Frontaal
Naakt

11 maart 2012

R.I.P. Jean Giraud

Peter Breedveld

Ik zal een jaar of negen geweest zijn toen mijn vader thuiskwam met een grote stapel stripboeken. Het meeste was rotzooi, van die dikke Flintstone-verzamelingen en zo, maar er zaten twee stripboeken bij die mijn leven veranderden: De Mijn van Prosit en Het Spook van de Goudmijn, die samen een tweeluik vormen.

Ik was toen vooral bekend met Donald Duck, Suske en Wiske en het weekblad Robbedoes en ik las daarnaast de boeken van Arendsoog, die de boeven zelfs niet verwondde, maar ze hun pistolen uit hun handen schoot. De hoofdpersoon in De Mijn van Prosit is van een totaal ander kaliber: een verlopen luitenant in het Amerikaanse leger, die is aangesteld als sheriff van een stoffig stadje-van-niks vol schorem. Vies, ongeschoren en sikkeneurig – hij leek meer op de volwassenen die ik kende dan de oprechte melkbekkies met hun christelijke waarden in de Robbedoes.

De sheriff, Mike Blueberry is zijn naam, laat zich door een linkmiechel met een zwaar Duits accent, die zich baron Werner Amadeus von Lückner noemt (Lügner! Blueberry was het Duits natuurlijk niet machtig en daardoor niet voldoende op zijn hoede), verleiden op zoek te gaan naar een goudmijn in heilig Indiaans gebied. Zijn vriend McClure, een kale zuipschuit met een gebit als een Chinees kerkhof, gaat ook mee en ze worden op de hielen gezeten door twee premiejagers. Eenmaal in het heilige Indiaanse gebied aangekomen, krijgt het gezelschap het ook nog aan de stok met een groep Apaches en dan is daar ook nog het spook uit de titel van het tweede deel, die met gouden kogels op onze, eh, ‘helden’ schiet.

Dat vond ik allemaal op zich al superspannend, maar onthutsend was voor mij de manier waarop Blueberry zich tijdens al die beproevingen gedraagt: niet echt als de koelbloedige man van stavast met keurig gepommadeerd haar die helden volgens mij hoorden te zijn. Blueberry is bang, raakt in paniek, dreigt het af en toe zelfs op te geven en zijn beste vriend verraadt hem uit hebzucht.

Goed beschouwd was De Mijn van Prosit de eerste existentialistische roman, die ik las. Ik leerde eruit dat we het allemaal alleen moeten zien te rooien, dat vriendschap een illusie is en het leven absurd. Alles wat ik eigenlijk al wist van het schoolplein, alleen had De Mijn van Prosit mooie berglandschappen en stoere Apaches.

Luitenant Blueberry is een creatie van de Belgische schrijver Jean-Michel Charlier, die al in 1989 overleed, en de Fransman Jean Giraud, die gisteren van ons is heengegaan. Hij is 73 geworden. Veel mensen zullen het werk van Giraud wel kennen zonder zich daarvan bewust te zijn, want hij ontwierp decors en ruimteschepen voor science fiction-films als Alien en Tron. Luc Besson plagieerde hem hartstochtelijk in zijn film The Fifth Element en hij inspireerde veel cineasten, waaronder Frederico Fellini, Hayao Miyazaki en Ridley Scott.

Eerlijk gezegd spreekt het werk waarvoor hij het meest wordt geprezen, de science fiction-strips die hij onder het pseudoniem Moebius maakte, me veel minder aan dan zijn samenwerking met Charlier. Het leek wel of Moebius onder invloed van paddo’s tekende, het is allemaal vooral erg raar, met ruimteschepen in de vorm van een haarföhn en dergelijke. Ik zou ook niet één Moebius-verhaal kunnen navertellen. Er is me weinig van bijgebleven.

Moebius was ook een beetje een zwever, die New Age-achtige ideeën aanhing. Na Charliers dood schreef hij zelf de scenario’s voor Luitenant Blueberry en verloor de serie veel van het harde cynisme uit de eerdere delen. Giraud maakte er een aanklacht tegen het Amerikaanse Indianenbeleid van. Blueberry werd de blanke held die aan de zijde van de onderdrukte Indianen streed.

Daar heb ik me evengoed mee vermaakt, maar de boeken die ik steeds weer herlees, onlangs nog in een herziene, luxe uitgave in groot formaat van uitgeverij Sherpa, zijn De Mijn van Prosit en Het Spook van de Goudmijn.

Dit is niet om te zeggen dat de kwaliteit van dat tweeluik vooral de verdienste is van Charlier. Giraud vormde met hem samen een perfect team. In De Mijn van Prosit en Het Spook van de Goudmijn is Giraud de begaafde regisseur die een meesterwerk schept op basis van het script van Charlier. Het plezier gaat nog jaren door met albums als Chihuahua Pearl en Angel Face. Charlier en Giraud zijn waarlijk de Sergio Leone en Clint Eastwood van de westernstrip.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home