Frontaal
Naakt
10 november 2010

Abortus

Frans Smeets

Er zijn van die onderwerpen waarbij je altijd wist aan welke kant je stond. Zo was ik altijd een tegenstander van inperking van het recht op abortus. Maar, zoals zo vaak bij onderwerpen die op een afstand staan, is een oordeel snel te vellen. Wanneer een onderwerp dichter bij huis komt, is het allemaal niet meer zo zwart-wit.

Tegenwoordig vind ik de tijd om de mogelijkheid om tot zes maanden (vierentwintig weken) abortus te kunnen plegen absurd lang. Eigenlijk vindt nu bijna iedereen in mijn omgeving die een zwangerschap heeft beleefd die termijn veel te lang. Toch wordt de discussie niet gevoerd, bang dat men is om in eigen kring geïdentificeerd te worden met de waanzin van onbeschofte christenen van de pro life-beweging.

De abortuswetgeving is volledig ingehaald door de medische wetenschap. Dit wordt pijnlijk duidelijk als je zelf de mallemolen van geboorte ingaat. Wist mijn moeder totaal niet wat er bij een zwangerschap in haar buik gebeurde, nu volg je de vrucht visueel met echo’s en word je in alle geuren en kleuren verteld wat de foetus allemaal kan en hoe ver hij in zijn ontwikkeling is. Die zogenaamde speldenknop blijkt ineens toch wat groter en completer. Voor het oog is de foetus al een mens – alle organen zijn in aanleg al aanwezig. Als je puur wetenschappelijk kijkt, is twaalf weken een veel logischer grens, ook omdat de kans op afstoting tot deze periode groot is.

De grens van vierentwintig weken is niet zomaar een keuze geweest. Omdat niemand kan bepalen wanneer een mens begint, heeft men toen de levensvatbaarheid van de vrucht als criterium genomen. Voor de zekerheid is men daar toentertijd behoorlijk boven gaan zitten. Tegenwoordig kunnen baby’s echter met vierentwintig weken met een succespercentage van zeventig procent gered worden. De grens van drieëntwintig en tweeëntwintig weken is in zicht. Nu kun je de situatie krijgen dat bij vierentwintig weken op de ene kamer een vruchtafdrijving richting prullenbak plaatsvindt en op de kamer ernaast een geboorte richting couveuse gaat. Bizar.

De ChristenUnie komt deze week met een wetsvoorstel om de abortustermijn van vierentwintig weken terug te brengen naar tweeëntwintig weken. En al heb ik niks met deze partij en veracht ik hun motieven, ze heeft gewoon gelijk. Dat de ChristenUnie zich bij dit voorstel van wetenschappelijke argumenten kan bedienen, mogen de seculaire partijen zich aanrekenen.

De Pavlov-reactie op dit soort voorstellen is typerend voor hoe defensief er in seculaire kring met ethische zaken wordt omgegaan. Hun opvattingen zijn niet langer een resultaat van wetenschappelijke criteria of ideologische onderbouwing, maar van een simpel dogma. Men wil er eigenlijk gewoon niet aan. Het ligt te ingewikkeld en gevoelig. Hun standpunt wordt volledig bepaald door een antihouding naar de christelijke opvattingen. Ze zijn bang in een hoek gezet te worden. Dat is een intellectueel zwaktebod. Bovendien bepalen daardoor uiteindelijk de christelijke partijen de agenda betreffende de ethiek.

Er zal zich in de toekomst door voortschrijdende medische ontwikkelingen een veelvoud aan ethische dilemma’s en problemen voordoen. Er komen zaken die heel gevoelig liggen en zaken die soms grote maatschappelijke gevolgen kunnen hebben. Net zoals de meeste mensen met een christelijke achtergrond niets ophebben met de extreme pro life-beweging, hebben de meeste seculairen heel weinig met het dogmatisch laissez-faire van seculaire partijen.

Ik zou het wel eens fijn vinden als men in seculaire kring die eeuwige patstelling tegenover christenen weet te doorbreken door zelf het intellectuele voortouw te nemen, zodat niet de christenen, maar zij leidend zijn in het publieke debat.

De ethiek rondom medische zaken gaat namelijk over veel meer dan een simpel voor of tegen. Het gaat over een mens- en maatschappijbeeld in een wereld waarin de medische vooruitgang niet alleen bepalend zal zijn voor ons handelen inzake leven en dood, maar ook een regelrechte bedreiging kan vormen voor diversiteit en individualiteit. Het is juist niet de laissez-faire, maar het grillige debat rondom ethiek dat een waarborg biedt om tegen de stroom in te kunnen blijven roeien. De huidige laissez-faire is niets anders meer dan een achterhaald dogma uit het verleden.

Frans Smeets denkt dat mensen met het downsyndroom eind deze eeuw uitgestorven zullen zijn, al zag hij dat lot liever voorbestemd voor Henk en Ingrid.

Frans Smeets