Etnische humor

Scène uit Frank Millers 300.
Het Nederlandse cabaret ging 25 jaar geleden over van alles en nog wat, maar niet over etnische minderheden. In de jaren negentig veranderde de toon van het Nederlandse cabaret. Zij werd scherper en taboelozer. Het was de tijd waarin veel jonge honden uit minderheidsgroepen het podium succesvol beklommen, zoals de jood Raoul Heertje, de Marokkaan Najib Amhali en de Surinamer Murth Mossel. Hun zelfspot was vaak behoorlijk bijtend en nietsontziend.
In het eerste decennium van de nieuwe eeuw verandert er evenwel een hoop. Twee politieke moorden in eigen land (Fortuyn en Van Gogh) en meerdere terroristische aanslagen op westerse burgerdoelen (New York, Madrid, Londen) hebben angst en tweespalt gezaaid. Sommige conferenciers durven amper meer het onderwerp van de multiculturele samenleving kritisch-humoristisch neer te zetten of minderheden te bespotten, bang als ze zijn om van discriminatie te worden beticht. Of ze doen dat in zulke complexe sequenties van grappen en snelle verbale wendingen, dat het publiek nauwelijks in de gaten heeft wat er aan de hand is.
Luisteren naar de verbale exercities van een cabaretier als Freek de Jonge is als een ritje in een intellectuele achtbaan: aan het eind van de rit weet je niet precies wat voor buitelingen en salto’s je allemaal hebt gemaakt. Freek de Jonge zegt daarover: ‘Ik doe niet aan zelfcensuur. Je moet slimmer zijn dan je tegenstanders en niet in hun messen lopen. Met techniek kun je een heleboel oplossen in ons vak. Ik ben beslist niet minder gaan zeggen als komiek; ik breng het misschien anders.’
Zelfs een vrijmoedig man als Raoul Heertje voelt zich, blijkens zijn uitspraken in een interview met Vrij Nederland, tegenwoordig beperkt in zijn humor: ‘Ja, ik hou rekening met de gevoeligheden van bepaalde groepen’ […] ‘De dreiging van geweld spookt soms door mijn hoofd als ik grappen verzin. Je zou het zelfcensuur kunnen noemen.’ Cabaretier Theo Maassen zegt in datzelfde interview dat hij nog steeds alles kan zeggen in zijn shows. Hij voegt er wel aan toe: ‘Ik ben blij dat ik op het podium sta en niet schrijf. Zwart op wit staan de dingen een stuk harder. Je voelt de ironie dan niet. Op het podium ben ik er zelf bij. Ik voel de stemming in de zaal en kan de boel daarom beter in de hand houden.’ Heertje stemt in met dat laatste en voegt eraan toe: ‘Optreden is toch een beetje preken voor eigen parochie. De mensen vinden je oké, anders waren ze niet komen kijken. Als je een stukje schrijft, bereik je ook mensen die niet op je zitten te wachten.’
De Deense cartoonrellen hebben aangetoond dat je wat dit betreft niet alleen meer te maken hebt met het Nederlandse publiek. Hypothetisch kan bijvoorbeeld een ‘foute’ moslimgrap geschreven in een van onze nationale media er voor zorgen dat er een fatwa over je wordt uitgeroepen in Iran.
Dat de taboes per land verschillen merkte Heertje toen hij kortgeleden in de Verenigde Staten optrad. Op een grap over het verbranden van de Amerikaanse vlag kreeg hij afkeurende geluiden uit de zaal te horen. Een grap over de orkaan Katrina, die New Orleans onder water zette, werd met oorverdovende stilte ontvangen.
Degene die in Nederland altijd heel bewust de grenzen van de vrijheid van meningsuiting opzocht was filmer en columnist Theo van Gogh. Voor hem hield de vrijheid van meningsuiting in dat je mensen mag beledigen als je je daartoe geroepen voelt. Islamieten noemde hij steevast geitenneukers, daarmee doelend op de vermeende oversekstheid van islamitische mannen.
