Het been van Wil Schuurman
Natasha Gerson

Illustratie: Aadorah
De rehabilitatie van Hans Janmaat en het bijna gelijkluidende interview met zijn levenspartner, CD-kamerlid Wil Schuurman, waaraan onlosmakelijk verbonden het betoonde medeleven vanwege het been dat zij verloor in Kedichem, is inmiddels een soort jaarlijks lenteritueel geworden.
Een vreemd lenteritueel omdat, in tegenstelling tot iets als Koningsdag of 4 mei, er elke keer gedaan wordt alsof het allemaal helemaal voor het eerst is, eveneens de erbij gepresenteerde voortschrijdende inzichten over de schandelijke behandeling van de Centrumdemocraten en het echtpaar Janmaat, dat zijn tijd zo ver vooruit was.
Er zijn wel meer van die amnesia-achtige herhalingen in de media, maar dit is wel de merkwaardigste. Bij het twintigjarig ‘jubileum’ van ‘Kedichem’ hadden we het al uitgebreid gehad, bij het vijfentwintigjarige jubileum nog een keer, bij een toneelstuk over Janmaat, ter gelegenheid van zijn biografie door Joost Niemöller, met voorwoord van windvaan Meindert Fennema, steeds opnieuw hetzelfde programma, waarbij de omstandigheden rond ‘het been’ ook nog eens aan meer inflatie onderhavig zijn dan de Roemeense lei destijds.
Linksradicale aanslag
Dit jaar, met Wil Schuurman bij Pauw in haar favoriete rol als berustende, lieve oma, is het toneelstuk – het gefictionaliseerde verhaal dus – de definitieve waarheid geworden.
‘Kedichem’ is inmiddels officieel een linksradicale aanslag geworden, dat stond er zelfs achter het grijzende hoofd van Schuurman te lezen: ‘Aanslag’. Met, zo vertelde zij, fosforbommen.
Jóh! Fosforbommen! En niemand die ermee zat, destijds of nu, iedereen vond dat wel prachtig. Niemand in de Tweede Kamer had zijn medeleven betuigd. Wat een tijd! ‘CDA-dames’ zo vertelt Schuurman opnieuw, hadden gezegd: ‘Maar we hadden u hier nooit gezien’, en hoe kwetsend dat was geweest. Alle aanwezigen knikken verbijsterd. Hoe was het mogelijk.
Dat Schuurman pas Kamerlid (en haar zoon fractiemedewerker) werd ná 1986, zullen de tafelgenoten zich ook niet zomaar realiseren. De redactie van Pauw kan dat natuurlijk wel weten, of zou dat hebben moeten weten, en zo ook de presentator, maar wat die met zijn twaalven eigenlijk de hele dag uitspoken, dat kunnen we allang niet meer bevroeden.
Het bloemetje dat ze niet kreeg uit de ziektepot, dat voorheen onderdeel was van Schuurmans’ vaste leedrepertoire, ontbrak dit keer in het verhaal, want dat heeft ze inmiddels alsnog gehad bij een van de vorige gelegenheden.
Zekere partijdigheid
Nieuw was ditmaal dat ze drie kwartier had liggen bloeden daar, want iets met de ambulance die tegengehouden werd en de politie en brandweer die daar niet bij machte waren iets aan te doen. Die vuile linksen toch, nog een ambulance tegenhouden ook.
Nu is het allengs voorstelbaar dat de aanrijtijd voor Schuurman uren geduurd lijkt te hebben, alle begrip daarvoor, maar dat maakt het verhaal nog niet wáár. Want op het moment dat Schuurman aan de achterzijde van de Hotel Cosmopolite neerkwam, was er al geen linkse meer te bekennen omdat die allemaal het hazenpad hadden gekozen du moment duidelijk was dat de boel in lichterlaaie stond, en dat was al heel snel. Ze dáchten alleen dat die er nog waren, omdat ze dachten dat er ruiten ingegooid werden die in werkelijk knapten in de brand.
