Opstandige zoon
Daniel Teeboom

Illustratie: Youji Muku
De Bijbel en de Koran staan sinds kort samen op de website Bijbelenkoran.nl. Uit de krant begreep ik dat de initiatiefnemers, de Ikon en de Wereldomroep, ‘een brug willen slaan tussen moslims en christenen’. Dat willen ze doen door te wijzen op de overeenkomsten tussen de Bijbel en de Koran. Zo komen de namen van Jezus, Noach en Mirjam bijvoorbeeld in beide heilige boeken voor.
Dat is natuurlijk mooi, maar of dat een overeenkomst is weet ik niet.
Zo beweert de Koran in de soera’s 19:28, 66:12 en 20:25-30 dat de moeder van Jezus ook de zuster van Aäron was: Mirjam. Dat is knap, want Aäron, de broer van Mozes, leefde zo’n 1500 jaar voordat Jezus op het toneel verscheen. Maria was dus niet alleen maagd toen ze beviel van Jezus, maar ze was ook al meer dan duizend jaar dood. Hoe ze dat in de Koran verklaren is me niet helemaal duidelijk.
In wat christenen het Oude Testament noemen, staat nergens dat Joden geloven in de komst van een goddelijke Messias die geofferd zal worden om de mensheid te redden. Dat idee staat haaks op het joodse monotheïsme. De vier evangeliën mogen woorden gebruiken die ook in de joodse Bijbel voorkomen, de ideeën erachter zijn volledig anders.
Christenen en moslims, kortom, baseren zich beide op joodse geschriften die Joden blijkbaar op een heel verschillende manier interpreteren. Dat is voor christenen en moslims niet zo prettig. Zouden het christendom of de islam werkelijk de voortzetting van het jodendom zijn, dan zouden Joden dit als eersten moeten herkennen. Het tegendeel is waar: Joden moeten niets hebben van het christendom of de islam.
Het voordeel van het jodendom is wél dat een religieuze Jood uit het bestaan van christendom en islam tenminste nog de zekerheid kan halen dat zijn godsdienst een kern van waarheid moet bevatten. Ik kan althans geen andere reden bedenken waarom christenen en moslims zich zouden baseren op joodse geschriften, als ze niet zouden geloven dat er iets van waar moet zijn.
Uiteraard kun je teksten en woorden met elkaar vergelijken, maar daar schiet je niet zoveel mee op. Veel nuttiger is het om te kijken hoe met die teksten wordt omgegaan. Het duidelijkst komt dit naar voren in de wijze waarop de wetten worden geïnterpreteerd.
De traditionele islam neigt naar een letterlijke interpretatie. Als de Koran het woord van God is, dan moet de gelovige precies doen wat daarin staat. In het traditionele jodendom gaat dat iets anders. Als de Bijbel de videorecorder is, dan is de Talmoed de handleiding waarin staat hoe de wetten van God ten uitvoer moeten worden gebracht.
Zo krijgen de Israëlieten in Deutronomium 21:18 de opdracht om rebelse zonen om het leven te brengen:
Als ouders een opstandige, onhandelbare zoon hebben, die niet naar hen luistert en ook na hardhandige bestraffing nog niet wil gehoorzamen, dan moeten zijn vader en zijn moeder hem meevoeren naar de stadspoort en hem aan de oudsten voorgeleiden. Ze moeten tegenover de stadsoudsten verklaren: ‘Onze zoon is opstandig en onhandelbaar. Hij wil niet naar ons luisteren. Hij is een losbol en hij drinkt te veel.’ De inwoners van de stad moeten hem dan stenigen tot de dood erop volgt.
De rabbijnen die deze tekst meer dan 2000 jaar geleden lazen, waren mensen die in staat waren te twijfelen aan het Woord van God. In plaats van blind hun kinderen te executeren, verzonnen ze net zoveel voorwaarden waaraan moest worden voldaan, totdat het onmogelijk werd dit gebod ooit uit te voeren.
Omdat er ‘zoon’ staat, besloten ze dat deze wet geen betrekking heeft op meisjes, of op jongens ouder dan dertien jaar. En het kon ook niet gaan om een heel klein kind. Daarom stelden ze vast dat de enigen die in aanmerking kwamen, jongetjes waren in de laatste drie maanden vóór hun dertiende verjaardag (Mishnah Sanhedrin 8:1 and Talmud Sanhedrin 68b-69a). Het woord ‘losbol’ is een verkeerde vertaling, eigenlijk staat er ‘vreetzak’. Daarom besloten de rabbijnen dat zo’n zoon om in aanmerking te komen voor de doodstraf, grote hoeveelheden rauw vlees moest eten, dat hij dat vlees moest stelen van z’n ouders en bovendien moest nuttigen in het gezelschap van ‘slechte mensen’ (Mishnah Sanhedrin 8:3 and Talmud Sanhedrin 70a-b). Verder werd deze wet ongeldig verklaard voor wie in Jeruzalem leefde (Nachshoni 1328, 1334-1335).
