Frontaal
Naakt
27 september 2013

Duitslands perverse democratie

Thomas Colignatus

namio7
Illustratie: Namio Harukawa

De media vertellen ons bijna lyrisch dat Angela Merkel de verkiezingen gewonnen heeft. Zij kijken dan gemakzuchtig naar het feit dat zij de meeste stemmen kreeg, namelijk 41,5 procent.

Relevant is echter dat haar coalitie als geheel de verkiezingen heeft verloren. De opkomst was ook maar 71,5 procent, dus niet wat je warme ondersteuning kunt noemen.

De kiesdrempel van vijf procent

Haar coalitiepartner, de conservatief-liberale FDP, kreeg 4,8 procent van de stemmen. In Duitsland moet een partij minstens vijf procent van de stemmen halen om in het parlement te komen. De FDP heeft dus net te weinig en komt niet in het parlement terug. Merkel is geen goede manager voor haar coalitie als geheel gebleken. Merkel staat nu alleen, met ook een minderheid in het Duitse parlement.

Terwijl Duitsland de laatste jaren heftig discussieerde over de euro, is de andere verrassing dat juist in dit verkiezingsjaar nauwelijks over de euro werd gesproken. Het euro-kritische geluid heeft het Duitse parlement niet direct bereikt. De nieuwe euro-kritische protestpartij Alternative für Deutschland (AfD) haalde 4,7 procent, dus ook net te weinig.

We kunnen constateren dat de gevestigde partijen over de euro zijn gaan zwijgen, precies in het jaar dat er wel over gesproken had moeten worden. De kritiek van de AfD werd doodgezwegen. Angela Merkel heeft haar kiezers niet willen herinneren aan hogere lasten voor steun aan Zuid Europa en aan overdracht van nationale soevereiniteit aan Brussel. Haar houding was: vertrouw mij maar, dan komt alles goed. Het is haar tamelijk goed gelukt haar eigen kiezers in slaap te sussen.

Werkloze arbeidersgezinnen

De SPD zweeg ook, en heeft geen alternatief voor Merkels euro-beleid geboden, ook al zijn de vele werkloze arbeidersgezinnen in Zuid Europa toch ook Europese arbeidsgezinnen.

In wezen is het Duitse electoraat niet voorbereid op de veranderingen die straks gevraagd gaan worden voor de fundamentele redding van de euro – zie ook het betoog van Daniela Schwarzer.

Een belangrijke factor is dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank het laatste jaar voor betrekkelijke economische rust heeft gezorgd. Dit beleid bevat wel risico’s en steunt op de gedachte dat er na de Duitse verkiezingen belangrijke stappen gezet kunnen gaan worden. De Duitse kiezers staat na de warme douche een koud bad te wachten.

Bij alle tegenslag voor de AfD heeft deze protestpartij toch wel degelijk een belangrijk succes geboekt. De AfD kreeg namelijk twaalf procent van zijn kiezers uit overlopers uit de FDP, dus een half procentpunt, waardoor de FDP naar 4,8 procent terugviel en ook onder de vijfprocentsgrens duikelde. Per saldo heeft de AfD toch bereikt dat de steun voor Merkel is weggevallen.

Kiezersbedrog

Wanneer we aan democratie de eis stellen dat politici en kiezers op serieuze wijze discussëren over de belangrijke keuzes, dan heeft Merkel kiezersbedrog gepleegd. Met haar houding van ‘vertrouw mij maar’ heeft zij zich opgesteld als een populist die de inhoudelijke argumentatie en keuze uit de weg gaat.

In de economische theorie heb je ofwel een eigen munt (de D-Mark) ofwel een gezamenlijke munt (de euro) maar dan met overdracht van soevereiniteit aan het geheel (de eurozone).

Bij een eigen munt draagt een netto-exporteur de last van een hogere wisselkoers, bij een gezamenlijke munt moet die netto-exporteur expliciet belast worden om hetzelfde effect te bereiken.

Duitsland heeft nu het voordeel van een lage wisselkoers plus het voordeel van het ontbreken van een expliciete belasting ten behoeve van Zuid Europa. De architectuur van de euro leidt tot rampspoed. De huidige krakkemikkige euro is veroorzaakt door politici als Helmut Kohl en François Mitterrand, die deze economische theorie negeerden.

Inmiddels heeft Europa gezien waartoe dat leidt: de crisis die uit Amerika kwam, is door de euro enorm versterkt, met onmenselijke werkloosheid in Zuid Europa. Angela Merkel had deze economische keuze aan haar kiezers moeten voorleggen, maar heeft er in het voetspoor van Helmut Kohl voor gekozen de kiezers andermaal in slaap te sussen.

Professorenpartij

De AfD is ontstaan als een soort professorenpartij die veel nadruk legt op de juistheid van de economische inhoud. Een les is dat je voorzichtig moet zijn met een professorenpartij, zeker wanneer er zo’n ruige kiesdrempel van vijf procent is. Toch heeft de AfD Merkel per saldo in het defensief gedrongen. Elementaire beschaving betekent dat Merkel door haar kiezersbedrog en het verlies van haar coalitie eigenlijk geen kanselier meer kan blijven.

