Frontaal
Naakt
22 februari 2010

Enquête

Thomas Colignatus

best12

Na de val van het kabinet Balkenende IV staat Nederland verkiezingen te wachten in een periode van economische en sociale crisis die na de Tweede Wereldoorlog nog nooit is vertoond. Het draagvlak van de middenpartijen is weg. Ten aanzien van de kwestie Uruzgan lijkt de internationale positie van Nederland en de relatie met de NAVO geschaad.

Dat zijn de geringste problemen. Het echte en grote probleem is anders. Leidende politici Wouter Bos en Maxime Verhagen worden woordbreuk en onwaarheden ten aanzien van de NAVO-brief verweten (zie de bijlagen hieronder). Beide politici zouden minister-president kunnen worden en een kabinet kunnen leiden. Waar deze politici gedurende een lange periode het politieke klimaat meebepalen en bindende factoren zouden moeten zijn, vormen de verwijten nu een splijtzwam voor de Nederlandse samenleving.

Waar het maatschappelijk klimaat na de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh al op scherp staat, gaat Nederland op deze manier zware jaren tegemoet. De geloofwaardigheid van politiek en bestuur en de vorming van stabiele regeringen en de kwaliteit van de Nederlandse samenleving staan op het spel.

De officiële reden voor de val van het kabinet betreft de eenheid van kabinetsbeleid. Dat het vertrouwen binnen het kabinet Balkenende IV weg is, hoeft niet onderzocht te worden. Partijen mogen van alles over elkaar zeggen, daarvoor leven we in een democratie. Wel is het nodig dat in ieder geval de feiten boven water komen. Voor de kwaliteit van onze democratie is het erg belangrijk dat er duidelijkheid komt over gebeurtenissen die nog erg schimmig zijn.

In de komende verkiezingsmaanden moeten gewone burgers zich een mening gaan vormen of zij de uitleg van oud-vice-premier Wouter Bos geloven of de uitleg oud-minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen. Dit is een taak die niet aan burgers gevraagd kan worden wanneer hen inzicht in de elementaire feiten wordt onthouden. Zonder informatie krijgen roddel en achterklap vrij spel en worden er andere zaken in meegesleurd en komen partijen scherp tegenover elkaar te staan, zodat van goed bestuur in goed overleg met maatschappelijk draagvlak geen sprake kan zijn. Slechts waarheidsvinding door een betrouwbare bron kan het maatschappelijk klimaat en de democratie van deze giftige twistappel verlossen.

De Tweede Kamer heeft in het debat van donderdag 18 februari getoond amper in staat te zijn om de juiste vragen te stellen. Partijen verbonden hun eigen waarnemingen aan onmiddellijke politieke conclusies. Waarheid en transparantie waren het slachtoffer. Onduidelijkheid over de NAVO-brief bleef bestaan en ook de minister-president hoefde niet uit te leggen wat hij had gedaan om die onduidelijkheid weg te nemen.

De Eerste Kamer is bevoegd een enquête te houden en daarbij getuigen onder ede te verhoren. De Eerste Kamer is prudent met het gebruik van dat recht, te meer daar senatoren maar in deeltijd functioneren. De enquête, waar ik de Eerste Kamer om verzoek, is daarom beperkt van omvang maar blijft cruciaal.

Heeft Rasmussen zelf besloten om Nederland voor het ‘fait accompli’ van het ‘request’ te stellen of heeft hij dit gezien als een verzoek van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken ?

Heeft minister Verhagen in zijn contact met NAVO secretaris-generaal Rasmussen al dan niet bewust ertoe bijgedragen of erop aangestuurd dat er een ‘fait accompli’ tot stand kwam waarbij de NAVO een direct verzoek aan Nederland richtte ?

Of heeft minister Bos gelijk dat hij en zijn smaldeel van niets wisten, zodanig dat Verhagen hier buiten zijn bevoegdheid trad ?

Wat hebben minister Verhagen en minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking besproken? Wanneer het PvdA-smaldeel aangaf dat er geen commitment was waarom meende Verhagen dan dat de mogelijkheid van een veto van tafel was ? Zag Verhagen een beleidswijziging van de PvdA ? Of was e.e.a. niet zo belangrijk dat het niet nodig was om dit bij minister Bos te verifiëren ?

Wat heeft premier Balkenende zelf aan waarheidsvinding gedaan om de onduidelijkheden over het ontstaan van de brief op te lossen ? Heeft hij contact gehad met Rasmussen om de gang van zaken na te gaan ?

Voor het begrip en de beoordeling van de situatie zijn de antwoorden op deze vragen van cruciale betekenis. Deze zaken overstijgen het partijpolitieke belang. Hoe men ook denkt over politieke voorkeur, richting van het beleid of politiek-filosofische inspiratie, van belang zijn hier de vakmatige bekwaamheid en de waarachtigheid en transparantie in het optreden voor ‘s lands belang.

Waarheidsvinding brengt duidelijkheid. Wanneer het zo zou zijn dat Bos en Verhagen elk gelijk blijken te hebben in hun vooralsnog tamelijk tegenstrijdige getuigenissen, dan zou sprake zijn van een bijzonder noodlot maar blijft Nederland een heilloze splijtzwam bespaard. Wanneer het zo zou zijn dat één van beiden zich heeft laten meeslepen, dan kunnen burgers zich daarover beraden. Wanneer het zo zou zijn dat beiden steken hebben laten vallen, dan zou het een opluchting zijn om ook dat te weten. Het zou een opluchting zijn wanneer niemand verplicht is tot blinde loyaliteit en wanneer de ene burger tegen de andere burger kan zeggen: “Ik heb me in hem vergist.”

Welke instantie in Nederland kan zorgen voor zo’n waarheidsvinding, op zo’n korte termijn, zodanig dat belangrijke gezagsdragers verplicht zijn te komen en onder ede gehoord kunnen worden ? Op welke wijze kan secretaris-generaal Rasmussen zelf een getuigenis geven zodanig dat diens lezing van de zaak boven twijfel verheven kan zijn ?

De onafhankelijke pers kan de ontwikkelingen reconstrueren maar kan ook weer bron zijn van maatschappelijke discussie. Een parlementaire enquête door de Tweede Kamer bergt risico’s in zich in een periode waarin juist verkiezingen voor die Tweede Kamer worden gehouden.

De Eerste Kamer is bij uitstek geschikt om hier boven het dagelijks gewoel der partijen te staan en bij te dragen tot zuiverheid in het democratisch proces.

Bijlage A

De kern van de kwestie richt zich op de brief van Rasmussen. Er is een verschil tussen (a) De verkenningsfase waarin een inventarisatie plaatsvindt die een palet van mogelijkheden beschrijft van wat voor de NAVO acceptabel is, en (b) De afronding van het besluit met een brief van de NAVO die heel specifiek een gericht verzoek doet. Dus een brief van de NAVO die (a) geeft is anders dan een brief van de NAVO die (b) doet.

Verhagen zegt om en nabij (mijn weergave) dit:

“Voorzitter. Zoals de viceministerpresident heeft verklaard, is op basis van de besprekingen tussen de ministerpresident, de viceministerpresident, de ministers van Defensie, Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken contact onderhouden met de NAVO, teneinde een beeld te krijgen van de prioriteiten en de posterioriteiten van ISAF, en van de mate waarin eventueel door Nederland te stellen voorwaarden voor bepaalde opties zouden kunnen worden vervuld. Wat ik heb gemeld aan de secretaris-generaal van de NAVO, heb ik gemeld op basis van goed overleg met de betrokken bewindslieden.” (Mijn weergave.)

Er is goed overleg geweest. Dat was een basis. Wat daarna gebeurde was de vrije keuze van Verhagen.

“In dat overleg werd onder andere gesteld dat een van de voorwaarden voor verdere discussie over de opties was dat er een expliciet verzoek van de NAVO moest komen.” (Mijn weergave”)

Het is een logische conditie. Ergens moeten knopen worden doorgehakt. Je moet weten wat de opties voor de NAVO zijn voordat je kunt kiezen. Ook als je de missie eventueel niet wilt voortzetten maar bezig bent om op open wijze de opties te verkennen dan is het zinvol om te weten wat de mogelijke opties voor de NAVO zijn. Wanneer dat allemaal achter de rug is en je wilt iets met de NAVO dan is een expliciet verzoek van de NAVO nodig.

“Dat heb ik aan de secretaris-generaal van de NAVO laten weten. Er was een expliciet verzoek nodig om de discussie te kunnen voortzetten.” (Mijn weergave.)

Dit lijkt een oordeel van Verhagen zelf waarin hij het brede deel van de trechter vervangt door de pijp van de trechter met voorbijgaan van de mogelijke schuif daartussen. Zie wat er aan zijn melding aan de NAVO verandert: wat een inventarisatie (a) had moeten zijn werd plotseling een expliciet verzoek (b). Weliswaar is het logisch dat er ooit zo’n expliciet verzoek moet komen maar het is niet perse logisch om te denken dat de besluitvorming al in dat stadium zou zijn.

“Dat er een expliciet verzoek van de secretaris-generaal van de NAVO zou komen, was derhalve geen verrassing.” (Mijn weergave.)

Althans, geen verrassing voor Verhagen. Kortom, het lijkt erop dat Verhagen zijn discretionaire positie al dan niet bewust heeft gebruikt om een sterkere brief van de NAVO te krijgen dan waar het PvdA-smaldeel aan toe was. Dit is een hypothese en nader onderzoek verdient de voorkeur.

Bijlage B

Terwijl het bovenstaande een inhoudelijke beschrijving geeft, staat hier mijn politieke visie.

Thomas Colignatus is secretaris van het Samuel van Houten Genootschap, het wetenschappelijk bureau van het Sociaal Liberaal Forum.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home