De kans dat een dertienjarige zich bezat terwijl hij in het gezelschap van criminelen kilo’s rauw vlees oppeuzelt, is nogal klein. Met trots vermeldt de Talmoed dan ook dat ‘de wet van de opstandige zoon’ nog nooit in de geschiedenis van het volk Israël ten uitvoer is gebracht.
Deze creatieve omgang met heilige teksten betekent natuurlijk niet dat het jodendom geen problemen heeft. Zo moet je er als religieuze jood maar op vertrouwen dat Mozes en de profeten, voor zover ze überhaupt bestonden, geen stemmen hoorden. Maar dat is een probleem voor iedere gelovige, los van de godsdienst die hij belijdt.
Duidelijk is wél dat het jodendom traditioneel makkelijk met twijfel omgaat. In ieder geval helpt het zie de wet van de opstandige zoon als je om te geloven niet volledig je verstand hoeft uit te uitschakelen.
De islam is in de interpretatie van de wetten veel minder flexibel. Orthodoxe moslims zijn er trots op dat ze hun heilige teksten volledig letterlijk nemen. Twijfel is voor hen taboe. Moslims moeten bijvoorbeeld aanvaarden dat Mohammed werkelijk regelmatig via een engel sprak met de Schepper van het universum. Wie twijfelt, zou zomaar kunnen concluderen dat alles wat Allah in de Koran zegt, eigenlijk gewoon de mening van Mohammed is.
Ook het christendom maakt het twijfelaars een beetje lastig. Het is inmiddels algemeen geaccepteerd dat het idee van Jezus als goddelijke Messias pas na de dood van Jezus geïntroduceerd werd door Paulus. Paulus heeft Jezus nooit gekend of ontmoet en kreeg bovendien flinke ruzie met diens familie en naaste volgelingen, omdat die er een heel andere notie van Jezus op nahielden. Toch volgt het christendom de versie van Paulus, en niet van de mensen die Jezus gekend hebben. Het is de moeite waard om daar even bij stil te staan.
Paulus bedacht het idee van Jezus als goddelijke Messias pas na diens dood. Het is niet onwaarschijnlijk dat Jezus een joodse leider was die door de Romeinen aan het kruis genageld werd omdat hij de authentieke joodse monarchie wilde herstellen. Hetzelfde probeerden de Zeloten dertig jaar later te bereiken met een grote opstand tegen de Romeinen.
Jezus wordt in het Nieuwe Testament gepresenteerd als een afstammeling van koning David. Hij wordt de Messias genoemd, een term die in het Hebreeuws voor alle joodse koningen gebruikt werd. Dat heeft alleen maar nut als je een claim wilt leggen op de troon. In het diepreligieuze Judea kon Jezus zijn claim alleen maar in religieuze termen verpakken. Niet omdat hij wilde bewijzen de zoon van God te zijn, maar om duidelijk te maken dat hij in tegenstelling tot Herodes en de collaborateurs in de Tempel het joodse koninkrijk in ere kon herstellen.
Jezus stierf aan het kruis als joodse rebel, niet als rebel tegen het jodendom. Paulus was een Romeins staatsburger die eerst de aanhangers van Jezus vervolgde, om plotseling van mening te veranderen en zich bij hen aan te sluiten. Zijn invloed gebruikte hij om de anti-Romeinse Jezusbeweging te veranderen in een pro-Romeinse en anti-joodse godsdienst. De kerk heeft die missie in de eeuwen die volgden met veel succes én met veel bloedvergieten voortgezet.
Misschien bij nader inzien dus niet zo verrassend dat ze zich bij de Ikon en de Wereldomroep liever beperken tot het vergelijken van woordjes.
Daniel Teeboom (1972), heeft acht jaar in Israel gewoond en daar Engelse en Duitse literatuur gestudeerd. Hij is nu IT-er. Zijn devies: Aardbeien met slagroom. Dit artikel is eerder gepubliceerd in dagblad Trouw.





RSS