Frontaal
Naakt

3 november 2015

Taal

Tayfun Balçik

hausu16
Scène uit Hausu (1977)

Taal kan je maken of breken. De woorden, die uit je mond komen, zijn belangrijk. Eén verspreking of ondoordacht zinnetje en je hangt.

Afgezien van het inhoudelijke aspect van woorden, is de manier, waarop je dingen uitspreekt (en of je dit dictie, articulatie of accent noemt, dat maakt niet zo veel uit) meestal belangrijker. Althans, dat is wat ik merk in interacties.

Hoe vaak heb ik het wel niet meegemaakt dat mensen in ongeloof naar me keken: is dit dezelfde Tayfun van al die teksten? Het gaarste moment, wat dat betreft, was een gesprek met een professor uit Leiden. Hij had wat opgemerkt over mijn taalgebruik en vroeg hoe lang ik in Nederland woonde. Toen ik zei dat ik hier geboren was, kon ik na zijn reactie daarop (‘hier geboren zelfs..’) wel door de grond zakken.

Hollands gebabbel

Het is nou eenmaal zo. Ik ben meer schrijver dan prater. Gepraat, en vooral Hollands gebabbel, is niet aan mij besteed. Soms lijken conversaties spreekbeurten, zo bang om fouten te maken. Was het de of het licht? Velen maken het mee.

Maar je hebt ook andere Toerkoes. Ik zie ze wel. Dat ze met samengeknepen billen zo ABN kwekken. Sommigen past het, anderen klinken zo nep als boerse shit van de pit. Nee, als ik een vriend zie, dan zeg ik: “FAKA G-UNIT“? De reactie is dan “bung swa” of “ai mi brede“. Dit terwijl die gasten niet eens Surinaams zijn. Het komt omdat we dan in een vertrouwde omgeving zijn. Al maak je dertig grammaticale fouten, it’s all good, no worries. Op zulke momenten spreken we in alle vrijheid onze eigen taal. En die taal is niet Nederlands. Het is een mompelmix van Turks, Engels, Nederlands, Marokkaans en Surinaams. Een beetje crack, maar zo grappig als wat.

Hier een paar voorbeelden. Als ik in de auto de bestuurder wil waarschuwen voor een flitser, dan zeg ik niet: “He Hansworst, over honderd meter is er een flitspaal aan de kant van de weg”. Nee, dan zeg ik: “Ilerde flitta var, yavas git“. Toen ik dat voor het eerst zei, keek Yunus me vertwijfeld aan, “flitta?” Na uitleg werd ik belachelijk gemaakt, maar nu is flitta een ingeburgerde term.

Gaatjes vullen

Deze is ook gek. Tijdens zaalvoetbal gebeurde het volgende. We kwamen aan en mensen waren aan het warmlopen. Ik kleedde me om en begon ook aan een rondje. De eerste die ik tegenkwam, was Ramazan. De Turkse Messi. We schudden handjes en liepen in tegengestelde richting verder. Wat deed die zwerver? Schopte bijna een bal tegen mijn achterhoofd. Ik draaide om en zei, “wat is dit, önce el ver (eerst hand geven), daarna die dikke dolkstoot in m’n rug”. We lachen, maar wat daar gebeurt, gebeurt vaak. We beginnen zinnen in Hollands en vullen gaatjes in met Turks of een andere taal.

Met andere woorden: ons leven is een mix. Een constante aanpassing aan de situatie. Iets wat volstrekt normaal is om te zeggen in de ene kamer, kan in de kamer daarnaast al niet meer. Je zou voor gek verklaard worden. Dus het is laveren geblazen tussen culturen en subculturen.

Marokkanen pakken

Hier een andere anekdote. In 2007 stond ik met Marokkaanse vrienden van m’n broer op het August Allebeplein. Er was iets gebeurd op het politiebureau. ME-busjes reden af en aan.

Op dat moment belde een studievriend die wilde praten over zijn onderzoeksvraag. Toen ik zei dat ik op straat was en overal politie zag, zei hij opgewekt: “O Tayfun ik zou aantekeningen maken, wat jij daar nu meemaakt is van grote waarde voor sociologisch onderzoek.”

Toen ik lachend ophing, werden al grapjes gemaakt. Popschreck (bijnaam): “Tayfun, hier is mijn analyse van de situatie. Schrijf maar op”.

Hij nam een vreemde houding aan en begon zowaar aan een rap: “Dus ik wou net een hap nemen van m’n burger, belde de officier van justitie. Als de wiedewier naar bureau. Half aangekleed zie ik Gijs, Fred en de hele korps lean back doen. Gaan we Marokkanen pakken? Lean back! Gaan we kutjochies knallen? Lean back! Busje in, busje uit. Lean back!”

In vrijheid leven

Ik stond met grote bewondering te luisteren. Het vloeide er heerlijk uit. De taal van de ‘onderdrukker’ werd gemixt met zwarte rap van Fat Joe uit Amerika. En dat allemaal in een context met blauw op straat. Gelukkig stonden de agenten op een afstand en konden ze de provocatie niet horen. Soms is die afstand nodig om in ‘vrijheid’ te leven en lachen.

Lachjes die de pijn van de Hollandse taal een beetje verzachten.

Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West. Hij heeft een Facebook-pagina.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home