Spanje
Machiel Kolstein

Tom Lievens beweert in zijn stuk Armoe dat de Spanjaarden te druk zijn met de gevolgen van de economische crisis om tijd te hebben voor racistische of nationalistische sentimenten. Bovendien meent Lievens dat de 15-M-beweging van de ‘Indignados‘ (de ‘verontwaardigden’) vooral economisch gemotiveerd was.
Het is mij een raadsel dat van een beweging met als belangrijkste slogan ‘Democracia Real Ya!‘ (‘Echte Democratie Nu!’) beweerd kan worden dat haar motieven vooral economisch zijn.
Het is waar dat Spanje hard getroffen is door de economische crisis, veel meer dan Nederland. Het land kent 20 procent werkloosheid, wat bij jongeren oploopt tot rond 40 procent. De oorzaken zijn veeltallig, maar één van de grootste boosdoeners was het loslaten van de credietregelingen. Dat heeft geleid tot een buitensporige speculatie in de bouwindustrie. Die nu is ingestort.
Maar Spanje heeft ook problemen die al speelden vóórdat de crisis begon en die het moeilijk maken om die crisis nu het hoofd te bieden, en het vertrouwen in politici hebben geschaad. Problemen die zijn begonnen toen dictator Franco overleed in 1975.
Spanje werd een democratie, niet omdat een dictator was afgezet, maar omdat deze overleed. De overgebleven politici besloten tot een geleidelijke overgang naar democratie. Die overgang betekende echter dat de politieke kaste (ministers, partijbonzen, burgemeesters en hun families en politieke netwerken) op dezelfde manier, met dezelfde privileges als voorheen, kon doorgaan.
Als de bevolking zich al bewust was van de mankementen van deze nieuw opgezette democratie, ontbraken de democratische middelen om er tegenin te gaan.
Een extra probleem is het nationalisme. Enerzijds is er het centralistische, Spaanse nationalisme, dat één taal en één cultuur, de Spaanse voor het hele land wil. Daar tegenover zijn er verscheidene nationalistische bewegingen, met als belangrijkste die in Catalonië en Baskenland.
Als Nederlander heb ik dit lang weggewuifd als Friesland-achtige folklore. De werkelijkheid is anders. Het gaat om gebieden zo groot als Nederland, met miljoenen inwoners die al eeuwenlang een eigen taal en cultuur hebben en die voortdurend vanuit Madrid te horen krijgen dat die ondergeschikt zijn aan de Spaanse, met gevolgen voor onder andere onderwijs, politiek en samenleving.
De verkiezingsuitslagen van afgelopen 20 november spreken boekdelen. Nationaal heeft de rechts-conservatieve Spaans-nationalistische Partido Popular gewonnen, maar in Catalonia is het de rechts Catalaans-nationalistische CiU en in Baskenland de linkse Baskisch-nationalistische Amaiur die gewonnen hebben.
Wat ik daar van ook van moge vinden (ik houd niet van nationalisme, van welke kleur dan ook), het is simpelweg onjuist om te beweren dat er geen nationalisme bestaat in Spanje. Integendeel: het wordt er door verscheurd.
Terug naar de Spaanse politiek. Het is een misverstand om te denken dat de strijd tussen PSOE en PP gaat tussen economisch links en rechts. Dat is nou precies waar de protestacties 15-M zich tegen keerden met slogans als ‘No nos representan‘ (‘Zij vertegenwoordigen ons niet’), ‘Nos les votes!’ (‘Stem niet op hen!’) of het reeds genoemde ‘Democracia Real Ya!’ (‘Echte democratie en wel nu!’). De beweging ageert niet tegen één bepaalde politieke partij maar tegen het gehele politieke systeem en de belangrijkste misstanden in de Spaanse politiek:
- In Spanje werkt men met een kiessysteem van d´Hondt. Dit systeem werkt in het voordeel van de grote partijen, vooral als er sprake is van veel onthoudingen en blanco stemmers.
- Alle partijen hebben in hun lijsten meerdere politici die aangeklaagd worden of zijn geweest wegens corruptie. Dit varieert van steekpenningen, bouwvergunningen, subsidieverstrekkingen, salarisaanpassingen, en dergelijke.
