Frontaal
Naakt
24 september 2011

Karim

Hassnae Bouazza


Afbeelding uit de tombe van Ank-Mahor, ongeveer 2340 voor Christus

‘Nog wat honing, zei ik!’ Karim, feestelijk gekleed in een witte abaya met een rode fes, lag op een matras op de grond achterin de kamer. Ik keek naar hem en bespeurde geen pijn in z’n gezicht. Hij lachte tevreden en was overduidelijk in z’n sas in z’n rol als prinsje.

Z’n ouders, z’n broers en zussen waren opgewonden, druk in de weer en in feeststemming: Karim mocht het vandaag aan niets ontbreken, en dus rende z’n oudste zus snel om nog wat warme honing met gesmolten boter voor hem te halen.

De familie van Karim was heel arm. Ze woonden aan de rand van een armoedige woonwijk waar geen elektriciteit of stromend water was. Hun vierkante huisje was nauwelijks gemeubileerd, verlichting bestond uit kaarsen, water haalden ze bij de pomp, koken deden ze, net als iedereen, op een gasstel, en vader werkte als dagarbeider om de oudere kinderen te kunnen laten studeren.

En voor wat extra honing voor een speciale dag als vandaag.

Wij waren als enige gezin uitgenodigd. En in de aanloop naar deze dag, werd me door het wat oudere zusje van Karim precies uitgelegd wat dat nou is, zo’n besnijdenis. Terwijl we van ons huis over de onverharde weg naar hun huis liepen, vertelde ze me dat jongens worden besneden om hun ding korter te maken. “Als ze dat niet doen, wordt-ie veel te lang. Dan gaat-ie zo tussen hun benen hangen en kunnen ze niet meer normaal lopen.” Ze deed het even voor, door wijdbeens en voorover gebogen te lopen. “Zo lang dat ze niet eens een onderbroek aan kunnen, want dan komt er een gat in.”

Ik luisterde met ingehouden adem. “Dat is niet te doen”, zei ze. “En daarom besnijden ze jongens, zodat die van hun niet te groot wordt.” Ik liep stil mee en liet het allemaal tot me doordringen. Ze had het zomaar over de zijne en ik probeerde me voor te stellen hoe een piemel zo lang kon worden dat die net zo hard in een onderbroek drukte tot de stof zou scheuren.

Toen we de bewuste avond bij hen thuis aankwamen, wist ik dus dat er een stuk van Karims piemel af was, maar zijn gezin gedroeg zich alsof hij cum laude geslaagd was. Karim was al een jaar of zeven, acht; veel te oud voor een besnijdenis, maar hij leek er geen last van te hebben. Dit was zijn dag en hij nam het ervan, minzaam lachend, terwijl de rest danste en zong -omdat er van zijn ding een stuk af was. Hij was nu een man, riep z’n moeder vol trots.

Een paar weken later spookte het beeld van de veel te grote piemels nog steeds door mijn hoofd. Terwijl ik met m’n zus in een bos liep, zag ik opeens een man die haastig na het plassen zijn broek omhoog trok: ik keek voor zolang het kon naar zijn piemel en begreep op dat moment dat die nog veel groter zou zijn geweest als ze er geen stuk vanaf hadden geknipt.

Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, Elle en de Arabische site van de Wereldomroep. In 2009 was ze te bewonderen in Vrouw & Paard, afgelopen kerst won ze bijna De Nationale Wetenschapsquiz. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home