Frontaal
Naakt
26 juli 2010

Yogya

Peter Breedveld

bali21

Beste mensen, ik ga er niet omheen draaien: Yogyakarta is een armoedige en ontzettend smerige rotzooi. Vervallen gebouwen – sommige met onmiskenbaar Nederlandse trapgevels – met een miljard mensen ervoor die hun armetierige handeltje aan de man proberen te brengen, vooral voedsel en textiel. Restaurants in Yogya bestaan uit een kleed of een groot stuk karton op de stoep waarop mensen in kleermakerszit de kip met rijst eten die boven een houtskoolvuur wordt bereid. De rijke Indonesiërs eten in de Pizza Hut. De toeristen in hun hotel.

De uitbaters van al die geïmprovideerde warungs zitten daar met hun hele gezin. Inclusief peuters, die ‘s avonds laat in een hoekje op straat te slapen worden gelegd. Daarlangs raast het verkeer, dat een hoge mate van doodsverachting van de deelnemers vergt. In ieder geval laat niemand zich iets gelegen liggen aan de verkeersregels. Een zebrapad betekent hier niks – hoogstens dat je een makkelijker doelwit bent. Indiana Jones zou hier nog moeite hebben zonder kleerscheuren over te steken. Hét vervoersmiddel is in Yogya de brommer, waar vader, met moeder achterop en één of twee koters tussen hem en het stuur, probeert niet door bussen en taxi’s geraakt te worden. Er schijnen hier ontzettend veel vreselijke ongelukken te gebeuren en ik hoop niet getuige te hoeven zijn van zo’n bloedbad.

De twee hoofdattracties van Yogya hebben we vandaag gezien: het vroeg-negende-eeuwse boeddhistische heiligdom de Borobudur en het laat-negende-eeuwse hindoeïstische tempelcomplex Prambanan. Het was een levenslange wens om beide monumenten eens met eigen ogen te zien en ik ben niet teleurgesteld. Ik ga niet proberen de pracht en de grootsheid van beide te beschrijven – ik zou alleen maar vervallen in clichés. Ik zeg alleen dat áls u de kans krijgt, u de beide heiligdommen beslist moet gaan zien.

We hebben ook al een paar leuke souvenirs gekocht: handtasjes, gemaakt van kokosnoten. Ik meende de prijs heel behoorlijk naar beneden te hebben gekregen, dankzij mijn geweldige afdingtalent, van 225.000 naar 150.000 rupiah. Dat is ongeveer vijf euro per handtasje. Schandalig laag, vond ikzelf. Eigenlijk wilde ik helemaal niet afdingen en ik schaamde me een beetje – decadente westerling die een arme, bikkelende vrouw geld aftroggelt – maar toen we vijf meter van de souvenirstal waren verwijderd, hoorde ik haar uitzinnig, echt overdreven juichen, alsof ze de loterij gewonnen had, en toen voelde ik me nogal een sufferd.

Afdingen hoeft niet eens, weet ik nu. Je vraagt iemand wat een artikel kost, en hij of zij noemt een prijs. Die is een lachertje voor Nederlandse begrippen, maar in Indonesië kun je daar een week met je hele gezin van leven, als het geen maand is. Dan loop je weg en nog voordat je de straat uit bent, heeft de verkoper, die zijn stalletje heeft achtergelaten en helemaal met je is meegelopen, zijn prijs verlaagd tot een kwart van het oorspronkelijke bedrag. Dát is wat het artikel waard is.

Gaat u in de reactieruimte hieronder maar lekker los over hoe onethisch en gewetenloos ik ben, zolang u zelf kleren draagt die onder erbarmelijke omstandigheden door Aziatische kinderen voor een hongerloontje in elkaar zijn gezet, lach ik om uw verwijten.

Ik had nog veel meer willen schrijven, over de beste uitvinding sinds de verdoving bij de tandarts die business-class reizen is, over de toeristen die bijna allemaal Nederlands zijn, over hun verwende, lawaaiige en strontvervelende kutblagen, over de extreem lieve en beleefde Indonesiërs, over de dingen die je mensen hier ziet doen, bijvoorbeeld in een boom in het park klimmen om één of andere vrucht te plukken, waarvoor je in Nederland zonder meer een enorme boete zou krijgen, waardoor je beseft hoe onvrij Nederlanders eigenlijk zijn, maar zo is het voor vandaag wel weer genoeg.

Morgen vertrekken we naar Bali, een dag eerder dan aanvankelijk gepland. De foto’s hieronder zijn van Hassnae.

Bor1

bor2a

bor3

pram

pram2