Frontaal
Naakt
6 augustus 2010

Kuala Lumpur (2)

Peter Breedveld

We stonden in de lift van het fantastische Mandarin Oriental hotel. Naast ons stond een man. We wachtten tot de deuren zich zouden sluiten, toen er een gehoofddoekte vrouw met een jongetje in beeld kwam. Het jongetje keek de lift in, zag mij en de andere man, en zei toen in het Arabisch tegen de vrouw: “Nee, hier niet instappen.” De vrouw wierp toch snel een blik naar binnen. Ze was erg knap. De deuren sloten zich.

Zo’n verwende snotaap, die een volwassen vrouw wel even vertelt waar ze wel en niet mag gaan. En dan die moslims. Altijd klagen dat ze worden gediscrimineerd, en deze, uit de Golfstaten, doen zelf niet anders, de hele godvergeten dag door. Ze kijken je smerig aan, ze kijken naar je vrouw alsof ze een hoer is, ze ontwijken je alsof je naar stront stinkt, ze groeten niet terug, ze kijken chagrijnig, ze snauwen.

Iedereen zeikt over Amerikaanse toeristen, maar de Khaliji zijn honderd keer erger. Kuala Lumpur barst van de Ugly Khaliji’s. Ze hebben veel geld, maar ontberen elke klasse. ’ s Morgens, bij het ontbijtbuffet, laden ze hun borden onmogelijk vol, bergen eten verslepen ze naar hun tafels. Daar gaan die vrouwen dat achter hun nikaabs naar binnen zitten werken, als Noonoo van de Teletubbies, als buitenaardse monsters in C-films uit de jaren vijftig.

En hun kinderen zijn dik, wanstaltig dik. Brutaal en ongemanierd, bovendien. Zitten we in een Indiaas restaurant, komt daar weer zo’n black moving object binnen met haar complete gevolg van misvormde, lawaaiige freaks, waaronder een brutaal, dik kind dat onmiddellijk de ober begint te ondervragen: “Waar kom jij vandaan? Jij bent Indiaas, hè?” Daarbij met haar vette vingertje naar hem wijzend. Amerikaanse kinderen zijn een stuk beleefder tegen volwassenen.

Zie ik nu Khaliji-vrouwen in een kleine ruimte staan – een winkeltje, de lift, wat dan ook. Dan kom ik er ook even bij. Nadrukkelijk vriendelijk groetend. Ik mag er ook zijn! En als ze daar moeite mee hebben, gaan ze maar weer weg – wat ze dan meestal ook doen. Wal-ge-lijk.

Gistermorgen, in de New Straits Times, las ik het verhaal van Siti Hasnah Vangarama Abdullah, die door een drietal moslimorganisaties voor de rechter is gedaagd omdat ze geen moslim wil zijn. Siti Hasnah is geboren als hindoe, maar haar ouders bekeerden zich tot de islam toen ze nog geen anderhalf jaar oud was. De rechter acht bewezen dat dit betekent dat Siti Hasnah, die korte tijd later in een hindoeïstisch weeshuis terechtkwam, toen ook tot de islam is bekeerd. En ouders hebben volgens de rechter een universeel recht te bepalen tot welke religie Siti Hasnah behoort.

Dat recht weegt voor de rechter en voor die moslimorganisaties kennelijk zwaarder dan het zelfbeschikkingsrecht van volwassen mensen. En aan het koranische voorschrift dat er geen dwang mag zijn in het geloof, hebben de Maleisische moslims overduidelijk ook geen boodschap.

Peter Breedveld, Reizen