Frontaal
Naakt
16 februari 2026

Kutzwagers

Peter Breedveld


Illustratie: Elisabetta Sirani.

Adriaan van Dis en Wim T. Schippers zijn kutzwagers. Mij was wijsgemaakt dat het woord een vondst was van Schippers, die een toneelstuk schreef dat zo heette, maar ik ontdekte net dat het woord al lang vóór die tijd in zwang was. Het komt onder andere voor in het werk van Hugo Claus. En dat is grappig, Van Dis en Schippers zijn ook kutzwagers van Claus.

Ze hebben het alle drie met dezelfde vrouw gedaan, televisieproducent en regisseur Ellen Jens, die dik twee jaar geleden overleed. Een tijdje alledrie tegelijk, maar Van Dis en Schippers hebben Jens jarenlang gedeeld. In goede harmonie, dacht ik altijd, zoals in een Franse film uit de jaren 70, maar uit Van Dis’ nieuwe roman Alles Voor De Reis blijkt dat de twee mannen er alles behalve gelukkig mee waren.

Ik zeg ‘roman’ en geen ‘in memoriam’, want het boek gaat over Jens en tegelijk ook weer niet. De stervende vrouw in het boek heet niet Ellen maar ‘Eefje’ en Van Dis heeft dingen verzonnen en verdicht, schrijft hij ergens, ik geloof aan het eind.

Roddelen

Zijn liefdesrivaal wordt in Alles Voor De Reis consequent aangeduid als De Ander en die komt er niet goed vanaf. Eefje verdeelt haar week tussen haar twee mannen en De Ander moet het met drie dagen doen. Van Dis krijgt er lekker vier, ‘het grootste stuk’. De Ander dreigt zichzelf wat aan te doen en moet worden ontzien, zit op Van Dis te schelden en over hem te roddelen in ‘grachtengordelkroegen’ en als de kater van Eefje/Ellen bij De Ander logeert, schrijft Van Dis vals dat die nu ’toch wat warmte in zijn bed’ heeft. De Ander brengt de zieke Eefje alternatieve pillen die door haar ‘al maanden door de plee worden gespoeld’.

Liefje, liet ik me daags na onze ‘eerste keer’ ontglippen, in aanwezigheid van de Ander. ‘Er is hier maar één liefje,’ zei hij, ‘en dat ben ik.’

Als ze met De Ander had gebeld, zag Van Dis de ergernis op haar gezicht en hij luisterde haar gesprekken met hem soms af, luisterend naar de ‘doorzichtige leugentjes’ die ze De Ander op de mouw spelde.

U begrijpt wat ik bedoel. De Ander is in het boek de hoorndrager, de sukkel die het met de kruimels moet doen, die voor de gek wordt gehouden, de kleinzielige, jaloerse, toxische man. Van Dis is de held. Hèm heeft Eefje het liefst, met hèm is ze het intiemst en heeft ze grootse avonturen beleefd en reizen gemaakt.

Benepenheid

Maar Van Dis (zo noem ik de hoofdpersoon, want hij is in alles te herkennen als Van Dis en als hij zichzelf ook een andere naam heeft gegeven, ben ik die vergeten of heb ik die gemist) is zelf ook jaloers, probeert haar ook te overtuigen om De Ander te dumpen en al haar tijd aan hem te besteden. En De Ander mag dan kwaad zitten te spreken over zijn rivaal in de kroeg, Van Dis doet het in zijn boek. Hij zou er van Eefje/Ellen voor op zijn donder hebben gekregen, want ze wilde niet dat ze op elkaar zaten te vitten. Ze wilde het er niet over hebben en ze weigerde te kiezen. Op haar begrafenis werden de twee uit elkaar gehouden en mochten ze niet spreken ter haar nagedachtenis.

Van Dis heeft het in een interview over zijn boek in één van de kwaliteitskranten over de benepenheid van mensen die morele oordelen vellen of zoiets over de driehoeksverhouding tussen Jens, Schippers en hemzelf, maar hij laat zichzelf ook van zijn allerkinderachtigste kant zien in Alles Voor de Reis. God, dat je een half leven of misschien wel meer vrijwillig een vrouw hebt gedeeld met een andere man, die kennelijk net zoveel van haar hield en van wie zij overduidelijk ook hield, om pas na haar dood die steenpuist van opgekropt ongenoegen uit te knijpen, ten koste ook van De Ander, die immers ook rouwt, die zijn geliefde ook mist.