En met fosforbommen had dat allemaal niets te maken, want die waren er niet. Een linoleumachtige vloer stond direct in de fik toen de nylonvitrage, waar een rookbom in was blijven hangen, er op begon te druipen en toen was het wegwezen voor de aanwezigen. Dat is wat álle betrokkenen áltijd hebben verteld, ook onderling, en iets anders is nooit en te nimmer vastgesteld.
Maar de Pauw-tafel was passend ontzet. Helemaal gortig werd het ditmaal in de Schuurman-show toen eighties– en krakerskenner A.F.T.H. van der Heijden, toevallig aan tafel, zijn eigen theorieën te berde bracht. “Het lijkt wel alsof dat expres was”, fictionaliseert hij de brandweerhistorie nog even verder met Schuurman, die het uiteraard helemaal met hem eens was, en daarmee iedereen. “Alsof er een zekere… een zekere partijdigheid een rol speelde”.
Smaad van de allerkwalijkste soort
Ja hoor, de brandweerwagens zijn niet voor niets zo rood. Stalinisten waren het gewoon, in 1986, zodra ze door hadden dat het om CD-ers ging, dachten ze: laat maar uitbranden en leegbloeden.
Alles goed en wel en demoniseer de actievoerders van toen wat je wilt, die zijn dat gewend en de meeste laat het koud (waarvan akte in het ook steeds maar weer getoonde filmpje met Jack van Lieshout, waar vooral uit blijkt dat het onderwerp en de herbeschouwing niet nieuw is, want afkomstig uit een uitzending van Andere Tijden over Kedichem uit 2009).
Maar wanneer zelfs de brandweer wordt beticht van sympathie met wat dan al een aanslag met fosforbommen schijnt geweest te zijn, en wel in een zo verregaande mate dat ze hun werk niet meer doen, door een van onze meest vooraanstaande schrijvers en door het slachtoffer, dan zou je denken dat het toch tijd wordt om in te grijpen. Want dat is gewoon smaad van de allerkwalijkste soort.
Maar niks hoor. Pauw, oningevoerd door zijn redactieleden die het ook die week te druk hadden met op Twitter speuren naar nieuwe extreme gekken om op te voeren als representant van iets, laat het erbij. Hij bladert nog wat aanprijzend in het werkje van Joost ‘David Irving is de beste WOII-historicus’ Niemöller en noemt nog wat voorbeelden van extreme demonisering waar Janmaat & Co in die jaren het slachtoffer van waren, en die misschien tot zulke uitwassen als het gedrag van actievoerders en ook van politie en brandweer geleid kan hebben.
Zoals daar waren de gemene persiflages van Erik van Muiswinkel en slinkse, nare, undercoveracties die voor onderzoeksjournalistiek moesten doorgaan in die jaren, waarbij de onuitgesproken implicatie is dat die wel allemaal op leugens zullen zijn gebaseerd in het kader van de linkse hersenspoeling. Ja, ja. Nou nee.
Undercover-journalistiek
Er waren in het topjaar van de Centrumdemocraten, 1994, maar liefst drie journalisten undercover geweest op het partijkantoor op de Haagse Merlenstraat en in de dependance daarvan, Schietclub Lisse te Amsterdam Noord. Twee daarvan, Peter Rensen van de Nieuwe Revu en Kees Kooiman van de Groene Amsterdammer gaven een gelijkluidende en allengs verhelderende lezing over de taferelen die zich rond Janmaat en Schuurman afspeelden en de bonte stoet van querulanten, oplichters en geweldplegers in hun, zoals inlichtingendiensten dat noemen, ‘umfeld’.
De derde, de latere bekende misdaadverslaggever Bas van Hout, verzon er inderdaad nog een en ander bij om het sappiger te maken, zoals we van hem gewend zijn. Dat werd door de andere twee braaf aangekaart. De werkelijkheid was namelijk al erg genoeg.
Een werkelijkheid die mij al te bekend voorkwam. Ter rechter en linkerzijde van het spectrum, die zo ontzettend op elkaar leken. Zo realiseerde ik me destijds pas ten volle bij het lezen van het boek van Rensen, ‘Dansen met de Duivel’. Een boek dat ik de redactie van Pauw en de praatprogramma’s die Wil Schuurman nog gaan uitnodigen voor een volgende herdenking, nog steeds van harte kan aanbevelen.
