Nieuwsbrief uit Istanbul: Witte Turken
Hassnae Bouazza

Illustratie: Werner Klemke
Na de grote lofzang, eergisteren, op de Turkse premier Erdogan en zijn partij AKP, gingen gisteren de alarmbellen al snel af tijdens een bijeenkomst met drie journalisten over de Gülen-beweging: Erkan Tufan Aytan, presentatrice en schrijfster Nazli Ilicak en politiek commentator Mümtaz’er Türköne.
De eerste spreker, Tufan Aytan, schetste de geschiedenis van Turkije en de Turkse identiteit: de elite, bestaande uit stedelingen, de zogeheten witte Turken, waren altijd seculier. Iedereen moest daarom ook seculier, soenniet en Ataturkist zijn in het Kemalistische tijdperk. De elite was een homogene groep Turken die verwesterd was. Het Turkse platteland telde niet mee en plattelanders hadden ook geen toegang tot hoge functies.
In de jaren vijftig begon de migratie van het platteland naar de steden. De plattelandsmensen namen hun eigen cultuur mee, kregen geen toegang tot de stadscentra en vestigden zich in de sloppenwijken. Ze voelden zich onderdrukt en buitengesloten. In die tijd kwam Fethullah Gülen op, een charismatische geestelijke die voorstelde Anatolische scholen op te richten en privéscholen. Gülen zorgde voor fondsen van ondernemers zodat jongeren konden studeren en toegang kregen tot scholen en universiteiten. De tweede migratie was van de sloppenwijken naar de stadscentra.
Door die tweede migratiegolf begonnen ‘de anderen’, ‘de uitgeslotenen’, zoals Aytav hen noemt, zich te manifeseren op hoge functies en in de media. Ze werden rijk en eisten hun plek op.
Zo veranderde dus de structuur van Turkije en ontstond er een strijd tussen de oude en opkomende elite. De opkomende elite werd weggezet als radicaal gelovig en er werd gewaarschuwd voor ‘het nieuwe Iran’. Als je bad, was je gelovig en dus verdacht.
Nazli Ilicak behoort zelf tot de elite, de Witte Turken, maar zag, vertelde ze, de vertegenwoordigers van de Gülen-beweging als zichzelf superieure wanende mensen die, geleid door het geloof en de hoop op het paradijs, goede dingen doen. Toen ze hierover werd bevraagd, nuanceerde ze haar verhaal iets.
De positieve kijk op de regering Erdogan van de drie sprekers van de dag ervoor was interessant als tegenwicht van overheersend negatieve berichtgeving erover, hoewel een kritische stem in het panel welkom was geweest. Bij de drie eensgezinde sprekers over de Gülen-beweging viel de blijde boodschap nog meer op. Het is aannemelijk dat het Ottomaanse rijk de Turkse identiteit vormde, maar de visie van een kritische seculier had het overtuigender gemaakt.
De kritische vragen uit onze groep leidden tot een interessante onderbreking: de tolk zou slecht hebben vertaald, waardoor wij het allemaal verkeerd hadden begrepen. Die tolk stormde hierop woedend uit haar hokje uit om te protesteren, maar ze werd streng teruggestuurd.
Als de blijde boodschap niet als zoete koek wordt geslikt, ligt het niet aan die boodschap, maar aan de tolk.
In het kader van de vierhonderdjarige relatie tussen Turkije en Nederland en op uitnodiging van het Platform 400 Jaar is Hassnae Bouazza een paar dagen met een groep andere journalisten in Istanbul. Volg haar op Twitter.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS