Film
Judith Valentijn

Illustratie: Joaquín Sorolla
Hallo Peter,
Enorm bedankt voor je brief, ik vond hem bijzonder leuk om te lezen. Niet alleen ik, maar ook de lezers van PinkBullets, ze hebben je brief in groten getale gelezen en doorgestuurd naar hun vriendinnetjes. Of misschien wel naar hun vriendjes, met als opmerking erbij dat het écht heel erg irritant is als ze hun besokte voeten op tafel planten. Zo irritant dat zelfs hun medemannen er tegen in opstand komen.
Ik ben blij dat je geen zin hebt het mannendom te vertegenwoordigen, het zou ook wel bijzonder knap zijn om voor de halve wereldbevolking te spreken. Het enige wat jullie gemeen hebben, is een penis en daar houdt het dan ook wel op.
Op mijn beurt heb ik geen zin om voor alle vrouwen te spreken. Veel van mijn vrienden noemen me een halve vent. Jarenlang vond ik dat vleiend, want het stereotype ‘vrouw’ vind ik niet bijzonder complimenteus. Nu pas besef ik dat het tegelijkertijd belachelijk is dat als een vrouw weinig emotioneel is, dol is op ratio, wetenschap, computers, foute grappen en grof taalgebruik plots ‘mannelijke’ karaktereigenschappen heeft en tof is omdat ze niet voldoet aan het stereotype. Haast net zo bevreemdend als dat jij dan een homo zou moeten zijn omdat je niet van auto’s, bier en voetbal houdt. Maar dat terzijde, al die stereotypen komen vanzelf wel voorbij in onze briefwisselingen.
Over voetbal hoef ik in elk geval niet te schrijven, want dat boeit je niet. Wel hebben we iets anders gemeen, las ik. Intense woede om ogenschijnlijk triviale dingen. In mijn hoofd spelen vaak bijzonder gewelddadige films af. Ik heb het niet met fluitende mannen in de herenkleedkamer, maar bijvoorbeeld wel als ik met een meute mensen op een tram of bus sta te wachten. Als ik daar sta, heb ik mijn ov-kaart binnen handbereik. Want ik weet dat ik die binnen een paar minuten nodig heb. Op het moment dat het vervoersmiddel naar keuze aan komt rijden, wordt er keurig een soort rij gevormd. Via lichaamstaal en woeste blikken wordt zonder woorden duidelijk gemaakt wie er wanneer in mag stappen.
Dat is echter niet wat me woest maakt, dat vind ik alleen maar mooi. Wat me wel woest maakt, is dat ik keurig klaar sta met die stomme kaart en er bijna altijd wel een of andere schlemiel vlak voor me rustig de tram of bus in stapt en zich vervolgens gaat bedenken dat er op de een of andere manier voor het ritje betaald dient te worden. Als het een vrouw is, wordt er in een onmeunig grote tas gegrabbeld en wordt er een nog grotere portemonnee tevoorschijn getoverd en dan ergens tussen de foto’s van de kinderen, de liefde, de pasjes van de zonnestudio, de sportschool, de banketbakker en het vele kleingeld zit ‘ie. De ov-kaart. Dit alles gaat in een tergend langzaam tempo, alsof er niet nog een mensenmassa achter je staat, die ook graag ergens heen wil.
Mannen zijn nog erger. Die kloppen eerst op hun kont (want je kontzak is nu eenmaal een enorm veilige en praktische plaats om kostbaarheden te bewaren), vervolgens op hun ene borst en daarna op de andere borst. Wijdbeens. Een bronstige gorilla zou trots zijn op dit ritueel. Omdat deze mensen altijd de doorgang blokkeren, word ik gedwongen te wachten, braaf met mijn ov-kaart.
Ondertussen speelt er een enorm gewelddadige film in mijn hoofd. De brute schoffering en het lange wachten beu, grijp ik zo’n asociale ophouder bij zijn/haar schouders en werp ze moeiteloos op de grond. Terwijl ik hysterisch krijs: “Je staat hier godverdomme al tien minuten te wachten, je had allang je vervoersbewijs moeten pakken, maar nee, daar voel je je te goed voor, laat de rest van de wereld maar wachten hè!”, schop ik zo iemand dan helemaal aan gort. De overige passagiers juichen mijn actie uiteraard toe en onder een luid applaus huppel ik dan heel meisjesachtig naar binnen.
Alleen in mijn hoofd hè, Peter. Dus niet dat je denkt dat ik een psychopaat ben. In de praktijk wacht ik netjes mijn beurt af. Net als jij laat ik geen sporen achter en probeer zo min mogelijk ruimte in te nemen. Ik vraag me af wat dat over ons zegt. Het enige wat ik weet is dat het niet meer dan logisch is dat mensen die alle ruimte opeisen en zo zichtbaar mogelijk willen zijn ons tegen de haren instrijken.
Ik hoop niet dat ik jou en je lezers heb afgeschrikt met deze bekentenis. Los van alle moordfilms in mijn hoofd ben ik een heel keurig meisje, echt waar.
Liefs voor jullie allemaal,
Judith Valentijn is hoofdredacteur van het webmagazine PinkBullets. Ze voert een briefwisseling met Uw Hoofdredacteur, waarbij haar brieven op Frontaal Naakt, en zijn brieven op PinkBullets worden gepubliceerd.





RSS