Frontaal
Naakt
4 juli 2007

Gelegenheidsmoslim

Hanna Bouaicha

665 (102k image)

De oude stad van Jeruzalem is een magische ervaring. Het is bijzonder om rond te dwalen binnen die éne vierkante kilometer, die dit land, deze regio en de wereld in zijn greep heeft. Het spanningsveld centreert zich hier vooral tussen joden en moslims. Voor joden is dat kleine stukje overgebleven Westelijke Muur het allerheiligst. Moslims vereren de Tempelberg als belangrijkste heiligdom na Medina en Mekka.

Samen met een vriendin wilde ik deze religieuze hoogstandjes bezoeken. Een bezoek aan de Westelijke muur is zo goed als probleemloos. Uiteraard is het zwaar bewaakt, maar als je meewerkt, is er niemand die je de toegang verbiedt of vreemde vragen stelt, en kun je in alle rust genieten van dit prachtige stukje oudheid en de spirituele sfeer. Dit in tegenstelling tot de toegang naar de Tempelberg. Daar wordt een verschil gemaakt tussen ‘toeristen’ en ‘moslims’ als bezoekers. Toeristen hebben slechts zeer beperkte tijden toegang. Toen mijn vriendin en ik bij de poort aankwamen werd ons de toegang geweigerd en verteld dat alleen moslims naar binnen mogen.

Het verschil tussen een ‘toerist’ en een ‘moslim’ wordt in eerste instantie gemaakt op basis van uiterlijk. Wij zagen er blijkbaar niet islamitisch uit. Dit ondanks ons ‘Arabische’ uiterlijk, want zowel mijn vriendin als ik, zijn van Marokkaanse afkomst. Hoewel ik normaal gesproken enorm principieel atheïst kan zijn, heb ik inmiddels geleerd dat het in sommige (uitzonderlijke) situaties handig kan zijn om daar strategisch mee om te gaan. Dus voor de gelegenheid, om dit unieke precaire stukje land te bezichtigen wanneer het mij uitkomt, wilde ik me wel voordoen als moslim.

Maar je kunt niet zomaar claimen islamitische te zijn en de poort door willen. Wij werden eerst ondervraagd door een alleraardigste Israëlische man van de beveiliging (die blijkt tot de Druzen-minderheid te behoren). Onze paspoorten die Arabische namen aangeven, waren een goed begin, maar niet voldoende. Er werd expliciet gevraagd of we moslim zijn. En ik antwoordde (met pijn in mijn hart) bevestigend. Toen werd er gevraagd of we Arabisch spreken. Wij spreken redelijk Marokkaans-Arabisch, dus dat valt goed.

Toen kwam de ultieme test, de vraag of we ‘Al Fatiha’ (het islamitische openingsvers) kunnen uitspreken. Op dat moment liep het bij mij spaak en kon ik alleen maar lachen. Paniek. Er werd een Arabisch mannetje bijgehaald en ons werd duidelijk gemaakt, onder verwijzing naar zijn embleem, dat hij van een andere orde was, namelijk van de speciale ‘Tempelberg security‘. Helaas bleek niet de aardige Druz-meneer, maar deze irritante omhooggevallen Arabier te beslissen of we naar binnen mochten.

Eerst ondervroeg hij mijn vriendin. Zij heeft vroeger koranles gehad en herinnert zich nog vaag het drillen van die verzen. Diep graafde ze in haar geheugen en ze stond daar, als het ware weer terug in de tijd als klein meisje, dat vers eruit te persen. Met horten en stoten kwamen er wat zinnetjes uit. Een absurde situatie voor een volwassen moderne vrouw tegenover zo’n snotneus. Hij begon over onze kleding, die volgens hem niet vroom genoeg was. Op zeker moment probeerde hij haar zelfs zover te krijgen om een extra doek te kopen in een nabij winkeltje. Toen ze dat weigerde kreeg ze een provisorisch lelijk stuk doek die een rok moest voorstellen en die ze over haar broek kon dragen, wat ze aanvulde met haar eigen sjaal, die ze over haar hoofd gooide. De irritante Arabier genoot, maar gaf haar toestemming om naar binnen te gaan.

Toen was ik aan de beurt. Weer de vraag of ik moslim ben en Arabisch spreek, en weer antwoordde ik bevestigend. Maar ik zei dat ik niet in staat was om een vers op te zeggen, dat ik het niet kende omdat ik in Nederland was opgegroeid. Het boterde niet tussen mij en de irritante Arabier. Hij stelde dat ik geen moslim was (hij had blijkbaar een zesde zintuig), en ik mocht niet naar binnen. Hij haalde het bloed onder mijn nagels vandaan met zijn beledigende en onbeschofte gedrag en ik kon me niet meer inhouden .