Want het boek gaat over meer dan alleen een schimmige partij over verkiezingstijd, het is een boek over zelfhersenspoeling in zuurstofloze , geïsoleerde biotopen, die alleen maar tot geweld en de normalisering van geweld kán leiden. Iets dat het zeker waard is herbelicht te worden in deze tijd, in een geheel nieuwe context.
Bij gelegenheid van het dertigjarig jubileum van de ‘aanslag’ op Hotel Cosmopolite wordt het misschien tijd om eens wat wérkelijk nieuwe inzichten naar voren te brengen. Wellicht is het voor mevrouw Schuurman na al die jaren ook eens verhelderend om te weten aan wie ze haar leven in een rolstoel uiteindelijk echt te danken heeft. Kan ze die emotioneel chanteren. Misschien levert de confrontatie nog mooie televisie op.
Zuipen en snuiven
Nee, ik was niet bij ‘Kedichem’. Een van de beste beslissingen van mijn leven was die dag gewoon in mijn nest te blijven liggen. Ik had er geen trek in gehad juist vanwege de dwingende wijze waarop ik gesommeerd was te gaan door een zelf nogal sectarisch ingesteld persoon (“stelletje a-politieke puddingen!”) die zich actiebons in spé waande, en die van mijn huisgenoot eiste dat die een KAV-busje op zijn naam zou huren omdat hij zelf geen rijbewijs had.
Belangrijker nog, omdat ik gloeiende pest had aan de werkelijke bron van de informatie, en dus met helemaal niets te maken wilde hebben waar hij de hand in had. Maar wat ik weet, weet ik wel uit eerste hand. ‘Kedichem’ heb ik door de jaren vaak genoeg beschouwd en herbepuzzeld gehoord door directe betrokkenen om zeker te zijn van mijn zaak, en mijn eigen ervaringen er omheen sluiten daar naadloos bij aan. Dus geloof me maar.
De officiële geschiedschrijving – bij monde van eerdergenoemde van Lieshout, die helemaal niet weet hoe het zat – wil dat de locatie van de CD/CP-fusievergadering pas op het allerlaatst bekend was omdat ‘iemand’ CD’er Willem Bruyn gevolgd zou zijn naar Kedichem. Dat strookt met de lezing dat een en ander zo uit te hand kon lopen omdat het actievolk urenlang al zuipend en snuivend moest blijven wachten op de definitieve locatie in Utrecht.
Helemaal niet waar. Het volgen van Bruyn was slechts een bevestiging van de locatie. Die allang bekend was vanwege een ranzig… liaison, zou je kunnen zeggen, tussen extreem-links en extreem-rechts. Toen mijn huisgenoot de opdracht kreeg om een KAV-bus te huren werd hem al verteld dat het ‘bij Leerdam’ zou zijn.
Opsporingsdienst van de PTT
De reden was er een met puur commerciële interesse en dat was het belang van de freelance Telegraaf-fotograaf Cornelis ‘Cocky’ Torenspits. Die voorzag zijn scannermaatje Eelco Brekveld uit de Amsterdamse Rivierenbuurt wel vaker van leuke weetjes over dat soort dingen. Zijn licht nasale stem met oud-Mokums accent staat me nog bij, bij zulke gelegenheden. “Hé Brekkie, ik heb een spekkie voor je bekkie… o nee, geen spekkies, je bent joods hè, gheheheheh”.
Cocky had geen vrienden, niet alleen vanwege zijn onplezierige persoonlijkheid, maar ook omdat als hij er een normaal sociaal leven op na zou houden, hij misschien een ongeluk, overval, familiedrama of iets anders bloederigs en dus een voorpaginafoto zou kunnen missen. Daarom moest hij wel 24/7 aan de scanner gekluisterd zijn, en een handscanner voldeed niet.
