Einde van de natiestaat
Frans Smeets

Wie de skylines van steden als Sjanghai, Dubai en andere grote steden ziet, kijkt in feite naar de nieuwe machtsorde van de 21e eeuw. Ooit begonnen in New York, nu moet ieder land haar grootheid uiten in een skyline die symbool moet staan voor economische voorspoed, rijkdom en macht. Een soort haantjesgedrag van wie heeft de grootste en dikste.
Het meest perverse voorbeeld is Dubai, waar de oliedollars in megalomane en wansmakelijke betonconstructies en zandophopingen gepompt worden. Een stukje woestijn dat symbool staat voor een nieuwe wereldorde waarin de winnaars samenklonteren in decadentie en waar met human resources let vooral op de benaming wordt geschoven alsof het een spelletje monopolie betreft. Daar zijn die minaretten- en kerkenbouwers toch echt stumpers bij.
Net als zingeving (religie) en de sociale groep (staat en politiek) zijn de krachten van vrijhandel en consumptie afzonderlijk, mits ze in balans worden gehouden met gezonde tegenkrachten, geen gevaar. Het gevaar van christendom en overheid schuilde ook niet in hun bestaan, maar in de absoluutheid van de macht en de verstrengeling met de krachten die hen in bedwang moesten houden. Het christendom was gevaarlijk, omdat ze de staat en economie ineen waren. Idem als bij de staatsreligies van fascisme en communisme die samenvloeiden met economie en religie. Het was iets waar je niet meer aan kon ontsnappen.
We kunnen in een geglobaliseerde wereld ons steeds meer afvragen of de economische vrijhandelstheorie in staat is tot een totalitair systeem te verworden en het consumentisme tot een totalitaire religie. Een van de redenen hiervoor is dat er geen ideologische tegenkrachten van belang meer zijn. Het communisme bestaat alleen nog in de hoofden van Het Vrije Volk-ers. Das Kapital en de bijbel zijn vervangen door Harry Potter en de werken van de oude Grieken en grote filosofen en sociologen van de 19e en 20e eeuw zijn vervangen door managementboeken. En ach, de islam, wat stelt dat nou voor?
In feite betekent de globalisering het einde van de natiestaat en daarmee eigenlijk ook het einde van de democratie.
In Nederland heeft de overheid zich gewillig in de luren laten leggen en haar wetgevende mogelijkheden overgeheveld naar een supranationaal instituut (Brussel) dat werkelijk geen enkele legitimiteit kent en waarschijnlijk ook nooit zal kennen. Onze collectieve bezittingen zijn allemaal verkocht aan de hoogste bieder en er is werkelijk geen enkel gebied buiten de overheid zelf dat niet aan de tucht van de markt onderworpen is. Op economisch gebied heeft ze zich met de introductie van de euro de belangrijkste economische instrumenten van inflatie en rentepolitiek uit handen laten slaan.
De macht van de staat is geleidelijk via een sluipweg opgeheven. En daarmee is keuze’ ook zinloos geworden. Wat heeft het voor zin te kiezen voor een vertegenwoordiging die de macht niet meer heeft? Kiezen dient nu slechts nog ter legitimatie van gezagsdragers en onze eigen illusie om invloed uit te kunnen oefenen, oftewel, de illusie in een democratie te leven. Dit in de plaats van een democratie die via het stemrecht ideologische sturing aan de samenleving geeft.
Of nou de PVV of de SP in de regeringsbankjes zouden zitten, het zou werkelijk helemaal niets uitmaken. Simpelweg, omdat ze niet meer aan de knoppen van de samenleving draaien.
Als ik naar Nederlandse parlementariërs kijk, dan heb ik niet het gevoel dat deze nog enigszins een gat in een pak boter kunnen slaan. In plaats van dat ik kijk naar wijze oude vrouwen en mannen met een visie die hun leven afsluiten in dienst van het land, zie ik broekies, malloten en opportunisten die het lidmaatschap van de Tweede Kamer wel handig vinden als opstart voor een carrière in het bedrijfsleven of een burgemeesterpostje. En dat zegt genoeg.
Het is de intellectuele armoede van ontsnapte TBS-ers en kut-Marokkaantjes als ideologisch hoogst haalbare, waarbij de enige oplossingen die nog bedacht kunnen worden bestaan uit het ophangen van camera’s en het aanleggen van databestanden, oftewel, de totale fysieke controle van de onderdanen. Een overheid die uit ideologische armoede angstig is geworden en een parlement dat gedegradeerd is tot circus van de samenleving, met Wilders als ultieme clown-act.
We kunnen dan wel heerlijk op de incompetentie van onze overheden mopperen, ze kunnen niet anders. In feite kloppen we aan de foute deur. De economisering van de samenleving kan een keuze zijn, maar we moeten dan vervolgens niet gaan zeuren dat de overheid onze problemen niet oplost’. De staat is een dienend orgaan geworden voor een vaststaande ideologie van economische groei, technische vooruitgang, consumptie en vrijhandel. En met de onmogelijkheid van de keuze is de democratie de facto opgeheven.
De skylines van de wereld symboliseren namelijk niet alleen de voorspoed en welvaart, maar ook het verval en einde van de democratische natiestaat. Er ontstaan machtige economische parallelstaten met eigen elites die niet langer plaatsgebonden zijn, geen enkele democratische verantwoording hoeven af te leggen en zich vooral kenmerken door ondoorzichtigheid. En deze parallelstaten zijn echt niet geïnteresseerd in kut-Marokkaantjes of achterstandsbuurten. Waarom zouden ze? Human resources genoeg.
Groepsvorming die niet langer gebaseerd is op basis van nationale identiteit, ideologie, cultuur of ras, maar op geldelijk gewin als hoogste maatstaf en zelfs zingeving van het menselijk bestaan. Het zijn in feite moderne rechtse Duyvendakjes die, alleen nu dan op globale schaal, van eilandje naar eilandje hoppen en de wereld om hen heen als een onuitputtelijke supermarkt zien die ongebreideld en zonder tegenspraak in dienst behoort te staan van hun eigen consumptie en zelfverrijking. Oftewel plundering
De staat kijkt ernaar, dient en maakt een diepe buiging.
In 1986 beschadigde Gerard Jan van Bladeren met een stanleymes het schilderij Who’s afraid of red, yellow and blue. In 1997 herhaalde van Bladeren zijn actie met de Cathedra. Frans Smeets wil even stilstaan bij deze moedige man.





RSS