- Er bestaat geen politiek onafhankelijk juridisch systeem, wat een probleem is bij zowel het bestraffen van corruptie, als bij het in het reine komen met het Franco verleden. (Lees voor de aardigheid eens wat over de rechter Garzón.)
- Omdat in de praktijk, slechts twee partijen macht hebben, hebben deze partijen de afgelopen tientallen jaren hun economische politiek zonder veel problemen kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld, door de woonrechten in de woningmarkt uit te hollen of de credietmarkt vrij te geven.
- Vanzelfsprekend hebben deze twee partijen niets veranderd aan de buitenproportionele privileges die politici (zelfs op gemeentelijk niveau) hebben: pensioen, werkloosheidsuitkeringen, belastingvoordelen, salarisverhogingen, enzovoort.
- Er is in Spanje nog steeds geen punt gezet achter de Franco-periode. Dat betekent bijvoorbeeld dat kinderen op school daar niets over leren, dat graven van Franco slachtoffers nog steeds geheim zijn, en dat het graf van Franco nog steeds in een monument ligt ter ere van de gevallenen van de burgeroorlog (Valle de los Caídos).
Afgelopen 20 november zijn er verkiezingen geweest. ‘Rechtse PP wint’, jubelen alle Nederlandse kranten die kennelijk geen geld hebben om een journalist naar Spanje te sturen. Zoals zij ook in de verslaggeving van de 15-M acties niet verder kwam dan ‘protesten tegen bezuinigingen’.
In werkelijkheid heeft 30 procent van alle stemgerechtigen niet gestemd en 25 procent van de stemmen gingen naar een andere dan de twee grote partijen. De Partido Popular heeft procentueel gezien geen meerderheid. Op economisch noch op politiek vlak zal er iets veranderen.
De veranderingen zullen op cultureel en sociaal vlak liggen. De PP is een uiterst conservatief christelijke partij, met nauwe banden zowel met het Vaticaan als met Opus Dei. Het is bovendien een partij die voortgekomen is uit het voormalige Franco-regime. Een partij waarvan de oprichter, Manuel Fraga, een fanatiek minister was onder Franco. Het is een partij die nu al voornemens is het homohuwelijk weer terug te draaien. Een partij waarvan een paar prominenten verwikkeld zijn in een groot corruptieschandaal. Een partij die bij de treinaanslagen in Madrid journalisten onder druk zette om te beweren dat de ETA erachter zat, toen allang bekend was dat het om Al Qaeda ging. Een partij die rechter Baltazar Garzón uit zijn ambt wil zetten omdat hij de graven van Franco´s slachtoffers openbaar wil maken. Een partij die vrouwelijke collega´s uitmaakt voor hoeren of bastaarddochters.
Dat er geen racisme in Spanje zou bestaan, is natuurlijk niet waar. Het verschil is hoogstens dat Spanje minder een traditie van politieke correctheid kent, zodat veel vormen van racisme niet eens opvallen. Voor een Spanjaard is sowieso iedereen, die niet uit dezelfde streek komt, van een ander ‘ras’. Een Catalaan kan het dus hebben over mensen uit Valencia als een ander ras. Nog zuidelijker dan Valencia krijg je ‘moros’ (‘moren’).
De Falange, de pro-Franco organisatie, is in Spanje nog alom aanwezig, en voor een extra flink portie vreemdelingenhaat kunt u zowel naar de kassenstreken van Almería (met veel seizoensarbeiders uit vooral Afrika), of voorstadjes als Sabadell of Badalona, nabij Barcelona, om zo maar lukraak twee voorbeelden te noemen die vaak in het nieuws zijn wegens aggressie jegens buitenlanders.
Spanje is een veelzijdig land met veel gastvrijheid, spontaniteit, mooie en innemende mensen. Maar het is ook een arm land met een krakkemikkige democratie die een voedingsbodem biedt voor xenofobie, nationalistische tendensen en haat jegens homos, vrouwen en immigranten. De toenemende armoe zal dit alleen nog erger maken. De 15-M-beweging biedt (bescheiden) hoop dat een groeiende groep Spanjaarden het anders wil.
Machiel Kolstein woont in Barcelona, geen idee wat hij daar doet. Hij heeft een blog en een Twitter-account.





RSS