Een belangrijk punt is dat ikzelf een nieuwe monetaire theorie voor een gezamenlijke munt voorstel, zie hier. De euro zou stabiel kunnen zijn zonder overdracht van soevereiniteit wanneer ieder land een eigen Economisch Hof heeft. Deze analyse is nieuw en wordt nog niet door collega-economen gedragen. Ik ben het aldus niet geheel eens met de economische analyse achter de AfD maar het geluid is belangrijk genoeg om gehoord en besproken te worden, en het is jammer dat het nu gemuilkorfd is.

Linkse versplintering

In het nieuwe Duitse parlement is er nu een meerderheid voor SPD, Die Linke en de Groenen. Deze partijen hebben verwante programma’s. Het zou logisch lijken dat de SPD een nieuwe kanselier voorstelt. Een probleem is echter dat de SPD een banvloek heeft uitgesproken over Die Linke, een verbond van oud-communisten zoals Gregor Gysi en voormalige SPD-ers zoals Oskar Lafontaine (die daar inmiddels ook zijn nieuwe liefde Sahra Wagenknecht heeft gevonden). In Duitsland is het DDR-trauma nog groot.

Waarnemers achten een “grote coalitie” tussen CDU/CSU en SPD nu het meest waarschijnlijk, zoals de coalitie tussen VVD en PvdA. Anderen noemen dat terecht een schrikbeeld. Merkel kan ook in zee gaan met de Groenen. Ze heeft tenslotte kernenergie afgezworen en wil wel naar een energie-duurzame samenleving overgaan.

Misschien is ook een minderheidskabinet van de SPD mogelijk. Gezien het uitgesproken taboe door de SPD zou Die Linke wellicht geen regeringsdeelname maar wel gedoogsteun kunnen bieden. Een belangrijk beleidsdoel zou het afschaffen van de vijfprocentsdrempel en dat taboe op Die Linke moeten zijn, zodat over een jaar normale democratische verkiezingen gehouden kunnen worden. Tegen die tijd zal ook duidelijk zijn wat de euro vereist – belastingen en verlies aan soevereiniteit – zodat er echt gekozen kan worden. Dat er jaarlijks verkiezingen nodig zijn is geen teken van zwakte maar juist een teken van een sterke democratie, die immers meer invloed aan de bevolking toestaat.

Meerderheid of afspiegeling

Bovengenoemde coalitiemogelijkheden zijn allemaal gebaseerd op machtsdenken met een zo klein mogelijke meerderheid. Bij een minimale meerderheidscoalitie wordt het parlement vaak lamgelegd door het naleven van het coalitieakkoord en de noodzaak de coalitie overeind te houden. Een goed democratisch alternatief is dat een regering wordt gevormd als een afspiegelingskabinet waarin alle grote stromingen vertegenwoordigd zijn. Het parlement krijgt zo meer vrijheid en een grotere rol in de controle op het beleid. Een afspiegelingskabinet dwingt partijen tot samenwerking met meer oog voor de diverse invalshoeken.

Een grote angst voor de kiezer

In Europa bestaat een grote angst voor de kiezer. Landen zijn democratisch in de zin dat er partijen zijn waarop men kan stemmen, maar de meeste landen gebruiken speciale regels om de invloed van de kiezer te beperken. Het is belangrijk je hiervan bewust te zijn. Wanneer gezegd wordt dat “de kiezer heeft gesproken” is dit met een korrel zout te nemen.

Engeland heeft een rampzalig districtenstelsel waardoor de proportionele afspiegeling verloren gaat, zie hier. Frankrijk kiest de president afzonderlijk via een dom systeem met twee ronden, waardoor het parlementaire model het verliest van het presidentiële systeem, zie hier. In Italië krijgt de grootste partij automatisch minstens 55 procent van de zetels, en in Griekenland krijgt de grootste partij automatisch vijftig zetels erbij.

Dit zijn allemaal trucs uit angst voor andere geluiden en angst voor onvermogen tot samenwerking. Een belangrijke rol is weggelegd voor wiskundigen die zich misdragen ten aanzien van de wiskundige analyse van stemprocedures, zie hier.

Kreupele democratie

In Duitsland komt de drempel van vijf procent uit de lucht vallen. Naast FDP en AfD zijn er ook andere kleine partijtjes met in totaal 6,3 procent aan kiezers die de vijfprocentsdrempel niet haalden. In totaal wordt zo 15,8 procent van de opgekomen Duitse kiezers buiten het parlement gehouden. Waar de toekomst van Europa zo afhankelijk is geworden van de opstelling van Duitsland is het pijnlijk om te zien hoe kreupel de democratie daar is.