Ik verwachtte eerlijk gezegd te gaan genieten van de details over de driehoeksverhouding waar ik weleens wat over had gehoord en waarvan ik dus altijd had gedacht dat het een vrolijke affaire was tussen drie artistieke, grenzeloze geesten, maar ik vind het een echte afknapper. Tegelijk moet ik bekennen dat het hoge juice-gehalte ook wel amusementswaarde heeft. Ook mij is geen laag, volks instinct vreemd.

Kwartelkleverig

De voorgaande 716 woorden zijn niet bedoeld om het boek af te schrijven. Het is niet mijn lievelingsboek, maar er zitten mooie dingen in. Mooie zinnen, mooie beeldspraak. “Noem eens een voorbeeld, Peter?” Ummm, de “kwartelkleverige vingers” van één of andere ik geloof Poolse regisseur, zo’n aristocratische god van de moeilijke film, te gast in Van Dis’ legendarische door Jens geregisseerde boekenprogramma, die na afloop dus heel onsmakelijk een kwartel zit op te vreten in een restaurant en zichzelf aan Jens aanranderig probeert op te dringen. Een filmscène is dat, wel graag geregisseerd door een buitenlandse regisseur, ik kies Nadine Labaki.

En de sterfscène is prachtig, als de kamer in de hospice waar Eefje sterft, wordt gevuld met het impressionistische licht van het denkbeeldige kind dat Eefje en Van Dis hebben verzonnen en dat gedurende de hele roman de gesprekken tussen de twee onderbreekt, soms ontregelt, soms aanvult en kracht bijzet. Voor de zekerheid even opgezocht en wat ik net beschreef, is wat mijn brein heeft gemaakt van deze passage:

Een blauwachtig wit kroop over de muur van het hospice en wurmde zich door een spleet van het gordijn om bij Eefje in bed te kruipen. Het verkende heel voorzichtig haar dunne gezicht. De wind stoeide in de beuk – het raam waaide open. Ik waakte, maar was toch weggedommeld. Schrok ervan. Een licht vulde de kamer. En daar stond onze Meeuwtje, aan het voeteneind.

Boertige seks

Van Dis op zijn best. Maar soms zijn z’n zinnen kort en kinderlijk, ik hou daar niet zo van. Vaak is hij ook ordinair. Ik vind hoe hij over seks schrijft vulgair, een beetje boertig. ‘Zeperig tussen de benen’, afschuwelijk. Dat is ook Van Dis, die bekend werd als een dandy-achtige figuur, te goed voor het plebs, maar als schrijver op een gegeven moment allerlei volkse elementen in zijn personae begon op te nemen. Ik vond dat nooit overtuigend en ik heb niks met volks, terwijl ik écht van volkse afkomst ben.

Ooit was hij mijn favoriete schrijver, toen ik op de middelbare school zat en klaar was met het barse van Wolkers en de kilheid van Hermans. Zoveel kleur en geur en smaak in zijn proza, en zachtheid vooral. Op een gegeven moment ging het me tegenstaan, nadat ik Carry van Bruggen ontdekte, Het Huisje aan de Sloot en Eva, toen zag ik dat Van Dis met zijn impressionisme alleen maar aan de oppervlakte had gekrabd en zich bovendien nooit echt prijsgaf. Het laatste boek dat ik van hem heb gekocht is Familieziek, dat staat nog in folie in mijn boekenkast. Ik heb wel de verstripping van Peter van Dongen gelezen.

Typisch Van Dis

Zijn proza is wel verwant aan dat van Van Bruggen, die wel veel erotischer kan schrijven. Een andere schrijver aan wie hij verwant is, ook een vrouw, is Hassnae Bouazza. Die stopt in haar verhalen ook zoveel smaak en geur en zinneprikkeling.

Alles Voor De Reis is een typisch Van Dis-boek. Alles wat hem ooit tot mijn favoriete schrijver maakte én waardoor ik op zeker moment ben gestopt met hem te lezen. Bij vlagen ontroerend en speels, koket, behaagziek, charmant en irritant, dichterlijk en prozaïsch, sjiek en ordinair, groot en klein, sierlijk en hoekig. In drie treinreizen tussen Den Haag en Amsterdam uitgelezen, dus dat zegt wel wat. Misschien vind ik hem toch een meeslepende schrijver, misschien zou ik hem niks aan vinden als ik me niet ook aan hem ergerde.

 

Is het Vrije Woord u écht lief? Steun me dan met een financiële bijdrage. Doneer aan de enige dwarsdenkende, onafhankelijke (maar echt) site van Nederland. Rekeningnummer NL24 ASNB 8832 6749 39 (N.P. Breedveld, ASBN Rijswijk), BIC ASNB NL21.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home