Na ons de zondvloed

Marco de Baar

bal3
Illustratie: Ida Bagus Made Nadera

Sinds Maarten Keulemans, chef wetenschap van de Volkskrant, zich voor zijn boek Exit Mundi, Het einde van de wereld (2008) ging verdiepen in apocalyptische mythen, begon hem ‘gaandeweg te dagen dat ons klimaatnarratief in zekere zin gewoon een constructie is, een voortzetting van het Bijbelse eindtijdverhaal met moderne middelen.’ Het moderne verhaal resoneert volgens Keulemans “voor een ander, niet te onderschatten deel” met het culturele thema van de zondvloed.

Ten eerste stelt Keulemans vast dat in het klimaatdebat de nadruk ligt op kortetermijneffecten, en ten tweede dat de betrokkenen heftig reageren, wat een indicatie is van diepe culturele betrokkenheid. Keulemans vindt dat het zondvloedverhaal in de bijbel een canvas is waarop de emoties van klimaatwetenschappers worden geschilderd.

Bijbels schuldbesef

Keulemans argumenteert naar mijn zin veel te vooringenomen en te eenzijdig. Suggereren, zoals hij doet, dat er een diepe culturele betrokkenheid aan de reacties ten grondslag ligt, en dat die betrokkenheid ingegeven zou zijn door een bijbels schuldbesef is het antwoord geven voordat de vraag is gesteld, voordat de methode is uitgewerkt, en voordat de analyse is gedaan.

Laat ik beginnen met de vermeende nadruk op abrupte, heftige veranderingen in het klimaat.

De resonantie met het zondvloedverhaal ‘blijkt’ volgens Keulemans uit vermeende inconsistenties in ‘het’ hedendaagse verhaal.

Van haarkloverij betichten

‘Zo ligt de nadruk veel sterker op de nadelen dan op de voordelen die de opwarming óók met zich meebrengt; benadrukken we de abrupte, heftige verschijnselen op de korte termijn in plaats van de eeuwen en millennia waarover klimaatverandering zich afspeelt; en ligt in de voorstellingen van klimaatverandering onevenredig veel nadruk op zeespiegelstijging’, aldus Keulemans.

Keulemans zal me wellicht van haarkloverij betichten, maar om überhaupt tot deze uitspraak te kunnen komen moet, impliciet, de volgende analyse zijn uitgevoerd:

  • Een selectie van de beschouwde bronnen moet worden gedaan die definiëren wat ‘het hedendaagse verhaal’ is.
  • Uit deze bronnen moet worden geturfd hoe vaak de nadruk op zeespiegelstijging of korte abrupte effecten wordt gelegd, en dat dan vergelijken met het totaal van de genoemde effecten in de bronnen.
  • Deze verhouding moet vergelijken worden met een norm.

Het betreft een opeenstapeling van keuzes. Wat is ‘het verhaal?’ De consensus in de klimaatwetenschap? De gehele peer-refereed klimaatwetenschap? Of horen klimaatsceptische verhalen en klimaatactivisme ook bij ‘het’ hedendaagse verhaal? Dat maakt nogal wat uit.

Cultureel canvas

En wat te denken van de definitie van abrupt? Om het maar op het punt te brengen: abrupt in relatie tot welke tijdsschaal? En wat is de norm?

Het behoeft geen betoog: als je een dergelijke procedure uit zou voeren, dan zou de uitkomst zeer arbitrair zijn. Afhankelijk van de gekozen norm, selectie en definitie van abrupt kun je uit zo’n analyse echt alles laten komen. Daarom is het eigenlijk ook essentieel om deze grootheden expliciet te benoemen.

Daarmee is Keulemans’ eerste motivatie voor het zondvloedverhaal als ‘cultureel canvas’ komen te vervallen.

Reaguurders op GeenStijl

Ik hecht er aan om te benadrukken dat Keulemans echter in het geheel geen kaders stelt. Het lijkt er daarom op dat hij ook helemaal geen analyse gedaan heeft. Het lijkt erop dat hij zijn notie dat de abrupte, heftige verschijnselen op de korte termijn benadrukt worden, heeft geformuleerd als een feitelijk statement. Als ik ongelijk heb, dan hoor ik dat graag.