De grens lag voor Van Gogh bij de overgang tussen verbaal en fysiek geweld. Het laatste keurde ook hij af, wat niet heeft kunnen voorkomen dat hij er uiteindelijk juist slachtoffer van werd. Noem het de ironie van het lot. Je hoeft niet van Van Goghs ‘humor’ te houden, maar in een ding had hij wel gelijk: politieke correctheid is vaak niet meer dan een maskering van latent aanwezig racisme, en met de taboeïsering van racistische gedachten schieten we niets op, want ze verdwijnen er niet mee.
Raoul Heertje hekelt de trend onder sommige van zijn collega’s om na de gewelddadige dood van Theo van Gogh het publiek koste wat kost te willen provoceren met foute grappen. Heertje: ‘Dat vind ik totaal niet interessant. Als je een keer per ongeluk tegen een grens oploopt is dat spannend. Maar moedwillig zoveel mogelijk erge dingen roepen vind ik volstrekt debiel.’ Een voorbeeld van zo’n rasprovocateur is stand-up comedian André Manuel. Hij probeert zijn publiek steevast op stang te jagen met seksistische en racistische grappen. Manuel: ‘Er heerst angst onder artiesten. De afgelopen jaren is de stemming in Nederland behoorlijk veranderd. De cartoonist tekent anders, de filmer filmt anders.’
In september 2006 kwam een groep Nederlandse kunstenaars onder leiding van regisseur Eddy Terstall en cabaretiers Hans Teeuwen en Diederik Ebbinge met een manifest, gericht aan de Nederlandse politiek. In het manifest, getiteld De vrijheid van meningsuiting is net zo ononderhandelbaar als de gelijkheid, stellen ze dat ‘kunstenaars en opiniemakers zich onbelemmerd moeten kunnen uiten’. Alles en iedereen moet ‘bekritiseerd, gerelativeerd en bespot’ kunnen worden, ‘zonder enig voorbehoud en zonder aanziens des persoons’. Artiesten zouden altijd moeten kunnen rekenen op de bescherming van de vrijheid van meningsuiting door de politiek, aldus de groep. Ex-cabaretier Teeuwen: ‘Vroeger zochten cabaretiers juist de onderwerpen op die taboe waren. Nu hoor ik veel van hen zeggen dat ze geen behoefte hebben om grappen te maken over de profeet Mohammed. Ik weet dat het makkelijk praten is voor iemand die niet meer op het podium staat [Teeuwen is in 2005 gestopt met het vak], maar zeg dan gewoon eerlijk dat je geen trammelant wilt.’
Een Nederlands beginnend stand-up comedian die dezelfde mening is toegedaan is Ewout Jansen. In verband met grappen over moslims zegt Jansen: ‘Veel cabaretiers matigen hun toon, maar ik vind dat een beetje laf.’ Zelf kreeg hij in januari 2007 te maken met bedreigingen van een Amsterdams moskeebestuur omdat hij in zijn programma enkele grappen over moslims maakt. Tijdens een interview zei de tolk van de moskee dat de cabaretier vanwege zijn grappen over moslims ‘geslagen of doodgemaakt’ mag worden. Op de vraag of hij dat goedkeurt, antwoordde de man: ‘Ja. Als hij te ver gaat, mag dat. Een islamiet mag hem afmaken. Je mag de islam niet beledigen. Als de rechter niet ingrijpt, moet een moslim het recht in eigen hand nemen.’ Hij voegt daar nog een vergelijking met de vermoorde filmmaker Theo van Gogh aan toe. ‘Die is verschillende keren bedreigd. Maar daar trok hij zich niets van aan.’
Jansen neemt het voorval vooralsnog vrij laconiek op. ‘Ik schrok wel even toen ik het hoorde, maar ik ben niet bang.’ Jansen voelt zich niet persoonlijk aangevallen: ‘Die imam kreeg een stukje uit onze show te zien. Daarna zei hij dat grappen over de islam, hoe onschuldig ook, überhaupt niet mogen. Dat is dus niet speciaal gericht tegen mij. Hij wil eigenlijk een algeheel verbod op moslimgrappen, en dat is natuurlijk niet realistisch.’
