Zwijg, zeg niets, houd je mond!
Alf Berendse

Op 14 april is de Haagse verpleegkundige Lucia de Berk vrijgesproken van zeven moorden en drie pogingen tot moord op patiënten, waarvoor zij eerder tot levenslang was veroordeeld. Dezelfde dag verscheen haar boek Lucia de B. Levenslang en tbs. Het boek zou niet zijn verschenen als zij niet was vrijgesproken, maar ook los van haar onschuld is het een waardevol document.
Voor de geroutineerde zware criminelen met wie ik omgang had, is zwijgen tegen de politie vanzelfsprekend. Helemaal niets zeggen is de beste (zelf)bescherming tegen het afleggen van een bekentenis, maar ze zwijgen ook als een schuldig vonnis onvermijdelijk is en een beetje praten zou kunnen leiden tot een lagere straf. Lucia de Berk kreeg van haar advocaat het dringend advies zich tijdens de verhoren ook steeds te beroepen op haar zwijgrecht en het is een staaltje van mentale kracht dat haar dit op enkele onschuldige uitspraken na is gelukt. “Denk aan de Puttense moordzaak”, hield haar advocaat haar voor. Bij die zaak bleek hoe naïef de gedachte is dat een onschuldige niets heeft te verbergen en dus kan meewerken aan verhoren en waarheidsvinding: de onterecht van de moord op Christel Ambrosius beschuldigde Wilco Viets en Herman du Bois raakten zo verstrikt en verward in hun contacten met de verhoorders dat zij een valse bekentenis aflegden.
Lucia de Berk gaat in haar boek niet veel in op details van haar strafzaken. Wie wil weten welke grove fouten het OM maakte, leze Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling van wetenschapsfilosoof Ton Derksen (2006). En wie wil weten hoe het dankzij de formidabel betweterige verpleeghuisarts Metta de Noo kwam tot een herziening van De Berks rechtszaken, leze haar boek Er werd mij verteld, over Lucia de B. (twee dagen na de vrijspraak verschenen). De Berk zelf schrijft vooral over de eerste jaren van haar verblijf in de gevangenis, vanaf haar arrestatie in december 2001 tot de uitspraak in cassatie in maart 2006. En over haar verhoren, met citaten uit de politieverslagen daarvan.
Robert K., verhorend rechercheur: Je weet, van alles wat wij vragen, je hoeft nergens op te antwoorden hè? Dus eh, je bent dus niet tot antwoorden verplicht, dat zeggen we elke keer weer. Elke keer als we een verhoor beginnen dan wijzen we je daarop, dus je bent niet tot antwoorden verplicht, dat weet je.
Lucia: Ja.
De Berk is 25 keer verhoord en talloze keren beriep zij zich op haar zwijgrecht. Haar was niet verteld dat ze dit niet bij elke afzonderlijke vraag hoefde te doen, dat een keer, bij aanvang van elk verhoor, “ Ik beroep mij op mijn zwijgrecht en zeg niets,” voldoende is. Ze hield tot verveling voor haarzelf en ergernis van de verhoorders vol.
Astrid B., verhoorder: Ben je wel eens in Den Haag geweest?
Lucia: Ik beroep me op mijn zwijgrecht.
Astrid B., verhoorder: Ben je wel eens in Breda geweest?
Lucia: Ik beroep me op mijn zwijgrecht.
Astrid B., verhoorder: Ben je wel eens in Utrecht geweest?
Lucia: Ik beroep me op mijn zwijgrecht.
Astrid B., verhoorder: Ben je wel eens de weg kwijtgeraakt in Utrecht?
Lucia: Ik beroep me op mijn zwijgrecht.
