De plagiaat-Aziaat bestaat niet
Remco Breuker

Illustratie: Ren Wicks
‘De geheimzinnige Maleisiër’, ‘De Pakistaanse connectie’, ‘De Indiase herkauwer’; wie niet beter weet, zou denken dat dit drie willekeurige hoofdstukken uit een Fu Manchu-roman van Sax Rohmer zijn. Deze populaire romanserie over het kwade genius uit China verspreidde begin 20ste eeuw onder het Westerse publiek de notie van het Gele Gevaar.
Het Gele Gevaar was een verzamelnaam voor allerlei angsten en zorgen dat de Aziatische dominantie van Europa en de VS aanstonds was. Chinese arbeiders arriveerden in groten getale in de VS. Japan was net een militaire en economische grootmacht geworden. Deze opmars leidde tot veel onrust. Gele duivels werden geliefde schurken in fictie, film en media.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw herleefde het Gele Gevaar-discours met het wereldwijde succes van de Japanse economie. Hitfilms als Rising Sun (1993) brachten de emotieloze wreedheid van de Japanner en zijn onbedwingbare ambities tot wereldoverheersing haarfijn in beeld. Ook nu lijken we in Europa en de VS weer middenin een explosie van het Gele Gevaar-virus te zitten.
Suggestieve juweeltjes
Want die drie titels die rechtstreeks uit Fu Manchu en de duivelse wetenschapper lijken te komen, zijn drie tussenkopjes van het tweepaginabrede artikel ‘Met beleefde excuses voor het na-apen’ in de wetenschapsbijlage van het NRC Handelsblad van vorige week zaterdag1. Dit artikel bevat nog meer suggestieve juweeltjes, allemaal op de wijs van ‘Goed kopiëren is in het Oosten iets om op trots op te zijn’. Het gaat namelijk over plagiaat. Plagiaat door Aziatische wetenschappers van het werk van Nederlandse wetenschappers.
Komt dit voor? Daar twijfel ik niet aan. Net zoals plagiaat door Nederlandse wetenschappers van het werk van Aziatische collegae niet ondenkbaar is. De drie case-studies die schrijver Frank van Kolfschooten als voorpublicatie van zijn boek Ontspoorde wetenschap (waar ik overigens erg naar uitkeek) in het artikel beschrijft, komen op een bèta-leek als de schrijver dezes over als het resultaat van degelijk onderzoek.
Want dat er plagiaat is gepleegd door deze Aziatische wetenschappers is niet waar ik aanstoot aan neem. Plagiaat is helaas een wijdverbreid probleem in de wetenschap. Aziaten maken zich hieraan ook schuldig. Waar ik wel aanstoot aan neem (en zeer zwaar) is dat het artikel deze plagiaatgevallen inkadert op een wijze die het NRC (of welke krant dan ook) volkomen misstaat. De titel zet de toon door te verwijzen naar de vermeende kenmerkende (en vaak geveinsd geachte) beleefdheid van ‘de Aziaat’. Het is meteen duidelijk. Hier wordt op het onderbuikgevoel gespeeld. ‘We’ weten immers nooit wat ‘ze’ denken.
Cultureel essentialisme
En over welke Aziaat hebben we het trouwens? Azië is namelijk erg groot, erg divers. De aap komt al snel uit de mouw. Dit gaat over alle Aziaten uit ‘het Oosten’. Want ‘na-apen lijkt deel van de cultuur’. Welke cultuur? De ‘Aziatische cultuur’ soms? Die van het hoogontwikkelde Seoul (nota bene al jaren hoofdstad van de meest innovatieve economie ter wereld), het futuristische Tokyo, het populaire Bangkok, het kosmopolitische Shanghai, het verarmde Pyongyang? Ook lezen we niets over de verschillende wetenschappelijke culturen in al die verschillende stukjes Azië. Of over de verschillende culturen van verschillende wetenschappelijke vakgebieden. Het blijft bij een appèl op stereotypen. Enige kennis over hoe wetenschap in Seoul/Tokyo/Beijing/Delhi/Islamabad wordt bedreven blijft onvermeld. Hebben Aziatische wetenschappers bijvoorbeeld ook last van plagiaat door wetenschappers van buiten Azië? Wie heeft het hen gevraagd?
