea (oorlogsmisdaden en vele duizenden doden in Vietnam) en China (zeventig miljoen doden onder Mao Zedong) hechten echter tezeer aan het beeld van de Japanner als sadistische barbaar om zelfs de minste poging tot nuance te tolereren. Laat staan dat er bereidheid is de hand in eigen boezem te steken.
Vet nationalisme
Toch wordt het tijd de ontmenselijking van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog eens bij te stellen. Een bezoekje aan de Yasukunitempel, maar vooral aan het daaraan verbonden oorlogsmuseum kan daarbij helpen. Toegegeven: in dat museum ronkt het van het vette nationalisme en de oorlogspropaganda, maar ik werd getroffen door de duizenden portretten van de Japanse gesneuvelden – officieren, gewone soldaten, maar ook verpleegsters en dergelijke. Gezichten met namen in plaats van racistische karikaturen van monsterlijke gele sadisten. Hun brieven aan hun ouders, verloofden, echtgenotes en kinderen kun je er lezen en daar spreekt geen haat uit, maar veel liefde, veel pijn en verdriet en angst. Hoop dat de verschrikkingen snel over zijn, dat kinderen en geliefden spoedig weer in de armen kunnen worden gesloten. Er zitten ook ontroerende afscheidsbrieven bij van soldaten die weinig hoop hebben hun vrouwen, kinderen en ouders ooit weer terug te zien.
Na het oorlogsmuseum heb ik ook nog het nabijgelegen Showa-museum bezocht. Hier kun je op zeven of acht verdiepingen zien hoe de Japanners in de Tweede Wereldoorlog leefden. Hoe ze woonden, aten, honger leden, omgingen met het verdriet om een gesneuvelde geliefde. Wat ze lazen, hoe het op school toeging.
Twee atoombommen
Ik vind het ziekelijk om als Westen te blijven hameren op Japanse oorlogsmisdaden, terwijl de VS twee atoombommen op Japan hebben gegooid, twee complete steden van de aardbodem hebben gevaagd, daarmee tienduizenden onschuldige burgers veroordelend tot een gruwelijke dood: vrouwen, kinderen, bejaarden, Koreaanse gastarbeiders. Er waren vaak niet eens meer lijken om van te gruwen. Van veel mensen is niets overgebleven dan een schaduw op een muur.
In het vliegtuig terug naar Nederland zag ik eergisteren de Amerikaanse film Emperor, over een naaste medewerker van generaal Douglas MacArthur, generaal Bonner Fellers, die de opdracht krijgt te onderzoeken of de Japanse keizer Hirohito moet worden veroordeeld als oorlogsmisdadiger. Fellers is een Japan-kenner (‘Jap-lover‘, volgens een van zijn collega’s), en wéét wat een veroordeling van de keizer voor rampzalige gevolgen kan hebben.
Hollywood-gedrocht
De film is een typisch Hollywood-gedrocht, want er is natuurlijk een Japans liefje in het spel, Fellers dreigt en intimideert als een echte Amerikaanse action-hero om resultaten te krijgen: ‘There’s two thousand years of identity (‘aaidennedie’) on the line here, so if you don’t wanna see your emperor hanging from a rope, you’d better get me some results soon’ en in een bar gaat hij met drie Japanners op de vuist, maar toch is Emperor ook opvallend genuanceerd. Er is een mooie speech van een Japanse hoogwaardigheidsbekleder (ik vergeet wie) die Fellers erop wijst dat Japan China niet van de Chinezen heeft afgepakt, maar van de Engelsen, Duitsers en Russen en de Filippijnen niet van de Filippino’s, maar van de Amerikanen, “die het land op hun beurt weer met geweld van de Spanjaarden hebben afgepakt.”
Fellers kijkt ‘m grimmig aan en zegt: “I don’t need a history lesson“.
“Klemgeluld!” zouden mijn kinderen zeggen.










RSS