Bij de dood van Lou Reed
Peter Breedveld

Foto: Mick Rock
In mijn laatste jaar Havo wilde ik The Day John Kennedy Died van Lou Reed op mijn Engelse literatuurlijst zetten. Er stonden andere mooie dingen op die lijst: The Complete Works of William Shakespeare, Joseph Heller, George Orwell, een gedicht van Delmore Schwartz. Ik had me tijdens Engels altijd een bevlogen leerling getoond. Literatuur vond ik het mooiste dat er was – op meisjes na.
Ik was getroffen door The Day John Kennedy Died omdat het gaat over een jongeman wiens illusies aan diggelen vallen door de moord op Kennedy. Weg is de hoop op een betere wereld, weg de hoop op rechtvaardigheid:
I dreamed I replaced ignorance, stupidity and hate
I dreamed the perfect union and a perfect law, undenied
And most of all I dreamed I forgot the day John Kennedy died
Delmore Schwartz
Idealen zijn mooi, maar vergeet nooit hoe Kennedy aan zijn einde kwam. Prachtige tekst. Maar het mocht niet van mijn leraar Engels. “Dan kun je net zo goed een tekst van Simon and Garfunkel op je lijst zetten”, sneerde hij. Ik dacht, waarom niet? Als je kunt uitleggen waarom die op je lijst hoort. Het dédain van die man.
Delmore Schwartz mocht wel, want dat was een échte dichter. Maar ik zou nooit van Delmore Schwartz hebben gehoord als ik Lou Reed niet had gekend. Lou Reed heeft me meer geleerd over poëzie dan al mijn Engelse leraren bij elkaar en zijn teksten leerden me meer over het leven dan Chaucer, Shakespeare en Milton. Nou ja, misschien niet Chaucer.
Lou Reed had ik leren kennen via David Bowie. Voor mij begint alles met Bowie. Vóór Bowie was mijn geestelijke leven woest en ledig, via Bowie kwam ik op George Orwell, Franz Kafka, de Duitse expressionisten, Berthold Brecht, Kurt Weill, Iggy Pop en Lou Reed. Via Lou Reed kwam ik bij Andy Warhol, bij Delmore Schwartz en door Schwartz ging er een wereld voor me open die mijn leraren altijd voor me verborgen hadden gehouden. Of waar ze, dat blijkt wel uit het gedrag van die Engelse leraar, zelf geen weet van hadden.
Heilige drie-eenheid
David Bowie, Lou Reed en Iggy Pop vormden in mijn puberteit mijn heilige drie-eenheid. Ze hebben me door mijn moeilijke adolescentie heengesleept. Lou Reed is een wat ingewikkelder verhaal, want zijn album Berlin maakte het me alleen maar moeilijker. Ik draaide dat ding een jaar lang dag in, dag uit. Puur om de pijn nóg intenser te laten zijn, mijn werkelijkheid nóg zwarter. Een verslaving was het. Maar waar het om ging: ik wist dat ik niet alleen was en vóór Bowie dacht ik dat ik helemaal alleen was.
Ik heb Lou Reed vaak zien optreden. Vaker nog dan Bowie. Eén keer met mijn beste vriend, de enige andere mens die ik kende die ook fan was. Reed voerde, in een intieme setting – de Prins Willem Alexanderzaal in het Haagse Congresgebouw – zijn hele album Magic & Loss op, over de dood van een vriend. Mijn vriend was net zijn vader verloren, we zaten op de voorste rij te luisteren en het was zo troostrijk, zo mooi, mijn vriend werd zo stil. Hij kwam er daarna steeds op terug, hoe belangrijk dat concert voor hem was geweest op dat moment in zijn leven.
Onbeschaamd kleinzielig
Ik heb Reed altijd de meest menselijke van mijn heilige drie-eenheid gevonden. Bowie is een soort ongenaakbare god, Iggy Pop een oncontroleerbare oerkracht, maar Reed is de man van de straat, een mens met littekens en gevoelens van wrok. Reactionair ook. Hij heeft Valerie Solanas nooit de aanslag op Andy Warhol vergeven. ‘I believe life’s serious enough for retribution‘, zingt hij op Songs for Drella, de ode aan Andy Warhol die hij opnam met John Cale:
I believe I would’ve pulled the switch on her myself
Reed durfde onbeschaamd kleinzielig te zijn. Op één van zijn optredens voerde hij het nummer My House op. In het origineel zingt hij: I really got a lucky life: my writing, my motorcycle and my wife, maar die laatste regel had hij vervangen met: ‘Got rid of the loudmouth wife‘. Dat is Reed ten voeten uit. Hij schijnt zelfs Bowie, die zijn album Transformer (met de evergreen Perfect Day) had geproduceerd, aan het huilen gekregen te hebben.
Nukkigheid
Reeds teksten zijn zeer politiek geladen. Over Jesse Jackson zong hij:
does that include the PLO ?
What about people right here right now
who fought for you not so long ago ?
The words that flow so freely
falling dancing from your lips
I hope that you don’t cheapen them
with a racist slip
Ik denk – de reden zal mijn trouwe lezertjes duidelijk zijn – vaak aan een citaat van het album New York: ‘Stick a fork in their ass and turn them over, they’re done.’
Hij dreef journalisten tot wanhoop met zijn nukkigheid. Iedereen klaagde daarover, maar meestal was zijn vijandigheid gewoon terecht. Reed heeft de zanger Anthony ontdekt, maar als hem daarnaar werd gevraagd, ging het altijd over Anthony’s verschijning en zijn seksualiteit. “Waarom vraag je me niet naar zijn kwaliteiten als zanger?” vroeg Reed geërgerd. Maar popjournalisten schrijven nooit over muziek, want daar weten ze geen reet vanaf. Tja, dan moet je niet klagen als je door iemand, die wél wat van muziek weet, op je nummer wordt gezet.
Aards en direct
Ik was de laatste jaren niet heel erg met Lou Reed bezig. Ik heb nooit naar Lulu geluisterd, zijn samenwerking met Metallica. Maar ik zet mijn iPod altijd op ‘shuffle‘ en het zijn opvallend vaak liedjes van Lou Reed die me alles uit mijn handen doen vallen om aandachtig te luisteren. Ik hou van zijn breekbare werk. Candy Says, The Vanishing Act, Think it Over, Ecstacy.
If I could walk away from me
Een bekentenis: van Bowies teksten snap ik meestal geen reet. Bowie werkt bij mij op een intuïtief niveau. Maar Reed raakt me altijd meteen vol in mijn hart. Hij is aards en direct en houdt het simpel. Bij Reed geen rozen en gekrookt riet of hongerige, onbeholpen beren maar simpele, breekbare, sterfelijke mensen:
Because when you ask for someone’s heart
You must know that you’re smart
Smart enough to care for it
In alle verheven poëzie die ik in mijn leven heb gelezen, ben ik nooit iets tegengekomen dat me meer deed dan de bovenstaande regels. Zo simpel, een beetje dommig bijna, want ‘smart‘ staat er alleen omdat dat rijmt op ‘heart‘. Maar het is zo gemeend, zo oprecht, en feitelijk is er niets méér over de liefde te zeggen dan wat daar staat.






RSS