Dat is een probleem. Hier wordt namelijk cultureel essentialisme bedreven. Oftewel de notie dat essentie aan bestaan vooraf gaat. Dat sommige dingen ‘gewoon zo zijn’. Dat Aziaten prima goedkope plastic radiootjes kunnen namaken, maar dat ze het denkwerk vooral aan ‘ons’ moeten overlaten. De stereotypen over de hiërarchisch denkende, groepsgerichte, autoriteitsgevoelige Aziaat zijn diep verankerd in ons denken over Azië. Geconfronteerd met de toenemende aanwezigheid van Azië in ons dagelijks leven, laten we ons leiden door vage gevoelens van onrust, door onwelriekende opwellingen uit de onderbuik. ‘Zij’ werken hard, ‘wij’ werken efficiënt. ‘Zij’ kopiëren, ‘wij’ bedenken. We lijden aan het Gele Gevaar-virus.
Reductio ad absurdum
Ik werk op dagelijkse basis samen met ‘Aziatische’ wetenschappers (in mijn geval voornamelijk maar niet uitsluitend Koreaanse). Ik ben nog nooit geplagieerd. Ik heb gestudeerd en onderzoek gedaan aan Aziatische universiteiten. Komt daar plagiaat voor? Zeker. Meerdere politieke carrières zijn in Zuid-Korea al bezweken onder het gewicht van aantijgingen van wetenschappelijk wangedrag in het verleden. Komt plagiaat ook in Nederland voor? Zeker. Het enige verschil dat ik qua moreel denken over intellectueel eigendom zie is dat wat hier autoplagiaat (het herpubliceren van al eerder gepubliceerd eigen werk) heet in Zuid-Korea bijvoorbeeld geen overtreding van de wetenschappelijke mores is. Het overschrijven van andermans werk is dat wel. En dat is het ook in Japan. En in China. En in India. Doe je het en word je betrapt, dan kost het je de kop.
Dat het toch gebeurt ligt aan de menselijke natuur en niet aan de ‘Aziatische cultuur’. Die bestaat namelijk niet. Azië is niet veel meer dan een verzamelnaam voor een enorm divers continent met vele geschiedenissen, culturen, identiteiten. Die terugbrengen tot één Aziatische cultuur is een reductio ad absurdum. Het bekt lekker, maar betekent niets.
Koloniale onderdanen
Het geval van de Chinese promovenda aangehaald in het artikel is veelzeggend in zijn suggestiviteit. Heeft zij plagiaat gepleegd? Nee, zij ‘doet liever niets unieks’. Dat is vervelend voor haar begeleider. Maar meer ook niet. Het zegt meer over haar als wetenschapper dan over haar als Chinese. En het spreekt boekdelen over de selectie aan de poort voor promovendi. Want het is moeilijk nee zeggen tegen zo’n gratis promovendus.
Azië de ‘jatwerkplaats van de wereld’? De plek waar ‘liever niets unieks’ wordt gedaan? Dat zouden we wel willen. Dan hoeven we niet onder ogen te zien dat we wel eens voorbij gestreefd kunnen worden door onze voormalige koloniale onderdanen. Het wordt toch echt eens tijd om Azië in al zijn diversiteit serieus nemen. Er gebeurt namelijk veel spannends in Azië, er wordt veel uitgevonden, veel uitgeprobeerd. Een stad als Seoul borrelt van de creativiteit.
Drie (of tien) Aziatische plagiatoren maken nog geen Geel Gevaar. Maar wel slechte journalistiek. Want met tussenkopjes als ‘De geheimzinnige Maleisiër’ of ‘De Indiase herkauwer’ wordt feilloos op het complex van exotisme, racisme en oriëntalisme dat het Gele Gevaar heet ingespeeld. Op gevoelens die zetelen in de onderbuik. Wat een krachtig pleidooi voor betere wetenschapsbeoefening had kunnen zijn, ontaardt zo in een vertoon van ordinaire xenofobie. Dat is onder de maat.
1. [Dit stuk is aangeboden aan de opiniebijlage van het NRC Handelsblad. Daar werd het geaccepteerd, maar uiteindelijk niet gepubliceerd vanwege de lengte. Ik denk dat de NRC de uitgelezen plaats was geweest voor publicatie omdat deze krant zwaar de fout in is geschoten met de publicatie van het artikel waar ik hierboven op reageer. Dit is mijns inziens een zeer belangrijk debat dat gevoerd moet worden. Ik ben dan ook zeer blij dat Frontaal Naakt het nu oppakt.
Voor de goede orde: ik reageer hier op het stuk “Met beleefde excuses voor het na-apen” in de NRC van 20 oktober 2012 en niet op het boek Ontspoorde wetenschap waar het een voorpublicatie van betreft. Dit boek heb ik nog niet gelezen.]↩
Remco Breuker is historicus en hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden. Volg hem op Twitter.





RSS