Neem (g)een Marokkaanse jongere aan
Michiel Mans

We zagen het gisteren ook weer in Netwerk: in Nederland kunnen allochtonen zelfs nauwelijks een stageplaats krijgen. Een andere verklaring dan discriminatie werd niet gegeven. Mag ik een poging wagen?
Dat er sprake van discriminatie is, is duidelijk. Werkgevers nemen niet graag iemand aan uit een risicogroep – of wat als risicogroep gezien wordt. Deels arbeidsongeschikten, gesjeesde WAO’ers, mensen boven de veertig, ze hebben het allemaal moeilijker op de arbeidsmarkt dan een blakende twintigjarige. Behalve als de twintigjarige een Marokkaans uiterlijk heeft, of Surinaams, zoals in de Netwerk reportage.
Het zou gaan om goed geïntegreerde mensen die de Nederlandse taal spreken. Dat betwist ik. Geen van de ondervraagde jongeren sprak ABN. Ze spraken allemaal met een zwaar eigen accent en soms krom Nederlands. Met een mooie term spreek je dan over verminderde communicatieve eigenschappen. Een Fries die erg Fries praat zal hier ook last mee krijgen. Een plat pratende Amsterdamse Jordanees zal niet overal met open armen ontvangen worden. Nederlands spreken is niet voldoende, goed Nederlands spreken is beter, ABN is het best.
Het is een feit dat met name jonge Marokkanen zwaar oververtegenwoordigd zijn in de misdaad, overlast en vernielingen statistieken. Er is sprake van gangvorming, ze hebben niet zelden een don’t fuck with me-uitstraling. Zo maken ze zichzelf tot risicogroep. Een tijdje terug zag ik een reportage waarin een jeugdwerker een jonge Marokkaan begeleidde in een sollicitatiegesprek bij (uit mijn hoofd) een tuincentrum. De jongen straalde weinig enthousiasme uit en hield zijn handen in zijn zakken. Als het niet voor TV was geweest had die jongen het waarschijnlijk wel kunnen schudden. En terecht, voor hem tien anderen die wellicht meer enthousiasme uitstralen en een kwiekere indruk maken.
Het is natuurlijk buitengewoon sneu voor hen die de taal wel goed spreken, wel enthousiast op sollicitatiegesprek gaan of een puike sollicitatie insturen. Die worden, in eerste instantie, over een kam geschoren met de onderuitgezakte handen-in-de-zakken-figuren. De hoofddoekcontroverse maakt het voor meisjes lastiger. Dat wordt door sommige werkgevers als potentieel probleem gezien. Bedrijfskantines moeten hun menu aanpassen voor moslims, rekening houden met Ramadan, gebedsruimtes. Waarom zou je daar aan beginnen als je net zo makkelijk een blonde sproetenkop kunt aannemen? Desnoods een met zachte géé. Dat ken je, dat is vertrouwd.
Is het allemaal eerlijk? Nee, dat is het niet. Het is lullig en oneerlijk voor hen die hun best doen en niets met statistische rottigheid te maken hebben. Het is echter ook niet eerlijk alleen dit oneerlijke eruit te lichten. Er zou naar mijn idee meer voorlichting moeten worden gegeven over de ‘andere kant’. Er wordt te eenzijdig naar de schuldigen, in dit geval, discriminerende en soms zelfs racistische werkgevers gekeken. Dat is een zeer onvolledige en deels valse voorstelling van zaken. Het is zelfs gevaarlijk. Als je jezelf afgewezen voelt en alleen kritische zaken te horen en te zien krijgt die jouw kant van het verhaal bevestigen, dan is het niet vreemd dat je rechtvaardiging vindt voor brandende auto’s. Dat lost niets op, integendeel. Je wordt nog meer de paria die je al meende te zijn.
Michiel Mans (1956) is grotendeels autodidact, een ‘lezer’ met interesses in geschiedenis, filosofie, politiek en wetenschap. Hij komt uit een nest van ‘boerenverstand’ aan moederskant en een ‘oud koloniaal uitzuigersgeslacht’ aan vaderskant. Een mix van Drents humanisme en rechts reactionair in een liberale, sceptische saus.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS