Eurofielen
Frans Smeets

Illustratie: Wilhelm von Gloeden
Op 4 juni worden de Europese verkiezingen gehouden. Ik heb niet het gevoel dat er veel mensen zijn die werkelijk opgewonden raken van dit democratisch huzarenstukje. En dat is niet zo verwonderlijk. Een Unie van 27 landen die uit nationale kieslijsten 724 parlementariërs kiest! Het aantal Nederlandse zetels bedraagt 24. Vraag iemand op straat om drie van deze Europese volksvertegenwoordigers’ te noemen en ik denk dat je heel lang moet zoeken. Wie vertegenwoordig je dan, als ook nog tweederde van de kiezers thuisblijft?
Het ideaal van een verenigd Europa, ooit door Churchill (uit eigen belang) op de kaart gezet, was een fantastisch ideaal voor een continent dat zichzelf in twee wereldoorlogen ten gronde had gericht. Het principe was eenvoudig. Als je economisch van elkaar afhankelijk bent, dan wordt oorlogsvoeren lastig. Dit heeft ons veel goeds gebracht en ik ken weinig mensen die de oude grenspalen weer van stal willen halen en de productie van spulletjes nog nationaal willen regelen.
Een economische afhankelijkheid is echter iets heel anders dan het opzetten van politieke structuren. Het eerste betekent het weghalen van barrières en grenzen om een proces van handel in gang te zetten, het tweede is niet maakbaar en kan slechts vanuit de haarvaten van de maatschappij tot stand gebracht worden. Het is een kwestie van volgorde waarom het nooit iets zal worden met het Europese Parlement en de Europese Commissie.
Een politieke structuur ontstaat vanuit een breed gedragen wil tot verandering vanuit de samenleving, niet vanuit de dromerige maakbaarheidsgedachte van een paar Eurofielen. Er wordt een parlement en commissie opgericht om vervolgens bij de Europese bevolking op zoek te gaan naar legitimiteit. De omgekeerde volgorde. Het Europees Parlement is een tekentafeldemocratie. Europa en democratie zijn een tegenstelling en vooralsnog onverenigbaar. Meer Europa betekent dan ook minder democratie. Door dit gebrek aan legitimiteit zal een toename van de macht van het parlement de afstand tussen Europa en haar bewoners alleen maar groter maken.
Eigenlijk is de pro-Europese elite te snel van stapel gelopen en had men het Europese integratieproject over een eeuw moeten uitstrijken. Door het geforceerd creëren van een Economische en Monetaire Unie (de Euro) hebben de nationale regeringen de touwtjes uit handen gegeven, zonder dat er verantwoording hoefde te worden afgelegd. Als doekje voor het bloeden voor dit democratisch tekort is het Europees Parlement opgericht als speeltuin waar de Eurofielen zich in hun eigen droom kunnen wentelen.
De uitbreiding met de Oost-Europese landen heeft de instituten verder ondermijnd. De Oost-Europese landen waren helemaal niet geïnteresseerd in dat fantastische’ Europese Parlement, maar slechts in welvaart en consumptie. Hun ervaring met macht-op-afstand maakt ze alleen maar wantrouwiger.
Het vergroten van de macht van het Europese Parlement om het democratisch tekort te compenseren werkt averechts. En dit is een dilemma dat de Eurofielen niet willen horen. Als een blind paard blijven ze geloven – volgens mij is het eerder wanhopen – dat het democratische tekort vanzelf oplost als je het Europese Parlement en de Europese Commissie meer bevoegdheden geeft. Het is elitair democratietje spelen, zonder basis bij de bevolking en bovendien levensgevaarlijk. Het gedram van de Eurofielen kan de hele Europese integratie opblazen en alles wat bereikt is vernietigen.
Ze snappen niet, dat ze zelf het probleem zijn geworden ter realisatie van hun eigen idealen en dat ze een flinke stap terug moeten doen. Elk woord dat het parlement en de commissie uitspreekt, ondermijnt de Europese samenwerking. Niet, omdat ze het niet goed bedoelen, maar omdat de bewoners van Europa hen wantrouwen.
Daarmee is het Europese ideaal vastgelopen in het zwaard van zijn eigen drammerigheid. Zelfs in de mantra’s van terrorisme, milieu en emigratie, geloven weinigen nog dat de Europese instituties werkelijk een toevoeging zijn.
De wetgeving uit Brussel wordt vooral als lastig, verspillend, intimiderend en dom gezien. Een fietspad in Brabant met een groot bord ‘Mede mogelijk gemaakt door de Europese Unie’ of een school, waarbij de locale boekhandel wordt gepasseerd, omdat het schoolboek Europees aanbesteed moet worden. Europese wetgeving die er ineens is, zonder dat ooit iemand iets van de invoering heeft gemerkt of wil merken. En ook Mohammed B. en Volkert van der G. zouden eerder door een locale agent opgemerkt worden, dan door zoiets vaags als een Europese terrorismecoördinator. Je kunt je sowieso afvragen of schaalvergroting nog wel de oplossing is in de tijd van het internet.
Zelfs hun grote historische ideaal van ‘Nie wieder Krieg‘ van na de Tweede Wereldoorlog is door de Eurofielen verraden. Het doel heiligt schijnbaar de middelen. Ze gebruiken nu dezelfde argumentatie van de natiestaat om hun eigen Europese ideaal er doorheen te drukken met hun domme vlaggetjes, volksliedje en het willen hebben van een eigen president, leger en buitenlandse politiek. In feite streven ze een politieke schaalvergroting na van nationalisme naar continentalisme. De angst voor de gezamenlijke vijand (China en Amerika) wordt hierbij bewust gebruikt als poging een groepsidentiteit (Euronationalisme) te creëren. Op dat punt verschillen de Eurofielen weinig van de nationalisten die ze ooit bestreden.
Tja, en wat moet je nou met die verkiezingen voor die paar zeteltjes? Al zou Wilders honderd procent van de stemmen halen en 21 volblonde gekloonde goden neerzetten, of Marijnissen met honderd procent zijn hele familie in het Europese Parlement parkeren, dan nog zou de tanker Europa geen millimeter naar rechts of links opschuiven noch gas inhouden. Stemmen voor het Europese Parlement om ideologisch sturing te geven is de meest zinloze bezigheid die je maar kunt bedenken.
Europees stemmen gaat niet over ideologie, links of rechts, maar over de vraag of we als Europese ingezetenen bereid zijn legitimiteit te geven aan een onwerkbaar parlement en een arrogante commissie. En dat wil bijna niemand.
In feite is het Europese Parlement en de Europese Commissie als instituut morsdood en nooit tot leven gewekt. Ze is als een kerk vol bestuursleden op zoek naar gelovigen. Hoeveel stickers er ook gedrukt worden, fietspaden aangelegd, Eurocondooms uitgedeeld en Eurotomaten verspreid worden, er is helemaal niets dat het tij kan keren. Zelfs de fotomodellen van Berlusconi niet.
Laten we daarom dit instituut zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen en gewoonweg niet gaan stemmen voordat de narren ook nog de economische samenwerking onbedoeld opblazen. De niet-stem is de enige keuze waar de Europese politici bang voor zijn, omdat dit hen het recht (legitimiteit) ontneemt in onze naam parlementariërtje te spelen.
Stem niet voor Europa.
Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nog schoonheid in zich mag herbergen.






RSS