Turkse soaps
Hassnae Bouazza

Terwijl de wereld zich opmaakte voor een nieuwe Amerikaanse president, verzuchte de Egyptische politieke commentator Hamdie Qandiel bedroefd hoe ontwikkeld het Westen is en hoeveel de Arabische politici achterlopen met hun verkiezingsoverwinningen van 98 procent. Wat in Amerika is gebeurd, wordt door menige Arabier gezien als een sterk staaltje echte democratie.
Qandiel analyseert elke vrijdag in zijn programma Qalaam Rasaas (‘Potlood’) op Dubai TV het politieke nieuws met onversneden kritiek op de Arabische politici. Dit is hem komen te staan op een ban in Egypte. Criticasters verwijten hem dat hij kritisch is uit bitterheid dat hij Egypte niet in mag.
Diezelfde criticasters stellen zichzelf niet de vraag of zijn ideeën gefundeerd zijn en vinden het kennelijk niet vreemd dat je een land niet meer in mag omdat je kritiek hebt. Verandering, zo stelt Qandiel na de zege van Obama, is iets wat de Arabische wereld op haar buik kan schrijven. Of niet?
Op het moment dat iedereen druk is met de landelijke en internationale gebeurtenissen, is er in alle stilte een overname gaande waar niemand weet van lijkt te hebben. Een sluipende annexatie van de Arabische wereld door middel van Turkse soaps.
Het begon allemaal met de Sanawaat Addayaa’ (‘Verloren Jaren’) bij de zender MBC, waarin de arme Yahya verliefd was op de mooie Rafief die uiteindelijk met een rijke man trouwde. Het verhaal over de gedoemde liefde sleepte zich maar liefst 160 afleveringen voort, tot lang nadat Rafief was overleden. In die tijd vroeg mijn moeder, een groot liefhebster van goeie soaps, zich vaak vertwijfeld af wanneer er nou eindelijk eens een eind aan zou komen. Het was even wennen voor de Arabische kijker: van dertig afleveringen voor een soap, moesten ze er nu ruim honderd uitzitten. Hoewel, veel kijkers waren het Mexicaanse genre al gewend en die soaps duren ook ondraaglijk lang.
Terwijl Sanawaat Addayaa’ nog liep, kwam Nour, die nog populairder werd en dankzij Saoedische geestelijken, die opriepen tot een verbod van de serie, internationale aandacht kreeg.
De soaps worden nagesynchroniseerd door Arabische acteurs en de personages krijgen Arabische namen. De Turkse soaps liggen wat thematiek betreft dichtbij de Arabische, maar de aanpak en sfeer verschillen en dat bleek een aangename verandering van spijs voor de kijkers. In Sanawaat Addayaa’ werd de ongetrouwde, zwangere Lamies niet verstoten door de gemeenschap. In Nour hervatten de hoofdpersonages hun relatie na hun scheiding en het opvallende aan deze serie was het seculiere milieu waarin het zich afspeelde, dit in tegenstelling tot zijn Arabische tegenhangers, waar de verhalen zich meestal afspelen binnen de moslimgemeenschap met al zijn tradities en taboes.
Kuddegedrag is ook de Arabische mensch niet vreemd, en dus volgden vele zenders MBC’s voorbeeld en kochten één of meerdere Turkse soaps aan en nu is het televisielandschap ermee bezaaid.
Afgelopen week was het slot van de korte soap (34 afleveringen) Laa Makaan Laa Watan (‘Geen Plek, Geen Land’) over de onmogelijke liefde (heerlijk thema, maar ik ben dan ook een vrouw) tussen Mouna en Hsein. Mouna raakt ongetrouwd zwanger van Hsein en moet, als gevolg van eerwraak, gedood worden. Haar familie zorgt dat ze, door bemoeienis van een meneer Nizaar, gered wordt van de dood en wat volgt, is eerst een zoektocht door de ouders naar Mouna, daarna haar thuiskomst waarna ze met de nek wordt aangekeken maar wel weer herenigd wordt met haar liefde om vervolgens toch maar niet met hem te trouwen en de benen te nemen als de bruidsstoet onderweg is. Die vrouwen ook. Ze kunnen nooit eens beslissen wat ze willen. Ondertussen is Nizaar wezenloos van Mouna gaan houden en na héél véél intriges en verhaalwendingen, trouwt Mouna met haar redder. Een hedendaags sprookje op het Turkse platteland.
Nu is dat natuurlijk prachtig, dat die Arabische tv zo kosmopolitisch is en programma’s uit de hele wereld aankoopt: van Zuid-Amerika tot Azië (Dubai zendt zelfs een Koreaanse soap uit) en van Amerika tot Nederland (Endemol doet er goede zaken met zijn formules), maar die Saoedische geestelijken hebben natuurlijk wél gelijk met hun waarschuwingen. Arabische bladen schrijven nu al dat de Arabische actrices niet kunnen tippen aan de schoonheid van hun Turkse collega’s, en dat gaat natuurlijk veel te ver. Ik ruik een complot, en geen Zionistisch, ditmaal. Het tweede Ottomaanse Rijk lijkt nog maar een kwestie van tijd als deze media-overname geen halt wordt toegeroepen.
Hassnae Bouazza is meesteres in de kunst van de taqiyya. Deze column werd eerder gepubliceerd in Vrij Nederland.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS