Vergeten massamoorden
Peter Breedveld

Tijdens de Suezcrisis in 1956, toen Israëlische troepen korte tijd de Gazastrook bezetten, die toen door Egypte werd bestuurd, vonden twee in de vergetelheid geraakte massamoorden plaats. In de steden Khan Yunus en Rafah werden vaders, zoons en echtgenoten door de Israëlische troepen uit hun huizen gehaald, op een rij gezet en zonder pardon doodgeschoten. In Rafah werden de mannen verzameld op een schoolplein, met knuppels geslagen, en urenlang geterroriseerd.
De twee tragedies hebben nog niet eens voetnootstatus in de geschiedenis verworven, moppert Joe Sacco in het voorwoord van Gaza 1956, zijn ijzingwekkende verslag – in stripvorm – van zijn onderzoek naar de moorden. Ze worden genoemd in VN-rapporten die volgens Sacco vrijwel onbereikbaar zijn en toen zijn vriend, journalist Chris Hedges, er een paar alinea’s aan wijdde in een artikel voor Harper’s Magazine, sneuvelden die tijdens de eindredactie.

Sacco gelooft dat de twee gebeurtenissen cruciaal zijn om het verloop van het Israëlisch-Palestijnse conflict te begrijpen. Want zoals een Hamas-kopstuk, de later door Israël geëlimineerde Abed El-Aziz El-Rantisi, tegen hem zei: ‘Het heeft een wond in mijn hart veroorzaakt die nooit kan genezen. Ze plantten haat in ons hart’.
Sacco besluit in 2002 in Gaza zelf op zoek te gaan naar ooggetuigenverslagen. Hij spreekt met overlevenden en nabestaanden in 2002 en 2003, terwijl de Tweede Intifadah in volle gang is en de huizen van de mensen, die Sacco interviewt, bij wijze van spreken achter hun rug worden weggebulldozerd door het Israëlische leger. Velen van hen zijn verbijsterd: “1956?” Je wilt het echt over 1956 hebben?! Kijk om je heen, man! Het is overal 1956!”
Maar Sacco zet door en de verhalen zijn bloedstollend. Hij spreekt dochters die, als peuter, hun vader voor hun ogen doodgeschoten zagen worden, een man die negen kogels in zijn hoofd overleefde, mannen die wisten te vluchten, mannen die zich, met hun lijf vol kogels, dood hielden tot de soldaten vertrokken waren.

De verhalen worden meesterlijk door Sacco verbeeld. Zijn vorige boeken, met name Onder Palestijnen en Gorazde, trekken de lezer al in de verhalen dankzij Sacco’s perfecte beheersing van beeldritme en door zijn sfeerschetsen, in Gaza 1956 is hij op de toppen van zijn kunnen. Vierhonderd pagina’s telt dit boek, maar je vliegt er doorheen als door een Japans stripverhaal, een getekende film. De paniek van de opgejaagde Palestijnen slaat op je over, je kunt hun angst ruiken.
Vrolijkstemmend is dit allemaal niet, en toch weet Sacco de boel verteerbaar te houden met zijn relativisme en sardonische humor. De mannen die op het schoolplein in Rafah bij elkaar werden gedreven, mochten bijvoorbeeld niet naar het toilet. “We lagen met ons hoofd op de rug van degene voor ons en pisten op hen”, vertelt een man. Sacco vraagt of ze met elkaar praatten. “We pisten op hen en nu vraag je of we met elkaar praatten?” luidt het antwoord.
De verhalen over 1956 worden onderbroken met verslagen van de ontmoetingen in 2002. Sacco, die gespeend lijkt te zijn van elke ijdelheid, toont zich geen groot kindervriend. Hij ergert zich aan het gedrag van Palestijnse jongens die de Israëlische soldaten uitdagen en verklaart dan botweg: “Als één van die ettertjes vandaag zou worden geraakt, zou ik amper medeleven kunnen tonen.”

Sacco is zeker geen klakkeloos doorgeefluik van Palestijnse anti-Israëlpropaganda. Samen met zijn Palestijnse gids maakt hij elke avond een schifting tussen de afgenomen interviews. Dit is wel geloofwaardig, dit niet, deze verhalen spreken elkaar niet of wel tegen. Zijn oordelen over sommige geïnterviewden, maar vooral de oordelen van zijn gids, zijn soms snoeihard.
Dat is opvallend in dit boek, dat Sacco sinds zijn boek Onder Palestijnen, dat bijna tien jaar geleden verscheen, veel harder is geworden. Geen wonder, hij heeft inmiddels zoveel horrorverhalen gehoord, en kwam zo nu en dan ook zelf onder vuur te liggen tijdens zijn tochten door Gaza.
Gaza 1956 is een zeer intens boek, onthullend en schokkend, en absoluut verplichte kost voor stripliefhebbers én Israël-watchers.
Eerder verschenen in Vrij Nederland.






RSS