Frontaal
Naakt
13 juni 2010

Toga-party

Jona Lendering

Hoewel ik als historicus altijd heb geweigerd me te specialiseren, kan ik toch niet ontkennen dat ik de Oudheid het interessantst vind: Babylon, Egypte, Judea, Griekenland, Rome, de Kelten. Elke maand geef ik daarover een elektronische nieuwsbrief uit waarin ik links opneem naar het oudheidkundig nieuws van de voorgaande weken. Wat me elke maand weer opvalt, is dat met name archeologische persberichten erg inaccuraat zijn. Zo’n 40 procent ervan bevat serieuze onjuistheden, meestal overdrijvingen waarvan je vrij makkelijk kunt zien dat er wordt geprobeerd een financier te behagen.

Als ik hierover vertel aan collega’s, kijken ze me meestal wat meewarig aan. “Dat wisten we allang,” zeggen ze dan, verbaasd over mijn naïviteit. Ze weten dan meestal nog andere voorbeelden te geven, bewijzend dat ze het inderdaad allang wisten en dat ze niet de vermoeid-cynische pose aannemen van de wereldwijze geleerde die het allemaal al heeft gezien en niets meer gelooft. De archeologie heeft een serieus imagoprobleem.

Helaas niet als enige. Ik publiceerde vorig jaar een – al zeg ik het zelf – schattig boekje over misverstanden over de Oudheid (Spijkers op laag water), en heb in het nawoord uitgelegd dat de universiteiten zó gespecialiseerd zijn geraakt dat, als een oudheidkundige moet spreken over een deel van zijn vakterrein dat niet zijn eigen specialisme is, hij onvermijdelijk fouten maakt. Helaas realiseren onze academici zich die zwakte niet, zodat onze universiteiten nu een belangrijkere bron van desinformatie zijn dan pseudowetenschappers. Wie me niet gelooft, kan hier een vertaling van het nawoord vinden; aan een publicatie van het achterliggend cijfermateriaal wordt gewerkt.

Er zijn helaas meer disciplines met een geloofwaardigheidsprobleem. Climate-gate heeft niet bepaald bijgedragen aan het imago van de klimaatwetenschap. Mijn vertrouwen in de economen is de laatste jaren ook niet bepaald vergroot. Begrijp ik het goed, dan heeft het gros de hypotheek-, bank-, landen- en eurocrises niet zien aankomen en hebben degenen die ze wel zagen geen ruimte gekregen: niet bepaald de sfeer voor een open wetenschappelijk debat.

Of neem de geneeskunde. Iets meer dan een jaar geleden kwamen er alarmerende berichten over de varkensgriep – het bleek reuze mee te vallen. Ik ben wat sceptisch geworden over dit soort waarschuwingen. Van de gezondheidsadviezen die het RIVM (en zijn voorgangers) na de oorlog hebben uitgebracht, bleek een aanzienlijk deel prematuur (zuivel bleek niet zo gezond, wijn weer wel, en zo voort). Ik lees vol huiver dat er momenteel plannen zijn om ouders met dikke kinderen te korten op de kinderbijslag – alsof we genoeg snappen van het menselijk lichaam om er zo ingrijpend beleid op te baseren.

Begrijp me niet verkeerd. Ik denk dat de viroloog die waarschuwt voor een virus, serieus was. Ik weet dat de medewerkers van het RIVM het beste met ons voor hebben. Ik twijfel niet aan de integriteit van de oudheidkundigen en klimatologen. Maar ik zie óók dat er rationele gronden zijn om te betwijfelen of onze universiteiten wel goed genoeg zijn. Ik ben niet de eerste die constateert dat de universiteit als geheel een heel serieus geloofwaardigheidsprobleem heeft. Nieuwe ontdekkingen krijgen niet langer het krediet dat ze verdienen. Je moet er toch niet aan denken wat er zou zijn gebeurd als destijds de onderzoekers die de gevaren van asbest ontdekten, even ongeloofwaardig hadden geleken als de universiteiten van vandaag.

Wat gebeuren moet, weet iedereen:

1. Geef meteen toe dat er fouten zijn gemaakt;
2. Leg uit hoe die tot stand zijn gekomen en zorg ervoor dat er geen enkele ruimte voor twijfel overblijft;
3. Toon daarna toewijding en ernst – zorg dat je nooit op een of andere manier frivool in het nieuws komt;
4. Herwin het vertrouwen met een aansprekend resultaat.

Helaas handelen de bestuurders van onze universiteiten daar nou niet bepaald naar. Ze gaan er nog steeds, en in toenemende mate ten onrechte, van uit dat iedereen vol bewondering kijkt naar de academische geleerdheid. Inmiddels zijn het echter niet alleen de dames en heren universiteitsbestuurders die de tekenen des tijds opzichtig negeren. Ik lees met verbijstering – en groeiende verontwaardiging – dat onlangs zo’n vijftig studenten, enkele onderzoeksmedewerkers en een oud-rector magnificus uit Leiden zijn gaan demonstreren voor het behoud van het Latijn op de bul.

Er is een online-petitie, maar de argumenten zijn zwak – een traditie van meer dan vier eeuwen, dat soort geneuzel. Het soort argumenten waarmee het vrouwenkiesrecht werd tegengehouden, waarmee werd volgehouden dat katholieken geen officier mochten worden en waarmee homo’s het recht tot trouwen werd ontzegd. Een van de demonstranten liep rond met een in het Latijn gesteld spandoek dat twee spelfouten bevatte. Sommigen hadden zich lollig in Romeinse kleren gehuld. De universiteit als toga-party, dat zal nou echt iets doen om het vertrouwen te herstellen.

Ik moest denken aan Edgar Allan Poe’s verhaal The Mask of the Red Death: we vieren feest terwijl zich buiten een ramp voltrekt. Ik moest denken aan de opvarende van de Titanic die, terwijl het schip water maakte, klaagde over de ijsblokjes in zijn whisky. En ik moest denken aan mijn eigen naïviteit. Tot nu toe meende ik dat de universiteiten voldoende intellectuele massa hadden en dat in elk geval de eigenlijke wetenschappers zich nog zorgen maakten om enerzijds de kwaliteit van het onderzoek en anderzijds het (voor de snelle verspreiding van de kennis zo belangrijke) imago van betrouwbaarheid. Ik meende dat er nog een sprankje hoop was dat de universiteit ooit weer een wetenschappelijke instelling zou zijn waarop je trots zou kunnen zijn. Nu ik lees dat ze in Leiden de taal van hun bul wél een reden vinden om te demonstreren en de crisis, waarin de universiteit verkeert, niet, ben ik niet meer zo zeker dat het nog goed komt.

Spijkers op Laag Water – 50 misvattingen over de oudheid van historicus Jona Lendering werd door Hassnae besproken in Villa VPRO. Meld je aan voor een cursus op Lenderings onderwijsinstituut Livius.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home