Frontaal
Naakt
7 augustus 2010

Kuala Lumpur (3)

Peter Breedveld

De Maleisische douaniers gedroegen zich als eikels, gisteravond. Ze waren brutaal en aanmatigend, en ze deden raar tegen alle jonge vrouwen, die passeerden. Met name één klootzakje viel me op. Maakte suggestieve opmerkingen tegen een Nederlandse jongedame, en pakte en betastte elk voorwerp in de toilettas van een Chinese. Hij keek raar naar haar en fluisterde dingen die niet oké waren, aan haar gezicht te zien.

Het verschil tussen Indonesië en Maleisië wordt treffend geïllustreerd door de goedlachse, flexibele Indonesische douaniers en de fascistoïde treiterkoppen op het vliegveld van Kuala Lumpur. Maleisiërs doen graag overal moeilijk over. Indonesiërs houden het liever gezellig. Ik vind Maleisiërs niet bijzonder aardig, en Kuala Lumpur vind ik een naargeestige stad.

Ik vermoed dat heel Maleisië zo is. De New Straits Times, de krant van wakker Maleisië, grossiert in verhalen over verkrachtingen, kindermisbruik en seksschandalen. Wie zich publiekelijk mengt in de nationale discussie over gebruik van het woord ‘Allah’ door niet-moslims, wordt door de premier weggezet als haatzaaier. Het doet allemaal nogal denken aan 1984, die tirades tegen een al dan niet denkbeeldige ‘vijand’. Je wéét gewoon dat dit door politici en geestelijken gebruikt zal worden als bewijs voor de verderfelijke invloed van het westen en als aanleiding om de controle op de burgers te vergroten.

Dat gezegd hebbende, wijs ik erop dat ik dit baseer op een verblijf van vijf dagen in Kuala Lumpur en op wat ik zoal over Maleisië heb gelezen in kranten en in The New Yorker. U mag het afdoen als borreltafelpraat, maar ik zal dit stukje over een jaar of wat nog eens aanhalen. Ik denk dat Maleisië het Iran van Zuidoost-Azië gaat worden.

U weet het al: Kuala Lumpur is niet mijn stad. Het is geen Singapore. Chinatown is een verzameling marktkramen (nep-Rolexen, vooral) en een aantal extreem troosteloos ingerichte restaurants met bakken vol levende kikkers en vissen in het zicht van de gasten (maar waar je wel erg lekker kunt eten), en er zijn maar liefst twee Little India’s, waarvan de onbeschrijflijk lelijke smerigheid je alle levenslust beneemt. De aangenaamste plekken om te vertoeven zijn het zwembad met terras op het dak van het Mandarin Oriental en het nabijgelegen, overdekte luxe winkelcentrum KLCC.

Dit betekent niet dat ik het niet naar mijn zin heb gehad in Kuala Lumpur. Ik was er met Hassnae en met haar zou ik het zelfs in Lelystad nog naar mijn zin hebben en zonder haar zou ik het zelfs in mijn favoriete stad Tokyo niks aan vinden. Ik heb me nog nooit zó met iemand verbonden gevoeld als met Hassnae. Ik kan met niemand zó onbedaarlijk hikken van het lachen, zo hilarisch ruziemaken, zó genieten van een viscurry als met Hassnae. We houden van dezelfde dingen, we ergeren ons aan dezelfde dingen, we leveren voortdurend tegelijkertijd dezelfde sardonische commentaren op dezelfde dingen.

We lijken griezelig veel op elkaar en in tegenstelling tot wat ik vroeger dacht, en tot wat veel mensen zeggen, maakt dat het leven een stuk makkelijker. Ik hoef haar mijn impulsieve gedrag niet uit te leggen, mijn driftbuien, mijn kinderachtige neigingen en behoeftes en mijn stijfkoppigheid, want ze weet precies waar het vandaan komt. Zij is ook zo. Dat ze moslim is en ik niet, en dat ze Marokkaans is en ik Hollands, heeft nooit een rol van enige betekenis gespeeld. Ik geniet van het feit dat we het levende tegenbewijs vormen van alles wat moslimfundi’s en islamofoben beweren over moslims en niet-moslims. Wij zijn elkaars spiegelbeeld, en samen zijn we onkwetsbaar.

Samen hebben we toch maar mooi Kuala Lumpur overleefd.

Peter Breedveld, Reizen