Nederland heeft een opmerkelijk goed proportioneel systeem. Het stelsel in Nederland is open, geeft kans aan tegengeluiden, en houdt de gevestigde partijen scherp. Een nadeel in Nederland is wel de selectieve aandacht in de media, die nogal gezagsgetrouw zijn. Nederland heeft helaas nog geen afspiegelingskabinet en nog geen jaarlijkse verkiezingen, ook al beginnen steeds meer mensen naar nieuwe verkiezingen te verlangen. Nederland kent bovendien de perverse rol van D66, dat zich profileert als kampioen van de democratie maar juist ondemocratische voorstellen najaagt en dat zich niet openstelt voor kritiek daarop, zie hier.

Thuisblijvers zijn niet vertegenwoordigd

Wanneer de opkomst in Duitsland 71,5 procent is dan zou je kunnen stellen dat maar 71,5 procent van de zetels bezet kunnen worden, en dat de andere 28,5 procent onbezet blijven. Kiezers die niet stemmen, dwingen de andere partijen dan om beter samen te werken. Wanneer Merkel er niet in slaagt kiezers naar de stembus te krijgen, zou het haar ook zetels mogen kosten.

Niet-stemmen heeft nu twee effecten. Een positief effect van een lage opkomst is dat de kiesdrempel wordt verlaagd zodat partijen gemakkelijker een zetel kunnen krijgen. Een negatief effect van een lagere opkomst is dat er onduidelijkheid ontstaat over de reden van wegblijven: is het protest of meelopen ?

Er zijn twee soorten wegblijvers: (1) de proteststemmers die vertegenwoordigd zouden moeten worden met lege zetels, (2) de meelopers die geen keuze kunnen maken en de beslissingen met vertrouwen graag overlaten aan anderen. Je zou kiezers uit (1) de mogelijkheid kunnen bieden om op lege zetels te stemmen (omdat ze anders als (2) worden gerekend). Je zou kiezers uit groep (2) apart naar het stembureau moeten laten komen om aan te geven dat zij van hun stem geen gebruik willen maken (omdat ze anders als (1) gerekend worden). Deze mogelijkheden ontbreken nu, waardoor de stemuitslag vertekend raakt.

Lege zetels

De kiesdrempel van vijf procent is zoals gezegd arbitrair. Op zich is het al een drempel dat men een enkele zetel moet halen. Met 630 zetels en 61.8 miljoen Duitse kiezers is zo’n natuurlijke drempel al 98.000 kiezers per zetel, en dat is toch een fors aantal. Door de opkomst van 71,5 procent gaat de kiesdeler omlaag naar zo’n 70.000 kiezers per zetel, ongeveer gelijk aan de situatie in Nederland.

Zolang verkiezingsstelsels geen mogelijkheid bieden om onderscheid aan te brengen tussen protest of meelopen, is mijn voorstel om het wegblijven maar als protest te registreren, en te vertalen naar lege zetels.

Resultaten en herberekening

Bovenstaande overwegingen kunnen gebruikt worden om met een fris oog naar de Duitse verkiezingsuitslagen te kijken. In onderstaande tabel zijn de kerngegevens opgenomen en ook vertaald naar de Nederlandse situatie met 150 kamerzetels. Nu krijgt de CDU/CSU met Merkel 311 zetels maar na correctie voor die vijfprocentsdrempel en de opkomst zouden het er maar 186 zetels moeten zijn. In Nederland zou ze maar 44 van de 150 zetels krijgen. Een meerderheid vergt 316 zetels. Bron.

CoolDuitsland

Conclusies

(1) Angela Merkel heeft kiezersbedrog gepleegd en de Duitse kiezers zijn niet voorbereid op de belangrijke keuzes ten aanzien van de euro. Haar coalitie heeft verloren. Het zou bij een beschaving passen wanneer zij niet langer kanselier bleef. Wil ze dit met macht handhaven dan zal de geloofwaardigheid haar opbreken.

(2) Dit soort politieke processen worden ook mogelijk gemaakt door perverse mechanismen die “democratisch” worden genoemd maar dit niet zijn. Veel mensen denken dat zulke mechanismen erbij horen en dat “het volk heeft gesproken” maar in feite voeden ze de irrationaliteit.

(3) Een groot verliezer is hierbij de wetenschappelijke integriteit. De Duitse verkiezing was een blamage ten aanzien van de behandeling van de economische wetenschap. Wetenschap gedijt bij democratie en verliest van politiek ellebogenwerk. Ongetwijfeld kan een krachtpatser zoals Frederik de Grote de wetenschap verdedigen tegen een minder verlichte omgeving, maar in onze samenleving hebben we geleerd dat we beter geen krachtpatsers kunnen hebben en veel beter kunnen steunen op respect en democratie. Het is jammer te constateren dat het Duitsland ditmaal wederom nog niet gelukt is.

Thomas Colignatus is econometrist en leraar wiskunde. Een Engelstalige versie van deze tekst staat hier.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home