Parfum
Sheikh Nefzaoui

Illustratie: Jean-Léon Gérôme
Het gebruik van parfum, zowel door de man als door de vrouw, stimuleert de copulatie. De vrouw raakt bedwelmd door het parfum van de man en het is al vaak bewezen dat parfums een probaat middel zijn voor de man om de door hem begeerde vrouw te krijgen.
Ter illustratie dient het verhaal van Moçama, de bedrieger, de zoon van Kaiss – die God vervloeke -, die beweerde de gave der profetie te hebben en die Gods Profeet (vrede zij met hem) imiteerde, en die daarom, samen met een groot aantal Arabieren, de toorn van de Almachtige over zich afriep.
Moçama, de zoon van Kaiss, de bedrieger, deed eveneens de koran onrecht door zijn leugens en bedrog. Mensen, die zwak waren in hun geloof, vertelde hij dat de engel Gabriël ook hem een soera had ingefluisterd, zoals God dat via Gabriël bij de Profeet had gedaan.
Hij bespotte de soera ‘De Olifant,’ zeggende: “In deze soera van de Olifant zie ik de olifant. Wat is de olifant? Wat is zijn betekenis? Wat is deze viervoeter? Hij heeft een staart en een lange slurf. Is hij niet ook een schepsel van onze God, de Almachtige?”
Ook rond de soera ‘De Overvloed’ creëerde hij controverse. Hij zei: “We hebben u kostbare stenen gegeven en u boven andere mensen verheven, maar hoed je ervoor daarover te pochen”.
Moçama perverteerde dus diverse soera’s met zijn leugens en bedrog.
Tijdens zijn bezigheden hoorde hij mensen spreken over de Profeet (vrede zij met hem). Hij hoorde dat, nadat de Profeet zijn eerbiedwaardige handen op een kaal hoofd had gelegd, het hoofdhaar meteen weer was gaan groeien. Dat hij spuwde in een put, waarna het water in overvloed vloeide, en het vervuilde water in één keer schoon en drinkbaar werd. Hij hoorde dat de profeet in de ogen van een blinde had gespuwd, waarna die weer kon zien en dat hij zijn handen op het hoofd van een kind had gelegd, zeggende: “Dat hij een eeuw leven moge”, en dat het kind inderdaad honderd jaar oud was geworden.
Toen Moçama’s discipelen deze dingen zagen of erover hoorden spreken, kwamen zij naar hem toe en zeiden: “Wist u dat, van wat Mohammed allemaal voor elkaar kreeg?” En hij antwoordde: “Ja, dat wist ik, en ik zal het je sterker vertellen: ik kan nog wel wat meer dan de Profeet.”
Maar Moçama was een vijand van God, en toen hij zijn onfortuinlijke hand op het hoofd legde van iemand met weinig haar, werd de man in één keer helemaal kaal. En toen hij in een bijna opgedroogde put spuwde, werd het zoete water vuil door de wil van God. Als hij in een zwerend oog spuugde, werd het meteen blind en toen hij zijn hand op het hoofd van een kind legde, zeggende: “Dat hij een eeuw leven moge”, stierf het binnen een uur.
Zie, broeders, wat er gebeurt met degenen wier ogen gesloten blijven voor het licht, en die verstoken zijn van hulp van de Almachtige!
En zo handelde ook de vrouw van de Beni-Temim, genaamd Chedjâ el Temimia, die pretendeerde een profete te zijn. Ze had van Moçama gehoord, en hij van haar.
Deze vrouw had macht, want de Beni-Temim is een grote stam. Ze zei: “Twee personen kunnen niet tegelijk de gave der profetie bezitten. Dus of Moçama is een profeet en dan zullen mijn volgelingen en ik ons aan zijn wetten houden, of ik ben een profeet en dan moeten hij en zijn discipelen mij gehoorzamen.”
Dit gebeurde na de dood van de Profeet (de aanhef en genade van God zij met hem).
Chedjâ schreef vervolgens aan Moçama een brief, waarin ze hem zei: ‘Het is niet goed dat twee personen zich tegelijkertijd opwerpen als profeet. Er kan er maar één profeet zijn. Laat ons een ontmoeting regelen en elkaar testen. Dan bespreken we dat, wat van God tot ons is gekomen (de koran), en we volgen de wetten van diegene, die erkend moet worden als de ware profeet.’
Vervolgens verzegelde ze haar brief en gaf die aan een bode, zeggende: “Ga met deze missive naar Yamama, en geef ze aan Moçama ben Kaiss. Ik zal je volgen met het leger.”
De volgende dag besteeg de profete haar paard, met haar stam, en volgde het spoor van haar gezant. Toen die laatste bij Moçama was aangekomen, groette hij hem en gaf hem de brief.
Moçama opende die en liet de inhoud tot zich doordringen. Hij was ontzet, en beraadslaagde met de mensen van zijn stam, de één na de ander, maar hij vond in hun adviezen en opvattingen niets dat hem zou kunnen redden van deze penibele situatie.
Terwijl hij daar zat te kniezen, kwam één van de helderder lichten van zijn stam naar hem toe en zei: “O, Moçama, kalmeer uw ziel kalm en ontnuchter uw blik. Ik geef u het advies van een vader aan zijn zoon.”
Moçama zeide tot hem: “Spreek, en mogen je woorden waar zijn.”
