Voor wie doe ik dit nou eigenlijk?
Djoeke Kunnen

Illustratie: Alexander Gerasimov
Maandagochtend, een nieuwe werkdag. Meneer Moonna is mijn eerste patiënt. Hij komt al jaren bij mij omdat hij diabetes heeft. Een maal per drie maanden komen we trouw bij elkaar. Er is alleen één probleem.
De NHG-standaard stelt dat iedere diabetespatiënt jaarlijks gecontroleerd moet worden door een bloedtest op een aantal standaardwaarden, waaronder het gemiddelde bloedsuikergehalte en het cholesterol. Meneer Moonna is echter als de dood voor naalden en wil absoluut niet geprikt worden.
Kans op complicaties
Nu, ik ben er om zo goed mogelijk voor mijn patiënten te zorgen, dus leg ik met veel geduld het belang uit, probeer met motivational interviewing mijn patient tot inkeer te brengen en bied opties om het prikken zo prettig mogelijk te maken.
Mijn patiënt wil niet, maar is wel bereid tot het vaker controleren van zijn bloedsuiker door middel van een zogenaamde dagcurve. Tsja, dan blijf ik veel waarden missen maar als het glucosegehalte goed is, is de kans op complicaties het kleinst. Daarnaast is het de wens van de patiënt en is hij goed geïnformeerd, dus geen probleem toch?
Dan maar dood
Mevrouw de Boer is 82 jaar oud en heeft haar leven lang gerookt. Mede daardoor heeft zij COPD ontwikkeld. Nog altijd zijn haar sigaretten haar beste vriend. Zij komt twee keer per jaar bij mij om te kijken of we nog iets kunnen betekenen om het leven zo prettig mogelijk te houden. Natuurlijk bespreek ik het stoppen met roken steeds met haar, maar haar antwoord is altijd: “Ach meissie, ik word er zo gelukkig van, dat ga ik echt niet laten hoor. Dan maar dood.” Daar heb ik weinig meer op te zeggen. Ik vind het niet langer geïndiceerd om er over te blijven beginnen. Logisch toch?
Verzekeraars denken er anders over
Meneer Yılmaz heeft een paar jaar geleden een TIA gehad. Zijn dieet heeft hij drastisch aangepast. Zelfs zijn familie houdt nu rekening met hem bij alle traditionele gerechten. Daardoor is het LDL-cholesterol van meneer Yılmaz nu 2,8. Dat is net 0,3 te hoog, dus moet hij daar pillen voor krijgen. Veertig milligram is het advies van de NHG. Die pillen geven hem spierpijnen en maken hem moe. Bij twintig milligram heeft meneer nergens last van. Dan doen we dat toch?
Niets raars aan mijn besluiten, zou je denken. Maar de verzekeraars denken daar anders over!
Hart- en vaatziekten
Zij eisen dat 95 procent van mijn diabetespopulatie één keer per jaar een uitgebreid bloedonderzoek ondergaat, het advies krijgt te stoppen met roken en alle mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten dienen veertig milligram medicijnen te krijgen om het cholesterol te verlagen.
Nu wil het geval dat meneer Moonna, mevrouw de Boer en meneer Yılmaz niet de enigen zijn waarbij het anders gaat. En ook bij al die andere mensen doe ik dit om voor hen zeer geldige en belangrijke redenen.
Maar als ik deze norm niet haal, word ik gekort op het tarief dat ik ontvang voor de chronische zorg. Niet omdat dit de kosten zijn voor het onderzoek of de medicatie – dat wordt apart betaald. De forse korting gaat over het tarief waarvoor ik mijn patiënten één tot vier keer per jaar moet ontvangen.
Weloverwogen keuze
Dit betekent dus dat als die mensen die afwijkende zorg krijgen, ik ze moet zeggen dat ik ze minder vaak kan ontvangen. En niet alleen die patiënten, maar ook iedereen die wél alles braaf doet zoals de verzekering dat wil..
En daarbij – moet mensen, die een deel van de zorg niet willen, dan álles ontzegd worden? Dat hebben ze me niet gevraagd, het zijn geen zorgmijdende mensen, nee ze hebben een weloverwogen keuze gemaakt in de behandeling van hun chronische aandoening.
Creatieve oplossingen
Met allerlei soorten creatieve oplossingen probeer ik dus toch iedereen geprikt te krijgen. De doktersassistente kan tegenwoordig ook goed prikken, dus roep ik die er regelmatig bij, zodat de patiënt zich misschien een tikkeltje overrompeld voelt en zich toch laat prikken. Zeer verstokte rokers zeg ik: “Goh, we weten allebei dat u geniet van uw sigaretje hè?” en bij een hoge verplichte dosering ben ik geneigd te zeggen dat iemand ook een half pilletje kan nemen. Is dat nog ethisch?
Zo vraag ik me aan het eind van de dag vaak af: ben ik er nu voor de patiënt of de zorgverzekeraar?
De namen van de patiënten in dit stuk zijn gefingeerd.
Djoeke Kunnen (u kunt haar volgen op Twitter) is als praktijkverpleegkundige kritisch over de inhoud en organisatie van de zorg omdat regels en protocollen er voor de patiënten moeten zijn.





RSS