Sekstoeristen in Letterenland
Peter Breedveld

Illustratie: Wilhelm von Gloeden
Volgens literatuurwetenschapper en filosoof Stine Jensen is de toekenning van de Gouden Uil aan Robert Vuijsjes roman Alleen Maar Nette Mensen een ‘belediging voor alle literatuurliefhebbers’. In NRC Handelsblad schrijft ze met dedain dat de schrijvers Kluun en Heleen van Royen dan met terugwerkende kracht ook maar een prestigieuze literaire prijs moeten krijgen. Volgens Jensen gaat AMNM namelijk over een ‘domme dikke jodenjongen zonder verbaal talent of zelfreflectie, die in zijn eigen sociale klasse niet aan de bak komt en daarom op zoek gaat naar een intellectuele negerin’, en dat doet haar denken aan Kluuns boek Komt een vrouw bij de dokter: ‘man neukt lekker veel in de rondte, gaat flink vreemd, en zegt het allemaal eerlijk hardop’ en aan Heleen van Royens Godin van de Jacht, waarin een ‘witte vrouw op zoek gaat naar een lekkere grote zwarte negerlul’.
Die botte omschrijvingen deden mij juist weer denken aan Jensens eigen boek Turkse Vlinders, het verhaal van een zure en verbeten feministe die geen leuke man kan vinden in het intellectuele milieu rondom NRC, vertrekt naar Turkije om te zoeken naar een jonge Turk met een IQ van 90 en een geslacht van 30 centimeter.
Jensens kritiek doet erg hypocriet aan. In haar boek, dat een kruising is tussen een journalistiek verslag en de betere keukenmeidenroman, vervult ze zelf de hoofdrol. In Istanbul verliest ze haar hart aan een Turk die alles is wat Nederlandse mannen niet zijn: romantisch, attent, charmant en gul. Op Nederlandse mannen wordt vreselijk afgegeven: ze kunnen niet dansen, zijn gierig, bot en onattent.
Dat is min of meer wat de hoofdpersoon in AMNM, David Samuels, ook doet, afgeven op Nederlandse vrouwen (saai, platte billen) en een romantisch idee van de zwarte vrouw (spannend, dikke billen) najagen. Dat Jensen zo vreselijk afgeeft op Vuijsje, die ze met zijn hoofdpersoon verwart (Jensen verraadt zich door Samuels te omschrijven als een ’dikke domme jodenjongen’, maar Samuels is niet dik, Vuijsje wel), is op zijn zachtst gezegd raar. Jensen heeft Samuels niets te verwijten. Haar beeld van Turkse mannen is ook zwaar geromantiseerd, ontdekt ze zelf, waarna de generalisaties in Turkse Vlinders resoluut de andere kant opslaan. Opeens zijn alle Turkse mannen bezitterig, jaloers, hypocriet en nog slechte minnaars ook.
Het ergste is nog dat Jensen in Turkse Vlinders met behulp van tal van persoonlijke anekdotes iets algemeen geldends pretendeert te zeggen over Turkse mannen. Jensen gaat net zo te werk als haar vriendin Sunny Bergman in de documentaire Beperkt Houdbaar, die een aanklacht tegen de cosmetische industrie is. Bergman en Jensen blazen hun persoonlijke ervaringen op tot kwesties van universeel belang en gaan vervolgens op zoek naar bewijzen die ons moeten overtuigen dat wat zij hebben meegemaakt, overal en voor iedereen geldt. Eigen ervaringen worden vergeleken met die van vriendinnen en toevallige voorbijgangers en een paar welgekozen citaten uit proefschriften en onderzoeken geven het geheel een zweem van autoriteit.