En de andere zei: “Richt morgenochtend buiten de stad een tent op van gekleurde brocades, voorzien van allerlei soorten meubelen. Vul de tent daarna met een verscheidenheid van verschillende parfums: amber, muskus, en allerlei geuren, zoals roos, oranje bloemen, narcissen, jasmijn, hyacint, anjer en andere planten. Laat daarna vele gouden wierookvaten gevuld met groene aloë, amber, enzovoort. Hang vervolgens gordijnen op, zodat er niets van deze parfums kan ontsnappen. Als de damp sterk genoeg is om in water door te dringen, gaat u op uw troon zitten en laat u de profete uitnodigen in de tent, waar u dan alleen met haar zult zijn. Als u daar dus bijelkaar zit, zal ze de geuren inhaleren en ervan genieten, en ze zal ontspannen en tot rust komen, en uiteindelijk zal ze zwijmelen. Als u haar in die staat ziet, dingt u naar haar gunsten, die zij niet zal aarzelen u te geven. En na haar eenmaal bezeten te hebben, zult u uit deze gênante situatie gered zijn.”
Moçama riep: “Je hebt goed gesproken. Zo waar dat God leeft, dat is nog eens een goed doordacht advies.” En hij regelde alles precies zoals de man gezegd had.
Toen de lucht in de tent inderdaad zo zwaar van parfum was, dat het tot in het water doordrong, ging hij op zijn troon zitten en liet de profete komen. Ze betrad de tent en was alleen met hem. Hij ging met haar in gesprek. Tijdens het gesprek zag hij dat ze inderdaad haar tegenwoordigheid van geest verloor, in verlegenheid werd gebracht en verward raakte.
Toen hij haar in die staat zag, wist hij dat ze naar hem verlangde, en hij zei: “Kom, sta op en geef u aan mij, daar heb ik deze plek voor ingericht. Als u wilt, mag u op uw rug liggen, of u kunt op handen en voeten staan, of knielen als in gebed, met uw voorhoofd op de grond en uw kont in de lucht, als een driepoot. Welke positie u maar wilt, spreek, en ik zal u behagen.”
De profete antwoordde: “Neem mij op alle mogelijke manieren. Laat de openbaring van God op mij neerdalen, O Profeet van de Almachtige. ”
Hij wierp zich meteen op haar, en nam haar zoals het hem geriefde. Ze zei toen tegen hem: “Als ik straks weg ben, vraag mijn stam dan om me aan u uit te huwelijken.”
Toen ze de tent verlaten had en haar discipelen ontmoette, vroegen ze haar: “Wat is het resultaat van de conversatie, O profete van God?” en zij antwoordde: “Moçama heeft me laten zien wat er aan hem is geopenbaard, en ik heb het herkend als de waarheid, gehoorzaam hem dus.”
Moçama vroeg haar ten huwelijk, wat werd gehonoreerd. Toen haar stam naar de bruidsschat vroeg, zei hij: “Ik ontsla je van de verplichting van het namiddaggebed.” Sinds die tijd bidden de Beni-Temim niet op dat uur, en als hen wordt gevraagd naar de reden, antwoorden ze: “Vanwege onze profete, zij alleen weet de weg naar de waarheid.” Want zij erkenden geen andere profeet.
Over dit onderwerp heeft een dichter eens gezegd:
Voor ons is een vrouwelijke profeet opgestaan;
Haar wetten volgen we. Voor de rest van de mensheid
Zijn de profeten altijd mannen geweest.
De dood van Moçama werd voorspeld in de profetie van Abou Beker (Moge God hem gunstig gezind zijn). Hij is gedood door Zeid ben Khettab. Andere mensen zeggen dat hij gedood werd door Ouhcha, een van zijn discipelen. Alleen God weet of het Ouhcha was. Zelf zegt die hierover: “Ik heb in mijn onwetendheid de beste der mensen gedood, Haman ben Abd el Mosaleb, en de slechtste, Moçama. Ik hoop dat God de ene daad wil wegstrepen tegen de andere.”
Wat hij bedoelde was dat Ouhcha, voordat hij de Profeet kende, Haman had gedood (moge God hem gunstig gezind zijn). Daarna bekeerde hij zich tot de islam en doodde hij Moçama.
Wat Chedjâ el Temimia betreft, zij toonde berouw, onderwierp zich aan het islamitische geloof en trouwde met een volgeling van de Profeet volgelingen (Moge God haar echtgenoot gunstig gezind zijn).
Zo eindigt het verhaal.
Derde deel van de vertaling van De Geurige Tuin, een vijftiende-eeuws Arabisch sekshandboek van Sheikh Nefzaoui, voluit Abu Abdullah Muhammad ben Umar Nefzaoui, geboren in de streek Nefzaoua, in het zuiden van wat nu Tunesië is. Hij stelde het boek rond 1420 samen op verzoek van de kalief, Abû Fâris. Deze vertaling is gebaseerd op de Engelse vertaling van Sir Richard Francis Burton. Uw Hoofdredacteur heeft het in zijn hoofd gezet om het hele werk in fragmenten te vertalen en te publiceren op Frontaal Naakt. Suggesties voor verbeteringen zijn van harte welkom. Het eerste deel vindt u hier. Het tweede hier.





RSS