Daar stond ik bij de poort van de Tempelberg te schreeuwen en vurig te verdedigen dat ik wel degelijk moslim ben, waar hij het lef vandaan haalde om te oordelen over mijn religie, hoe ze durven te pogen een commercieel slaatje te slaan uit een bezoek aan een heiligdom, en voordat ik het wist, was ik naar zijn niveau gedaald en riep ‘sir t’gra‘ (ga poepen in het Arabisch). Nou, dat was het toppunt voor hem! De aardige Druz-meneer moest lachen, en zei grappend dat als ik niet een vers kon opzeggen maar wel zo’n uitspraak in het Arabisch kon doen, ik vast een moslim was.

Natuurlijk liet ik het er niet bij zitten en vroeg naar de manager. Er werd een nóg belangrijkere Arabier met Tempelberg embleem bij gehaald. Na uitleg van de situatie, bleek het belangrijkste obstakel niet meer de twijfel over mijn moslim-zijn, maar de gekrenkte trots van de irritante Arabier vanwege mijn heftige poep-verwensing. Ik was niet van plan te buigen en had het inmiddels helemaal gehad met deze ophef. Ik wilde allang niet meer naar binnen. Maar ik was solidair met mijn vriendin, die wel graag wilde. Dus probeerde ik alsnog een beschaafde overeenkomst te vinden met de manager. En dat lukte. Nadat ook ik een stuk gordijnstof aangereikt kreeg, die ik om mijn broek knoopte, en mijn sjaal over mijn hoofd gooide, liep ik triomfantelijk langs de irritante Arabier naar binnen. De situatie maakt het kinderlijke in je los.

Terwijl de gouden koepel ons tegemoet schitterde, liepen we al bewonderend de befaamde trappen op en de Rotskoepel binnen, werkelijk een prachtige creatie. Maar dan duurt het ook niet lang of de islambrigade komt op je af. Dit keer een moskeebewaakster, ook met embleem. Mijn sjaal zat blijkbaar niet goed om mijn hoofd en ze stond erop deze strak om mijn gezicht te binden waarbij ze ook nog behulpzaam een veiligheidsspeldje tevoorschijn toverde. Ik liet het gebeuren en veinsde een allervriendelijkste glimlach. Nadat de oproep tot het gebed klonk, vroeg ze ons ook of we niet gingen bidden. Ik antwoordde (eerlijk) dat ik dat niet wil en ook niet weet hoe dat moet. Ze probeerde ons nog over te halen maar we gaven niet toe. De bemoeizuchtigheid van moslims is ongelofelijk want zelfs een bezoekster kwam naar ons toe met een semi-dwingende vraag om ons bij de biddende dames te voegen. Het vergt wat weerstand maar we hebben toch kunnen genieten van enige sereniteit en van dit oosterse kunstwerk.

De ironie van het geheel is natuurlijk hoezeer we als Arabische vrouwen probleemloos het joodse heiligdom kunnen bezoeken maar worden geweigerd en gewantrouwd door islamieten. Maar dit ritueel van agressief machtsvertoon is wel iets dat ik van Arabieren ken en dat jammer genoeg mijn vooroordeel bevestigt. Er is ook een verschil in religieuze tolerantie bij joden en moslims. Bij de Klaagmuur zagen we verschillende vrouwen, en hoewel allemaal in bescheiden klederdracht, was er een variatie van meer en minder vrome bedekking of religieuze participatie. En niemand die deze vrouwen lastig viel om ze in een keurslijf te dwingen. Wat veel moslims nog moeten leren, is een ander de ruimte te geven.

Uiteindelijk was het bezoek aan deze heiligdommen zeer de moeite waard. Hoewel het me moeite kostte om me anders voor te doen, deed ik het uit eigenbelang. Daarbij gaf het een extra dimensie aan het bezoek want dit absurdistische minidrama had ik toch ook weer niet willen missen. Het verbaasde me, hoe vurig ik in de verdediging schoot over mijn zogenaamde moslim-zijn, juist datgene waar ik afstand van heb genomen en waarmee ik niet geassocieerd wil worden. Ik kan gewoon niet tegen de onderliggende onrechtvaardigheid, en vooral ook niet tegen het machtsmisbruik en de misplaatste arrogantie van die vreselijke Arabische mannen. Dan doe ik er alles aan om ze op hun plaats te zetten, al is het op basis van schijn.

Deze ervaring bevestigt nog eens mijn perspectief op religie, een dwingende wereld die niet bij mij past. Mijn vrijheid wil ik voor een tijdelijke gelegenheid opgeven, maar alleen omdat ik daar zelf voor kies.

Hanna Bouaicha (1974), bijna afgestudeerd socioloog, is Arabier en geïnteresseerd in Joden. Bij voorbaat verdacht! Voor Frontaal Naakt bericht ze regelmatig vanuit Jeruzalem, waar ze de secularisering van joden onderzoekt. Lees hier, hier en hier haar eerdere verslagen.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home