Ook zie je geregeld dat etnische grappen niet vanuit racistische motieven worden gemaakt, maar juist om racisme aan de kaak te stellen. Zo lijkt Preek de Jonge zijn publiek soms op xenofobe trekken te willen betrappen met racistisch getinte opmerkingen. Zodra er dan gelachen wordt geeft De Jonge zijn publiek de wind van voren, zoals tijdens een voorstelling van De Mythe:
Ik sta laatst voor mijn boekenkast. Ik wil het telefoonboek erbij stoppen. Past niet. Te veel boeken. Of: telefoonboek te dik. Dus ik begin te bladeren. Ik denk: die bladzij met Aron kan er wel uit. En die bladzij Bouterse kan er ook wel uit. Die drie bladzijden Cohen kunnen er ook uit. Wat bleek: als al die vreemdelingen oprotten, past mijn telefoonboek weer in de boekenkast. [Gelach van het publiek] Er zitten onherroepelijk racisten in de zaal vanavond!
Een voorbeeld van cabaretier Theo Maassen uit het programma Cabarestafette, waarin Maassen zich bedient van het typetje van de hufterige racist. Net als Archie Bunker zet Maassen met zijn typetje niet de buitenlanders te kakken, maar juist de racisten.
Vroeger, vroeger was er nooit iets aan de hand met het milieu. Nou heb je hier al die buitenlanders en dan zit er ineens een gat in de ozonlaag! Rara, hoe kan dat! Maar dat mag dan niet gezegd worden, dan ben je aan het discrimineren. Maar ik discrimineer echt niet, voor mij zijn alle buitenlanders hetzelfde.
De enigen die zekere privileges genieten bij het maken van grappen over buitenlanders zijn die ‘buitenlanders’ zelf. In België is bijvoorbeeld de jonge Belgisch-Marokkaanse stand-up comedian Youssef El Mousaoui populair. Hij maakt grappen die een autochtone Belg zich niet zou kunnen veroorloven zonder voor racist te worden uitgemaakt: Ik denk er geen seconde aan te verhuizen. België is het enige Arabische land waar nog geen oorlog is.
Ik spreek snel, hé. Maar dat is jullie eigen schuld. Ik moest van jullie een snelcursus Nederlands volgen.
Mijn vader? Die heeft een eigen zaak. Ze komt volgende week voor.
De Nederlands- Marokkaanse cabaretier Najib Amhali in Vrij Nederland: ‘Ik ben een groot voorstander van vrijheid. Zo’n Mohammed Rabbae [vml. GroenLinks-politicus] die dan gaat roepen dat je beter geen grappen kunt maken over de islam en de Taliban … Ik dacht: hoor ik dit goed? Wat klétst die man nou… Dan dwing je mensen juist in het verdomhoekje: “Nee, over ons mag je geen grappen maken, want wij zijn zielig.” Néé man! Daar erger ik mij dood aan. Humor is juist belangrijk. Ik ben bevriend geraakt met Raoul Heertje. Hij is jood, ik ben moslim. Dat geeft een band. Je ziet dat overal in de wereld joden en moslims met elkaar overhoop liggen. Wij zien de goede kanten van elkaar, terwijl we echt vreselijke grappen over elkaar maken. Humor en comedy brengt mensen juist samen.’ Amhali wijst hier op een oude wijsheid: tolerantie en wederzijds begrip tussen de diverse bevolkingsgroepen, de doelstelling van het multiculturalisme, kan juist heel goed worden bewerkstelligd door humor. Die brengt mensen immers dichter bij elkaar brengen door ze samen te laten lachen om dezelfde grap. Humor heeft universele kwaliteiten die boven culturele, klassen- of rassenverschillen uitstijgen.
Adjiedj Bakas is trendwatcher. Bovenstaande tekst is een fragment uit zijn nieuwe boek, Megatrends van grimlach tot ironie.





RSS