Zondagslust
Frans Smeets

Foto: Lalla Essaydi
Afgelopen weekend was ik in Düsseldorf. Zelf vind ik dit een van de meest onderschatte steden van Duitsland. Düsseldorf is een architectonisch mooie stad aan de Rijn met mondaine vriendelijke inwoners.
Toch betekent een bezoekje aan deze stad een ritje van zo’n vijfhonderd kilometer over de Duitse autowegen. Rijden op zondag is een genot in Duitsland. Wij mogen hier in Nederland zeuren over winkeltijden en toeristische gebieden, in Duitsland mag er op zondag nog geen vrachtwagen rijden. Het hele economische leven ligt plat. Bij mijn Duitse vrienden speelt de discussie omtrent zondagsrust niet, gewoonweg, omdat ze willen genieten.
In Frankrijk en Italië is het niet anders. Vaak worden de winkels al op zaterdagmiddag op slot gegooid om lekker te gaan eten en drinken. De zondagsrust wordt gezien als een integraal onderdeel van het sociale leven en als een verworven recht.
In Nederland wordt de discussie over de zondagsrust gekaapt door gristenen, atheïsten en consumptiefundi’s.
De gristenen zouden het liefst op zondag iedereen, die van het rechte pad tussen kerk en gezin afwijkt, willen bekeuren. De atheïsten zien werkelijk elke beperking op zondag als een poging tot religieuze dwang en indoctrinatie. En de verwende consumptiefundi’s gedragen zich alsof hun mensenrechten worden aangetast als ze op zondagochtend geen croissants kunnen krijgen.
Ik moet de atheïsten gelijk geven dat de term zondagsrust beladen is. Het voelt als christelijk gehijg in je nek. De vraagstelling zou echter niet moeten zijn of er op de zondag uit bijbelse overwegingen rust nodig moet zijn, maar of je één gezamenlijke dag van de week het economisch leven stil moet leggen. Een woensdagsrust zou ook een optie kunnen zijn. Dan zijn we van het religieuze gezeik af. En voor het platleggen van de economie voor één dag in de week valt best wat te zeggen.
Ikzelf ben bevooroordeeld. Ik ga gigantisch zweten en loop rood aan in winkelcentra, drukke binnensteden of al te grote winkels. Ik mijd ze als de pest en als mijn vrouw me onder zware psychologische druk toch zover heeft weten te krijgen om te shoppen (braak), kun je me opvegen. Een bezoek aan Ikea of een woonboulevard staat bij mij garant voor paniekaanvallen, vreetbuien, depressies, echtelijke ruzies en totale wanhoop. Ik kan die man die die verkeersregelaar bij de Ikea aanreed heeeeel goed begrijpen.
Maar buiten een belang in mijn eigen trieste leventje is er meer voor te zeggen.
Een groot deel van de bevolking vindt deze rust ergens wel aangenaam. In het referendum in Utrecht over uitbreiding van de koopzondagen stemde meer dan zestig procent van de inwoners tegen. Als ik eens om me heen snuffel, vinden de meeste mensen een dag per week alles dicht wel prima. En dat zijn echt geen christenen. Een rustdag haalt de gejaagdheid uit de samenleving en dat is voor veel mensen toch een verademing. Een ‘èffe niet’-gevoel, een andere wereld.
De zondag vergemakkelijkt bovendien een familieleven of sociale omgang, omdat je dan niet gedwongen bent om de werkagenda van iedereen op elkaar af te moeten stemmen. Het maakt ontmoetingen gemakkelijker. De vanzelfsprekendheid van het Bourgondisch eten en drinken in familiekring, dat we in mediterrane landen zo aangenaam vinden, kan alleen als we collectief een dag afspreken waarop niet wordt gewerkt en iedereen lekker lui is. De zondagsrust wordt in Bourgondische landen dan ook niet gezien als een vorm van religie, maar van genieten, herstel, eten en drinken. Een hedonistische dag.
Ook voor de consumptiefundi’s is er een argument aan te dragen waarom een zondagsrust zo slecht nog niet is, namelijk diversiteit. Een koopzondag is heel goed voor leden van het MKB, maar niet voor de kleine winkelier. Het MKB heeft niets meer te maken met de kleine ondernemers, maar vertegenwoordigt de duizenden franchise-ondernemers van de grote ketens. Dit bleek ook weer in de strijd in Amsterdam Noord tussen “kleinbedrijf” C-1000 (vertegenwoordigd door het MKB) en een dertigtal winkeliers die het niet zagen zitten om zeven dagen in plaats van zes dagen per week te MOETEN werken. De koopzondag dwingt juist de winkeliers die de straten in Nederland nog enigszins allure en kleur geven te kiezen voor schaalvergroting (nog meer van hetzelfde), fysieke roofbouw of te stoppen.
En als iets Nederland nodig heeft, dan is het diversiteit op winkelgebied. De consumptiefundi mag dan wel op zijn overwinningstrommel slaan dat hij op zondag zijn spulletjes kan kopen, de verblokkering van het winkeldomein tast zìjn consumptievrijheid op de andere zes dagen aan. In heel Nederland ziet ondertussen elke winkelstraat er identiek uit. Consumptie heeft met diversiteit te maken.
Een veel gehoord argument van de tegenstanders is, dat iemand anders voor hen bepaalt dat zij wel of niet iets mogen kopen op een bepaalde dag. Ik zou in dit argument meekunnen gaan als consumptie niet zo’n dominante invloed zou hebben op de publieke ruimte en ons leven. Je kunt godverdomme zes dagen per week helemaal los gaan. Is het dan zo erg dat de winkels een dag dicht zijn! Waar hebben we het over?
Bij dit argument is het uitgangspunt dat de eigen individuele consumptiekeuze een losstaande handeling is die verder geen invloed of gevolgen heeft. Dat is naïef te noemen. Ook consumptie is uiteindelijk een afweging van botsende belangen. Op een enkeling na zijn consumptiefundi’s alleen maar voor winkels open, omdat het ze persoonlijk goed uitkomt en ze er geen prijs voor hoeven te betalen. Zelf zijn ze schijnbaar niet in staat om op de zondagochtend verse croissants te organiseren. Vervolgens beredeneren ze met een stuitende lichtzinnigheid dat degenen die hen dit “mensenrecht” moet leveren een vrije keuze (kwestie van organiseren) hebben om hun sociale leven anders in te richten.
Zondagsrust moet je niet bekijken vanuit het perspectief van enkele bijbelneuroten, atheïstische dwaallichten of verongenoegzaamde consumptiefundi’s, maar vanuit de mogelijkheden die het biedt om te genieten. Een collectieve lustdag van ontmoetingen, eten en drinken, rust of luiheid. Een dag zonder werken of de gejaagdheid van overleven. Een zondagslust.
Knutselaar Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nogschoonheid in zich mag herbergen.





RSS