Er waren dus maar weinig plekken waar Cocky eens kon relaxen en toch op de hoogte blijven van het volledige mobilofoonverkeer in de ring A10. Maar een ervan was op de Dintelstraat 5, een gelegaliseerd kraakpand waar op de zwaar beveiligde etage van Brekveld en zijn toenmalige huisgenote Joke, de bewoners van de verschillende etages (eronder woonde een voormalige skinhead waar onder andere Dikke Dennis kind aan huis was) elkaar naar het leven stonden.
Deze gezellige woning was voorzien van een batterij scannerapparatuur waar de opsporingsdienst van de PTT niet aan kon tippen, en daar ruilde Cocky wetenswaardigheden uit over op handen staande extremiteiten tegen nieuwe frequenties, van privé-telefoonverkeer tot aan de CRI aan toe. Zo had hij natuurlijk wel meer contacten met dezelfde soort hobbies, van privédetectives en ‘kromme hangjassen’ tot criminelen en Centrumdemocraten, waaronder sukkels en loslippigen die hij vervolgens verraadde zo het hem uitkwam.
En zo ging het dus ook met de wetenswaardigheden rond de op handen zijnde CD/CP-fusievergadering. Als daar nou de pleuris zou uitbreken, dan kon hij zich vast van te voren goed positioneren met zijn dikke motordrive, de CD zou kunnen janken over de slechte politiebescherming en daar werd iedereen weer beter van, niewaar.
Hoestende Janmaat
Het waren dan ook Brekveld en Torenspits die de Bruyn die ochtend zouden volgen om te kijken of zijn info klopte. Aldus geschiedde, met gruwelijke gevolgen. Het zou niet voor het eerst of voor het laatst zijn dat De Telegraaf bloed aan haar handen had.
Dé iconische foto van Kedichem, van een hoestende Janmaat met wat stillen, pers en brandweer op de achtergrond, was ironisch genoeg niet van Cocky, maar van de regiofotograaf William Hoogteyling. Die ontkracht tegelijkertijd het verhaal van Schuurman over de partijdige brandweer, want daar wordt volop geblust en de ambulance (we zien spuitgasten op de plaats waar Schuurman neerkwam) is blijkbaar al weg.
De foto’s van Cocky zijn allemaal in de eerste minuten genomen: We zien rook naar buiten stromen dat een mengsel is van de witte rook van rookbommen en behelmde actievoerders die al beginnen zich uit de voeten te maken.
Cocky zelf was zelf ook snel weg. De politie gaf hem nadien nog de kans om zijn foto’s te rangschikken alvorens hij die inleverde, waarop actievoerders zichtbaar stonden, waar die met Brekveld erop uiteraard niet bij zaten. Brekveld werd dan ook niet gearresteerd, in tegenstelling tot EHBO’ster Els enkele dagen later, die absoluut nergens schuld aan had, maar die wel weken vast zou zitten, alleen omdat ze géén bivakmuts droeg en er – haar eerste taakopvatting als EHBO’ster voor iedereen indachtig – hem niet direct smeerde.
Brekveld stond enkele dagen later op een waanzinnige stedelijke actievergadering alweer te kraaien dat “we wel gek waren om toe te geven dat er mollies waren gebruikt”, daarmee de lezing voorgoed bevestigend dat dit wél het geval was geweest.
Dit luidde zo’n beetje een definitief schisma in de actiebeweging in en het begin van de PVK, de gewelddadige kraakstasi waar hij (met van Lieshout) een van de kopstukken in was.
Brekveld veranderde later van geslacht en wil niet meer aan zijn verleden herinnerd worden. Cornelis Torenspits is nog steeds beeldjournalist. Uiteraard zouden deze wetenswaardigheden nooit een van de latere beschouwingen, het programma ‘Andere Tijden’, of de biografie van Janmaat halen. Aan een ‘Andere Tijden’-redacteur vertelde ik wel wat ik wist over Torenspits en de locatie, met de aanbeveling om het bij de persoon zelf te checken. Dat durfden ze niet. Niemand wilde daar aan. Het “deed ook niet ter zake”.