Dit nu is wat Vuijsje niet doet. Hij heeft zijn hoofdpersoon weliswaar gebaseerd op zichzelf, inclusief voorkeur voor zwarte vrouwen met dikke billen, maar hij maakt een literaire stijlfiguur van die zwartevrouwenobsessie. David Samuels is een jongeman die een fantasie najaagt in een omgeving die vijandig staat tegenover multiculturaliteit en waar iedereen vooroordelen koestert over iedereen. Zijn progressieve, intellectuele vader, hoofdredacteur van een actualiteitenprogramma van het soort dat Wildersstemmers streng veroordeelt, laat duidelijk blijken niet te zijn gecharmeerd van Samuels omgang met een alleenstaande moeder uit de Bijlmer. Zijn vrienden verklaren hem voor gek, krantenkoppen melden dat het CDA terug wil naar Nederlandse normen en waarden en dat de Nederlanders een hekel hebben aan moslims en omdat Samuels het uiterlijk van een Marokkaan heeft, wordt hij in winkels, in de tram en op het vliegveld behandeld als een dief, een amokmaker en een terrorist.
Samuels zoektocht naar zijn ideale zwarte vrouw brengt hem helemaal naar de Verenigde Staten, waar hij gedesillusioneerd weer uit terugkeert. Aan het eind van het boek komt hij vreselijk op de koffie.
Als iets duidelijk wordt in AMNM, dan is het dat vooroordelen meestal niet kloppen en leiden tot ellende en verwarring. Als iets duidelijk wordt in Turkse Vlinders, is het dat Jensen ons wil wijsmaken dat alle Turken zijn zoals de Turkse kapper waarmee ze drie jaar lang een langeafstandsrelatie heeft gehad.
In NRC geeft Jensen af op Vuijsjes dialogen, die door de jury van de Gouden Uil de hemel worden ingeprezen. Onterecht, meent Jensen, en als bewijs voert ze een stukje MSN-dialoog uit AMNM op:
David zegt: Aloha
Naomi86 zegt: Hi
David zegt: Alles goed?
Naomi86 zegt: Ja hoor, en met jou?
Staat er ook maar één fraaie beeldspraak of ontroerende, voortreffelijke zin in?’, vraagt Jensen retorisch. Alsof het hele boek uit dit soort dialogen bestaat. Ook hier heeft de filosofe een kilo boter op haar hoofd, want in Turkse Vlinders komen sms-dialogen voor als het volgende:
Raak ik hem kwijt als ik toch nee’ zeg?
Nee, juist niet. Je bent geen gn mrblm’
Ik kwets hem.
‘Hoe vk = hij in nl geweest? Laat je nt ondr druk zttn. Denk meer aan passie, dan aan dwng en drng.’
Ook niet echt Shakespeare, zullen we maar zeggen. Regelmatig probeert Jensen er een literaire volzin uit te persen, wat steevast resulteert in gedrochten als het volgende: ‘We verlaten het land van woord en taal en reizen per taxi waar de beeldtaal regeert: droomland.’
De hoofdpersoon uit de televisieserie Sex & the City is één van Jensens favoriete filosofen: ’Zoals Carrie Bradshaw zou zeggen: Mannen zijn als een zondagse New York Times-kruiswoordpuzzel: lastig, gecompliceerd, en je weet nooit of je het juiste antwoord hebt gevonden.’
Pijnlijk is Jensens misplaatste triomfalisme omdat ze meent Vuijsje op een tegenstrijdigheid te hebben betrapt: ’Dan weer verdedigt hij zich door te stellen dat het om fictie’ gaat, (…) dan weer vindt hij dat hij laat zien hoe mensen echt’ praten als er niemand bij is, en dat hij niet zo politiek correct is.’ Bovendien heeft Jensen Vuijsjes boek heel slecht gelezen, want ze beweert dat David Samuels een negerin wil omdat hij niemand kan vinden in zijn eigen sociale klasse. Terwijl een belangrijk deel van de roman gaat over de verhouding tussen Samuels en zijn vriendin Naomi, die uit hetzelfde gegoede joodse milieu komt.
Een literatuurwetenschapper voor wie het kennelijk een novum is dat fictieve personages in een roman praten en denken zoals echte mensen, en die keiharde oordelen velt over een boek dat ze niet eens goed heeft gelezen, dat is toch wel heel verdrietig. Dan kun je net zo goed ook Kluun en Heleen Van Royen een positie als universitair docent aanbieden.





RSS