Ik wil geen last van gelovigen hebben
Peter Breedveld

Plaatje van Jean-Léon Gérôme
Bart Klink geloofde tot zijn achttiende in God. Hij bad, ging op zondag naar de Nederlands Hervormde kerk, vroeg zich zoals veel andere gelovigen af hoe het kon dat God het Kwaad z’n gang liet gaan op aarde. De antwoorden van theologen op zulke vragen, dat het een gevolg is van de erfzonde, dat God de mens een vrije wil heeft gegeven, die vond ik min of meer bevredigend.
Maar toen hij de geschriften van onder andere de Vlaamse atheïstische filosoof Etienne Vermeersch onder ogen kreeg, ging het mis met Klink. Ik werd gewezen op de gruwelijke passages in de Bijbel, die had ik in de kerk nooit gehoord. En de oorsprong van het christendom, dat de evangeliën tientallen jaren na Christus’ dood zijn geschreven en er dus goede redenen zijn te twijfelen aan hun betrouwbaarheid, daar hadden ze het in de kerk ook nooit over gehad. En dat allerlei christelijke opvattingen per keizerlijk decreet zijn ingevoerd. Over de goddelijke natuur van Christus, over de drie-eenheid van God, Christus en de Heilige Geest, daarover is gestemd tijdens het eerste concilie van Nicea.
Dwaas
Er is niet één punt in Klinks leven waarop hij definitief besloot het geloof de rug toe te keren. Op een gegeven moment is het balletje gewoon gaan rollen. Mijn vader is ook al een tijdje niet meer gelovig en mijn moeder twijfelt. Volgens mij heeft dat te maken met haar ouders, die wil ze niet met haar ongeloof confronteren. Klinks grootvader is predikant. Maar hij heeft de kracht niet meer om met mij een discussie over het geloof aan te gaan.
Klink noemt zichzelf een atheïst. Hij heeft een website, De Atheïst’, (www.deatheist.nl, dertig à veertig bezoekers per dag) waar hij zijn essays over atheïsme en de reacties daarop publiceert. Ik heb gemerkt dat mensen bizarre ideeën over atheïsten hebben. Atheïsme wordt geassocieerd met kilheid, hardheid, rücksichtslos rationalisme. In psalm 53 staat: De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.’ Er wordt met afkeer naar atheïsten gekeken. Een groot deel van de Amerikaanse bevolking ziet zijn dochter of zoon nog liever thuiskomen met een homo of een moslim dan met een atheïst. Met zijn site probeert Klink het beeld wat bij te stellen en het atheïstische woord te verspreiden. Dingen helder neerzetten, noemt hij het zelf.
Breed oriënteren
Klink is niet van de straat, zoveel wordt duidelijk voor wie hem zonder stotteren uit zijn hoofd allerlei theologische en filosofische theorieën uiteen hoort zetten. Er zijn niet zo heel veel studenten meer die zó belezen zijn als hij. En Klink studeert niet eens wijsbegeerte of iets dergelijks, hij doet bewegingswetenschappen. Ik hou ervan me breed te oriënteren. Ik lees veel, maar ik hou ook van sport. Ik hoop na mijn studie les te gaan geven in anatomie en fysiologie. Als een van de weinige studenten volgt hij ook delen van het studium generale, de mogelijkheid die elke universiteit biedt aan studenten en andere belangstellenden om zich breder te vormen dan alleen op het gebied van hun studie. Ik ben inderdaad meestal een van de jongste deelnemers, beaamt hij.
Je hoort mensen wel zeggen dat atheïsme een geloof is, maar dat is hetzelfde als stellen dat kaalheid een haarkleur is. Mijn atheïsme definieer ik als de afwezigheid van het geloof in God. Ik vind de argumenten voor het bestaan van God gewoon niet overtuigend. Maar zijn de argumenten tegen God dan zoveel overtuigender? Je kunt toch niet zeker weten dat God niet bestaat? Daar is toch ook geen bewijs voor? Zeg je dat ook over elfjes, of over Sinterklaas, of over de tandenfee? werpt Klink tegen. Ik kijk naar de waarschijnlijkheid van veronderstellingen. Het gaat me om de kracht van de argumenten. En wanneer iemand met een heel overtuigend argument voor het bestaan van God komt, zegt Klink, dan wordt hij zo weer gelovig. Geen probleem.
Eind der tijden
Hij wil mensen dan ook niet van hun geloof afpraten. Mensen mogen van mij geloven wat ze willen, maar ik wil er geen last van hebben. Ze moeten anderen hun opvattingen niet opleggen. Onze huidige regering wil bijvoorbeeld godslastering verbieden en dat vind ik achterhaald en verwerpelijk. Alleen al omdat het nogal subjectief is wat je onder godslastering verstaat. Het brengt de academische vrijheid ook in gevaar: interessant onderzoek gaat bijvoorbeeld over de herkomst van de christelijke God, dan blijkt Jahweh uit het Oude Testament eerst een god onder de goden te zijn, die vervolgens opklimt naar de status van oppergod, en daaruit ontstaat dan het monotheïsme. Veel gelovigen zullen dat als godslasterend ervaren. Onderzoekers die zich bezighouden met de herkomst van de Koran moeten hun bevindingen zelfs onder pseudoniem publiceren, omdat ze anders hun leven niet zeker zijn.
De toekomst ziet hij met enige zorg tegemoet. Een grootmacht als de Verenigde Staten wordt geregeerd door een president die zich laat inspireren door zijn christelijk geloof. Op basis daarvan bedrijft hij zijn politiek. Als je je dan ook nog bedenkt dat een groot deel van de Amerikaanse bevolking gelooft dat het eind der tijden nadert, en dat ze daarom geen noodzaak ziet tot het behoud van deze wereld, maakt dat me ongerust. En een conflict van mondiaal belang als dat tussen de Palestijnen en Israël heeft ook een sterk religieuze component. Dat vind ik verontrustend.”
Tot het atheïsme zullen niet veel mensen zich in de nabije toekomst bekeren, maar als iedereen nou maar een gematigde vorm van zijn geloof gaat belijden, dan ziet Klink nog wel reden tot optimisme.
www.deatheist.nl. Dit artikel is eerder gepubliceerd in Ad Valvas, weekblad van de Vrije Universiteit.





RSS