Hardhandige knokploeg
Wat bedoelde ik nu met mijn inzichten aan de hand van het boek van Rensen, achteloos terzijde gewoven als demonisatie bij Pauw? Met hoe extreem-links en –rechts op elkaar leken? Een grote overeenkomst was, zo realiseerde ik me toen ik het las, de humor. Je kon niet zeggen, zo constateerde ook Rensen, dat er niks te lachen viel in CD-kringen. Alleen: Alle humor had een gewelddadige basis. Alle verhalen gingen over geweld.
Enorm verhelderend vond ik de volgende anekdote, verteld in het boek door Wil Schuurman zelf aan de beruchte Richard van der Plas, hun Purmerendse raadslid:
“Mordaunt (Stewart Mordaunt, CP86 concurrent van Janmaat- NG) was in de Tweede Kamer. Komt er een blanke vent naar hem toe. Die vraagt: ‘Weet jij waar Janmaat is?’ Mordaunt: ‘Geen idee’ Die kerel: ‘Je moet me niet in de maling nemen. Jij weet best waar die uithangt’ Mordaunt: ‘Waarom zou ik dat moeten weten dan? Met die Janmaat wil ik niks te maken hebben. Wij willen nog veel meer’. ‘O’zegt die vent, ‘dan moet ik jou hebben’, en hij geeft hem, klats, zo een hoek. Hahahaha, wat een lul, die Mordaunt”.
Ik kon, kan, hier ook om lachen, ook vanwege de smakelijke wijze waarop Schuurman het vertelt. En om nog veel meer roddel en achterklap die voorbij komt in het boek, zoals het Delftse raadslid van der Spek (bekend in Delfste krakerskringen vanwege zijn hardhandige knokploeg) die een honkbalknuppel ‘in zo’n posterkoker met oranje doppies’ bewaard. ‘Haal je die er eerst uit voor je slaat?’ vraagt Rensen. ‘Als ie haast heeft niet’. schatert partijbons Wim Koetsier.
Doodsteken of verkrachten
De eerste keer vond ik het confronterend om te lezen omdat het precies het soort lol was dat standaard was in krakerskringen, onder mensen die gewend waren tegen de van der Speks te vechten. CD-raadlid Frans Hofmans zegt tegen Rensen bijvoorbeeld over zijn collega van der Plas: “Je kan hem niet tegenkomen of hij heeft weer wat flinks gedaan. Dan verschiet hij gewoon van kleur, zo trots is hij erop als hij weer wat rottigs heeft uigehaald”.
Dat gold ook voor een hoop van mijn vroegere actiemaatjes. Het is de een kenmerk van beschadigde mensen, die aan constant geweld gewend zijn. Een avond met een stel oude punkers in de kroeg en de humor is al snel van dezelfde orde: Keihard, zoals je nergens anders kunt bezigen dan onder elkaar. Oude soldaten.
Enkele maanden voor Kedichem werd ik, omdat ze mij aan mijn jas herkenden van een actie tegen hun, volledig in elkaar getrapt door drie later aan de CD gelieerde skinheads in het centrum van Amsterdam. Ze sloegen me in mijn nek en na een paar flinke trappen zagen ze pas dat ik “shit, een wijf” was, dus delibreerden ze kort of ze me zouden gangbangen of doodsteken.
Dat geen van beide hypothetisch waren, blijkt uit het feit dat één van hen een half jaar later medeplichtig zou zijn aan het willekeurige neersteken van een willekeurige jongen op station Hilversum. Deze dader figureert ook in het boek van Rensen als een van de hand- en spandienstverleners van Schuurman.
Maar gelukkig, voor verkrachting achtten ze me te lelijk en waarschijnlijk te vies en ze hadden me al aardig toegetakeld dus lieten ze het verder maar en verdwenen. Ik hees mezelf tegen een paal en probeerde een sjekkie te draaien, maar dichtlikken lukte niet omdat mijn lip teveel bloedde. Toen ik thuiskwam was de eerste reactie van een huisgenoot: “Nou dan heb je morgen wel een goeie smoes voor de reclassering”, want die wilden me net naar een cursus sturen. Daarom lachen deed pijn. Aangifte doen kwam niet bij me op, want pffff, politie en er was een contraverhaal – ik was zelf ook niet helemaal zuiver op de graat versus de groep die ik tegenkwam.
