Gynaecoloog

Loor

664 (71k image)

Afgelopen week had ik een voorlopig laatste ‘date’ met dokter Woest Knap – mijn gynaecoloog en de man die mijn baarmoeder in oktober 2006 een dusdanige makeover heeft gegeven, dat ik nu moeiteloos bezwangerd kan worden en mijn ondraaglijk pijnlijke maandstonden tot de verleden tijd behoren.

De gesprekken met deze Dr. Beyond McDreamy, voorafgaande aan de uiteindelijke operatie, waren een stuk persoonlijker van aard dan met zijn inmiddels gepensioneerde voorganger. Zijn blik leek keer op keer vastgeplakt aan de mijne en zijn belangstelling voor mijn dagelijkse doen en laten was groot en vooral oprecht. Met koeienletters noteerde hij destijds ‘LOOR’ op zijn aantekenvel – hij zou zéker mijn columns gaan lezen!

Dat mijn baarmoeder bijzaak was gedurende deze consulten, maakte dat ik steeds minder ging opzien tegen de ingreep en vooral ging uitkijken naar het moment dat deze goddelijke redder in bange dagen mijn leven zou gaan veranderen om daarna happily ever after met mij richting onbekende bestemming te verdwijnen.

Wat maakte dat mijn fantasie met mij op de loop ging? Naar E.R. en Grey’s Anatomy kijk ik zelden en doktersromannetjes waren nimmer aan mij besteed. Behalve dat ik als onverbeterlijke hypochonder dag in dag uit een medisch team om mij heen wens te hebben, dat mij tegen bedtijd vertelt dat alles dik in orde is met mijn lijf en leden, heb ik nooit de ambitie gehad een arts aan de haak te slaan. En zeker geen arts van dit kaliber, wiens bevallige assistenten mij voortdurend veelbetekende blikken toewierpen. ,,Hij is van ons!”, was hun onuitgesproken maar dringende boodschap.

Maar een vrouw weet over het algemeen precies wanneer een man meer dan gewone belangstelling voor haar heeft. Dat spreekt uit iemands blik, lichaamstaal en de subtiele grapjes die over en weer worden gemaakt. In dit geval was er sprake van dit alles – and I’ll be damned als het niet zo was.

Dat ik na de geslaagde ingreep nog maar bar weinig reden heb om hem met mijn bezoekjes te verblijden, drong dus pas tot me door toen ik hem vorige week weer opzocht voor een laatste controle van mijn onderlijf. Alles was perfect in orde volgens de echo die hij maakte – voorlopig geen vuiltje aan de lucht. De laatste routinevragen werden nog even vluchtig doorgenomen. ,,Vertel eens, hoe vrij je nu, nu je met de pil bent gestopt”? ,,Ik doe het niet”. ,,Met condoom dus?”. ,,Nee, ik doe het niet, helemaal niet, met niemand, take a hint!”. ,,Met condoom dus”. Aldus genoteerd in mijn dossier. En waarom gaapte hij nu zo vaak?

Na nog wat gedurfde grapjes mijnerzijds en geglimlach zijnerzijds moesten we toch echt afscheid nemen. Er viel niets meer te bedenken om de tijd te rekken. ,,Tot over twee jaar dan maar”. Na nog een laatste blik met hem uitgewisseld te hebben, begaf ik me naar de afsprakenbalie om me af te melden en mijn ponsplaatje te innen. Terwijl ik half dromend wachtte tot ik aan de beurt was, zag ik achter de rug van de baliemedewerkster een bord hangen met daarop in vrolijke letters en met veel uitroeptekens geschreven dat ‘ene dokter Woest Knap een dochter heeft’.

Eenmaal aan de beurt vroeg ik tandenknarsend aan de medewerkster of het dokter ‘die en die Woest Knap’ was die zojuist een dochter had gekregen. ,,Ja hoor, zó leuk! En ze heet FLOOR!”

Een heerlijke droom, al was hij nog zo niet-realistisch, spatte op dat moment als een zeepbel uiteen. Nu rest mij nog slechts de illusie dat ik ben vernoemd…

Loor (1967) verwondert zich in toenemende mate over het gebrek aan zelfspot en zelfbewustzijn bij haar medemens.

3 juli 2007 — Algemeen

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home