Met leugens, drogredenen, manipulaties, emotionele chantage en pesterijen probeerden politie en OM De Berk te breken en aan het praten te krijgen. Al snel werd ze op last van de officier van justitie in het Huis van Bewaring teruggeplaatst van een afdeling met ruimere tijden buiten de cel, naar de inkomstenafdeling waar ze 22 uur per etmaal op cel zat. Als ze niet reageerde op de leugen dat haar vader in Canada verstoken bleef van informatie over hoe het met haar ging, kreeg ze te horen dat ze een egoïst was en niet geïnteresseerd in wat ze haar vader aandeed. Haar werd voorgehouden dat ze alleen tijdens de verhoren gelegenheid had haar verhaal te doen, dat daar tijdens de rechtszittingen echt geen tijd voor zou worden vrijgemaakt als ze tijdens de verhoren niet praatte. Het was tenslotte niet aan haar om te bepalen wanneer ze een verklaring zou afleggen. Vanzelfsprekend werd haar ook gezegd dat een bekentenis gunstig zou zijn voor de strafbepaling, als ze zou verklaren dat ze als een Angel of Mercy patiënten uit hun lijden wilde verlossen.
Als ze weer eens toevoegde dat ze op advies van haar advocaat niets zei, probeerden ze haar vertrouwen in hem aan het wankelen te brengen.
Robert K.: Ik zeik je advocaat niet af, ik zeik zijn verwarring niet af, absoluut niet. Gewoon eventjes een hele nuchtere constatering. Jouw eigen advocaat is nog geeneens ingelezen in de zaak. Hij weet eigenlijk van de hele zaak nog geen klote af. Durf ik rustig te vertellen. Jouw advocaat gaat op vakantie en die zegt tegen een andere advocaat: joh, neem jij voor mij waar. Wat kan die advocaat nou anders zeggen dan: beroep je op je zwijgrecht, en dat heb jij nou zo, boem, voor honderd procent gedaan. Maar me dunkt, dan zou iedereen zeggen: ja, beroep je, dan kun je geen fouten maken.
Astrid B: En hou het ook effe twee weken vol, want dan is ie</i> (De Berks eigen advocaat) <i>pas weer terug. Maar dat moet je dan nog effe iets langer volhouden, want hij moet nog effe wat stukkies doorlezen. Zit nog niet helemaal in zijn hoofd.
Robert K: En dan komt straks je advocaat terug en dan zegt die advocaat: Zo heeft u dat allemaal gevraagd? Ja, maar daar had ze best wel antwoord op kunnen geven. Ja nee, maar daar kan je wel antwoord op geven en daar kan je geen antwoord op … kan je wel doen kan je niet doen. Dan is het te laat. Dan heb je je kans gehad, want je bent er zelf ook nog, je kan zelf ook bepalen of je ergens wel of niet antwoord op geeft.
Volgens R. kon De Berk op de vraag of ze het naar haar zin had best antwoorden dat ze het inderdaad naar haar zin had! Dat zien verhoorders graag, dat de verdachte bij hen op zijn gemak is: ‘Maak het jezelf niet moeilijk, maak het jezelf naar de zin, maak het ons naar de zin en babbel wat over onschuldige onderwerpen, praat gewoon wat, je gaat je zo eenzaam voelen zo.’ Geharde criminelen weten wel beter maar voor De Berk waren de ‘verhoortechnieken’ nieuw. Als verweer had ze niets anders dan het advies van haar advocaat om te zwijgen.
Haar laatste verhoor werd afgenomen door officier van justitie Degeling, haar advocaat zou daarbij aanwezig zijn maar kwam te laat. Op hem werd niet gewacht en Degeling suggereerde dat hij helemaal niet zou komen. In zijn afwezigheid hield ook zij De Berk voor dat een rechter echt niet naar haar zou luisteren, als zij zelfs tegenover de officier van justitie haar mond hield.
R. sprak wel de waarheid toen hij zei dat De Berks advocaat zich nog niet had ingelezen. Ten tijde van de verhoren, ook het laatste, hield justitie stukken voor hem achter en was hem noch De Berk duidelijk gemaakt wat precies de beschuldigingen waren. OM en politie wilden Lucia de Berk laten bekennen nog voor zij officieel ergens van was beschuldigd. Maar zij zweeg en toonde daarmee een grote kracht.
Volgens zijn oude criminele kennissen zou Alf Berendse het goed doen tijdens verhoren en ook met enig gemak een lange gevangenisstraf uit kunnen zitten. Hij probeert dit niet uit.





RSS