Verzameling oplichters
Dit soort dingen vormden de constante realiteit van de meeste aanwezigen bij Kedichem, over en weer. Geweld – geweld dat je pleegde, geweld dat je onderging – was weinig meer dan een goed verhaal als de kneuzingen geheeld waren.
Wie had verwacht dat ik geschokt zou zijn om het been van Schuurman? Het liet me koud, en nog steeds. Noem het deformatie. Maar die had wel een reden.
Wil Schuurman, een middelbare vrouw, moeder van een bijna volwassen zoon, en Janmaat, een gestudeerde ex-leraar, entameerden, faciliteerden en kanaliseerden dit soort geweld niet eens uit ideologie, maar uit puur eigenbelang. Ze werden niet buitengesloten in de kamer vanwege hun meningen, maar omdat hun partij een verzameling oplichters was, en zijzelf de boel bij elkaar fraudeerden en intrigeerden. Media-aandacht hadden ze altijd, maar dat wisten zij of hun partijgenoten altijd op spectaculaire wijze weer te vergallen.
De wijze waarop Schuurman haar been kwijtraakte, was onderdeel van een bijna karmische spiraal. Nu speelt ze de bijna-vermoorde onschuld, en komt daar mee weg omdat niemand dit gehandicapte omaatje meer vraagt naar haar geweldplegende drinkemaatjes als Yge Graman, Richard van der Plas, en oud-SS’ers en kampbeulen.
Wilders Jodenknecht
Het enige interessante moment van actualiteit in Pauw was het moment dat Schuurman zei niet te stemmen en al helemaal niet op Wilders. Met Wilders had ze niets en de PVV was voor haar geen partij van geestverwanten.
Dé gemiste kans zat hem in de niet-gestelde vraag: “Waarom niet?” Omdat ze jaloers is, omdat ze als de waard en zijn gasten de hele politiek als corrupt ziet, of omdat ze Wilders in navolging van hun NVU-grondbeginselen maar een Jodenknecht vindt? De rest was allemaal water under the bridge.
Onbelicht, en het enige dat zin heeft om te beschouwen, was de rol van de media in dit alles. Ja, de ‘antifacisten’ voelden zich door media en politiek tot op zekere hoogte geschraagd in hun geweldpleding jegens CD’ers. Je had vanuit de ‘reguliere linkse’ partijpolitiek en organisaties het gevoel dat dit stilzwijgende goedkeuring had, en de redenen zag je, niet in de politieke ideologie, maar uit ergernis om de kansen die criminelen van Janmaat kregen, niet om Janmaat zelf.
Onthullingen daarover – accurate onthullingen – versterkten dat. Maar niet van de politie of godbetert te brandweer. Die had hun handen alleen vol aan het voorkomen van schade aan onschuldige buitenstaanders. Zo niet wat toen nog de verslaggevende ‘pers’ heette. Die vond alles prachtig, zoals ze zich nu verlekkert aan zowel geradicaliseerde jongeren in de Schilderswijk, als om Pegida. Veel journalisten stookten vanuit de zijlijn, en je herkende ze als laffe burgermannetjes die zelf wel zouden willen durven, maar dit veiliger vonden.
Gewelddadige taal
Gewelddadige taal en het platslaan van nuance leidt uiteindelijk tot geweld, dat is de les die niet getrokken wordt. Zoals ik nu zeker weet dat Pegida en AZC-Alert hetzelfde gevoel hebben als wij destijds: “Eigenlijk zijn ze het met ons eens”.
Zouden de media misschien nú willen overwegen hoezeer ze voer voor geweld aanreiken met hun lulkoek en er racistische acties mee legitimeren, in plaats van dat ze dat op zo’n sneue manier over dertig jaar weer moeten doen?
Een grote les die er altijd weer getrokken kan worden, is in elk geval: Vertrouw nooit De Telegraaf.
Natasha Gerson is schrijfster en journaliste en werkt momenteel aan een langdurig onderzoek naar dwangarbeid in de Tweede Wereldoorlog.





RSS