Het tweede argument betreft de heftigheid van reacties. Keulemans vervolgt zijn betoog met: ‘Als het over klimaatverandering gaat, reageren de betrokkenen vaak erg emotioneel. Dat is vaak een aanwijzing dat hier iets gaande is dat raakt aan onze diepe culturele identiteit.’

Ook hier is Keulemans niet specifiek. Welke betrokkenen reageren emotioneel? De technofiele klimaatwetenschappers? De klimaatbeleidsmakers? De klimaatsceptici? De klimaatactivisten? Allemaal? De reaguurders op GeenStijl en de site van De Telegraaf? En hoe reageren ze dan precies? En waarom reageren ze zo emotioneel? De betrokkenen en hun reacties worden niet beschreven door Keulemans.

Nastreven van een linkse superstaat

Hoe dan ook, Keulemans vindt duiding van de emotionele reacties zeer relevant voor klimaatwetenschappers. ‘Maar vertel dat maar eens aan de klimaatwetenschap’, aldus Keulemans. ‘Onderzoekers van het klimaat zijn in de regel bèta’s, mensen die niet vertrouwd zijn met sociale constructies of het inzicht dat wat we waarnemen altijd deels mensenwerk is (zelf ben ik er als cultureel-antropoloog en sociaal-historicus wat meer aan gewend).’

Dit statement is echt volkomen bizar. Als er een groep wetenschappers is overgeleverd aan grote emoties, scheldkanonnades, rechtszaken, email-hacking, en continue beschuldigingen van wetenschapsfraude, misbruik van belastinggelden, het nastreven van een linkse superstaat en nog erger, dan zijn het wel de klimaatwetenschappers.

Boeken zijn volgeschreven over de terreur die klimaatwetenschappers zich moeten laten welgevallen, en de desinformatie die (bewust!) wordt rondgepompt. De godganse dag zijn deze mensen het slachtoffer van zeer onfrisse sociale constructies die plaatsvinden op zielige websites waar iedereen met een toetsenbord zich het recht op een complottheorie toe-eigent.

Academische vrijheid

En Keulemans wil dat klimaatwetenschappers zich bewust worden van sociale constructies.

Om het maar expliciet te maken: als mijn e-mails zouden worden gehackt, en – bewust onjuist – zouden worden gebruikt om een hele groep wetenschappers in diskrediet te brengen, dan zou ik ook boos reageren.

Heeft dat iets met het Zondvloedverhaal te maken? Nee! Als mijn werk continu door vage denktanks verdacht zou worden gemaakt, dan zou me dat raken. Heeft dat met de zondvloed te maken? Nee. Als mijn collega’s in Senaatscommissies hun academische vrijheid moeten verdedigen, dan zou ik woedend worden.

Politieke power-play

Zondvloed? Nee! Als de Telderstichting (het wetenschappelijke bureau van de VVD) een rapport over het klimaat uitbrengt, waarin alleen sceptici aan het woord komen, en geen klimaatdeskundigen, dan reageer ik emotioneel. Geen van de emotionele reacties zou ik willen herleiden tot ‘bijbels schuldbesef’ maar op frustraties over knalharde politieke power-play! En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Hoe dan ook, het punt dat Keulemans eigenlijk wil maken, is dat we het klimaatprobleem te sterk definiëren als gevolg van onze menselijke zondigheid. Dat schiet niet op en staat tussen ons en rationele oplossingen in.

Haalbare beleidsmaatregelen

Om dat aan te tonen, linkt Keulemans naar een – inderdaad boeiende – lezing van Mike Hulme. Volstrekt rationeel dist Hulme feitenmateriaal op, dat hij dan vertaalt in mogelijke haalbare beleidsmaatregelen. Hoe komt Hulme aan deze kennis? Heel simpel: Hulme grijpt terug op het feitenmateriaal uit de klimaatwetenschap.

‘Een verfrissend geluid, in het technocratische en technofiele wereldje van het klimaatonderzoek’, vindt Keulemans. Een verfrissend geluid dankzij de input van het technocratische en technofiele wereldje van het klimaatonderzoek, vind ik.

Marco de Baar is als liberaal voor de volle ontplooiing van het individu, inclusief een rijke intellectuele en culturele ontwikkeling. Hij kan niet accepteren dat de VVD de anti-intellectuelen en de cultuurbarbaren van de PVV gedoogt. Lees zijn blog over Wetenschap en Wetenschapsbeoefening.

26 augustus 2014 — Marco de Baar

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home