Frontaal
Naakt
16 september 2009

Nieuwe Nonnen

Frans Smeets

L0033282 Persian woman with an animal

In het toneelstuk De geit, of wie is Sylvia” van Edward Albee wordt een man van vijftig verliefd op een geit en krijgt een “buitenechtelijke relatie” met haar. En nu niet gelijk grappen en grollen, want het is een serieus stuk. Door zijn verliefdheid op de geit Sylvia komt zijn huwelijk en carrière op losse schroeven te staan. Het grootste probleem is zijn homofiele zoon, die enorm veel moeite heeft met de coming-out van zijn vader. De homofiele zoon symboliseert de normaliteit in het gezin.

Iemand die zegt dat hij vrij is om te doen en laten wat hij wil, adviseer ik eens om in een roze balletpakje met uitgesneden billen over straat te gaan lopen. Als je niet opgepakt wordt, ben je de moordende smileys van je “tolerante” buren binnen enkele uren spuugzat, waarna je je weer gewillig in het keurslijf perst.

Je moet erg sterk in je schoenen staan om jezelf geheel buiten het spectrum van normaliteit te plaatsen. De straf op ultieme individualiteit is het zwerversdom.

Kleding is dè manier om te tonen waar je staat en tot welke groep je jezelf rekent. Een modegevoelige jongen als ik, die de dames nog steeds het hof maakt met witte-sokken-in-open-sandalen, weet als geen ander hoe normatief en dwingend kleding kan zijn.

Nu krijgen we ook nog te maken met zoiets als een hoofddoek. De overtreffende trap van normatieve dwingendheid.

Want een hoofddoek (of de lange rok in de Bible Belt) is niet alleen een identiteitsbepaler, maar een uitdrukking van een zede in combinatie met religie. Het is deze combinatie van zeden met religie die de hoofddoek zo gevaarlijk maakt en waardoor ze meer is dan een simpel stukje stof of mode.

Met zedelijkheid valt te leven. De overheid stelt ook grenzen aan de zedelijkheid. Zo mag ik niet naakt over straat gaan of mijn gouden lolly voor het publiek toegankelijk maken. Bepaalde vormen van seksualiteit als pedofilie en bestialiteit zijn verboden, omdat ze de zedelijke normen van datgene wat we acceptabel vinden, overschrijden.

Zodra er religie in het spel komt, verandert ook de zede. Religieuzen houden van zeden en hoe strenger hoe beter. Niet dat iemand in zijn naakte menselijkheid er zich ooit aan kan houden, maar het opleggen van een universele, voor alle mensen geldige zede is een ontzettend machtig instrument. Wie de seksualiteit bepaalt, controleert de mens tot in de slaapkamer.

En ze kunnen me een partij dwingend zijn, deze religieuze hoofddoekhuttemetutjes! Want de religieuze Wetenden hebben in het algemeen weinig empathie voor degenen die buiten hun eigen zedelijke en goddelijke waarheid vallen. Wij zijn hoeren voor hen. De enige functie die de zedenloze in de ogen van de Wetende heeft, is die van minderwaardige waaraan ze haar eigen superioriteit kan ijken.

Religieuze kleding is een dwingende manier om anderen met jouw religieuze zeden te confronteren. Voor een samenleving die de pluriformiteit gehandhaafd wil zien, is dat een groot dilemma. Er botsen twee belangen. Het recht op je eigen geloof (inclusief zeden) met dat van de bescherming tegen de dwang in het geloof. En die strijd komt nu tot uiting in de kwestie rond de hoofddoek. Hebben we de nonnen eindelijk overwonnen, komen de meiden uit de Rif, of liever gezegd, de Baarsjes, ons vertellen dat en hoe we een vroom leven moeten leiden.

De Nieuwe Nonnen eisen in naam van de door hen verachte pluriformiteit toegang tot elk deelgebiedje van de samenleving. Ze duwen anderen hun zeden door de strot. Wat heb ik in godsnaam te maken met iemands houding ten aanzien van seksualiteit als ik met mijn boodschappen bij de Appie in de rij sta? Waarom moet ik geconfronteerd worden met andermans zeden als ik mijn paspoort laat vernieuwen? Wat heeft haar zede met mijn leven te maken behalve haar eigen gelijk te ijken of mij te vernederen?

Ondertussen proberen de Nieuwe Nonnen een geïsoleerde wereld van gelijkgezinden te creëren. Ze meten met twee maten door voor zichzelf ongebreidelde vrijheden op te eisen, terwijl ze van de buitenstaanders verwachten, dat zij hun tempels van zedelijkheid niet onteren met een losbandige moraal, homoseksualiteit of zoiets simpels als je haar. De Nieuwe Nonnen streven naar een soort apartheid, gefaciliteerd door de verachte buitenwereld. Eigen onderwijs en eigen zedelijke ingangen, zodat ze niet geconfronteerd hoeven te worden met de zedenlozen en andere slechte invloeden.

Ik vind dat iedere islamitische vrouw het recht heeft op het dragen van een hoofddoek. Sterker nog, ook een nikaab of boerka is prima. Een overheid heeft zich op geen enkel manier te bemoeien met de kledingvoorschriften of gedachten van haar onderdanen. Dit recht zou wèl moeten betekenen, dat dezelfde hoofddoekdrager op geen enkele manier aanspraak kan maken op segregatie in welke vorm dan ook. Dus geen religieuze scholen, geen gescheiden loketten, geen gescheiden zwemmen en meer van dat soort malloterige eisen. Immers: het recht van de hoofddoekdrager om anderen te confronteren met haar zeden betekent ook het recht van de ander om de hoofddoekdrager te confronteren met zijn zeden.

De normatieve dwingerigheid van zoiets als een boerkini bestrijd je dan ook niet met regeltjes of polderpolitiek, maar door de boerkini samen baantjes te laten trekken met de locale nudistenvereniging. Hoofddoekje bij kassa een is prima, zolang ik maar het risico kan lopen bij kassa twee met een opgedofte travestiet te maken te krijgen, bij kassa drie sjans krijg met een versierpoging van een naakte ledernicht, en bij kassa vier een keurige heer met een foto van een geit in zijn portemonnee tref.

Het toneelstuk Sylvia stelt normaliteit ter discussie. De homoseksueel die de coming-out van de geitenliefde van zijn vader niet kan verkroppen. Tolerantie en respect gaan niet over je eigen rechten of tolerantie, maar over die die buiten je eigen leefwereld staan. Dat zouden ze zich eens in hun hoofddoek mogen knopen!

Frans Smeets heeft besloten om uit religieuze overwegingen hoofddoekdragers geen hand meer te geven.

Frans Smeets