Antisemitisme in Mexico
Jan-Albert Hootsen

Toen in januari de schatrijke Mexicaanse kledingmagnaat Miguel Sacal Smeke in de lobby van een kantoorgebouw een receptionist aanviel, was het land te klein. Sacal, klaarblijkelijk in een slechte bui, was geïrriteerd over het feit dat zijn auto nog niet was voorgereden, en sloeg al ´vuile indiaan´ roepend op de arme valet in. Het was een onvergeeflijk stukje asogedrag.
In het geval van Sacal richtte het gros van de geschokte reacties zich echter niet op het feit dat een rijke man zonder enige aanleiding een minder gefortuneerde landgenoot aanviel. Nee, onder het grote publiek ging het om een ander issue: Sacal is joods. En dan zijn de poppen aan het dansen. Onder filmpjes van rijke aso´s in Mexico staan vaak klaagbedes over hoe de arme Mexicaan wordt uitgebuit door respectloze rijken (niet zelden terecht), maar bij Sacal waren de reacties anders: “Waar is Adolf Hitler als je hem nodig hebt?”, “Jammer dat de nazi´s niet met de familie van Sacal hadden afgerekend”, of domweg het Spaanse equivalent van “Vieze kankerjood”.
Het internet en sociale netwerken zijn niet per definitie maatgevend voor hoe er in een samenleving gedacht wordt, maar antisemitisme is wel degelijk een veel voorkomend gegeven in Mexico. Niet het rabiate, virulente antisemitisme waar andere delen van de wereld door worden geplaagd. Maar het bestaat.
Veel Mexicaanse vrienden van me, en ook familieleden, laten zich vaak laatdunkend over Joden uit. De vooroordelen zijn de bekende: ‘ze’ zijn gierig, onbeschoft, intolerant en onbetrouwbaar. Oh, en ‘ze’ zijn ook allemaal rijk, en natuurlijk zijn ‘ze’ geen van allen bereid die rijkdom met de hardwerkende Juan met de Pet te delen. De Amerikaanse historicus en Mexico-deskundige Richard Grabman stelt dat onder de Mexicaanse bovenklasse een ‘beleefd antisemitisme’ bestaat, maar ook in de midden- en onderklasse bestaat een zekere afkeer van Joden.
Waar komt dat antisemitisme vandaan? Niet uit de politiek in ieder geval. Mexicaanse politici zijn opmerkelijk vlak in hun discours over minderheden, en er zijn geen extreemrechtse groeperingen van betekenis. Joodse Mexicanen zijn daarbij een zeer kleine minderheid, die in het algemeen weliswaar welvarender is dan de gemiddelde Mexicaan, maar ook weer niet zoveel dat het stelselmatig jaloezie opwekt bij landgenoten.
Eerder is Jodenhaat in Mexico, en ook in andere Latijns-Amerikaanse landen, een overblijfsel van de Spaanse koloniale overheersing. Toen Mexico nog Nieuw-Spanje was, hield ook hier de inquisitie behoorlijk huis onder de kleine groepen ketters, Joden en moslims in het land. De Spaanse overheersers brachten de ouderwetse, zoals hierboven omschreven vooroordelen met zich mee, en die leven eeuwen later onderhuids verder. Echte Mexicaanse nazi´s zijn bijna op een hand te tellen, maar er zijn miljoenen Mexicanen die een ongezonde afkeer van Joden hebben.
De echo´s van dat antisemitisme zie je dagelijks terug in het nieuws over Israël. Het feit dat een vijfde van de Israëlische bevolking Arabisch is, wordt stelselmatig genegeerd: atleten uit het land zijn per definitie ´Joodse atleten´, het leger wordt altijd als ´Joods leger´ omschreven, en het bijvoeglijk naamwoord voor Israeliër is standaard ´Joods´. Soms leidt dat tot de tragikomische fout dat een Arabisch-Israëlische activist ook plompverloren Jood wordt genoemd. En het is geen fout die standaard wordt gemaakt: Arabieren worden niet steevast met het bijvoeglijk naamwoord ´moslim´ aangeduid.
Echt schadelijk is het antisemitisme in Mexico gelukkig niet. Tijdens gewelddadige episodes in de Mexicaanse geschiedenis werden Joden niet specifiek het doelwit van geweld. Pogroms of uitbarstingen van gewelddadige Jodenhaat komen in Mexico niet voor en Joden kunnen zonder probleem met een keppeltje op over straat lopen.
Ondanks de discriminatie van indiaanse Mexicanen is dit een redelijk tolerant land tegenover etnische minderheden (wat betreft homo´s is het een ander verhaal). De affaire-Sacal maakte desondanks duidelijk dat zelfs in een land als Mexico, waar je antisemitisme niet direct zou verwachten, Jodenhaat wel degelijk voorkomt. Niet rabiaat en niet in de mainstream, maar onderhuids ligt het altijd klaar toe te slaan.
In het centrum van Mexico Stad staat sinds een jaar of twee het Museum voor Herinnering en Tolerantie, in de praktijk het Mexicaanse Holocaustmuseum. Het geeft een goed beeld van de Holocaust en maakt grote indruk op de vele bezoekers die nog nooit in hun leven hebben gehoord van wat er tussen 1933 en 1945 in Europa is gebeurd. Maar direct bij de uitgang, op de drukke Avenida Juárez, stikt het van kioskjes waar boeken als ´Mein Kampf´, ´De Protocollen van de Wijzen van Zion´ en ´De Internationale Joodse Samenzwering´ gretig aftrek vinden. Dat dan weer wel.
Jan-Albert Hootsen werkt sinds 2009 vanuit Mexico Stad als Latijns-Amerika correspondent voor onder andere Trouw en de Geassocieerde Pers Diensten.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS