Tunesische verkiezingen
Hassnae Bouazza

Illustratie: Norman Lindsay
Morgen vinden er voor het eerst verkiezingen plaats in Tunesië, het land dat in december 2010 in opstand kwam tegen haar ‘president voor het leven’ Ben Ali en zo voor een ongekend domino-effect zorgde in de andere landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Tunesië heeft al heel lang een seculiere traditie. De in 2000 overleden Habib Bourguiba regeerde het land van 1957 tot 1987 tot hij door Ben Ali werd verdreven. Bourguiba gaf onderwijs en vrouwenrechten prioriteit. Van religieuze dwang wilde hij niks weten. Ik kan me de verhalen van mijn zus herinneren toen zij nog studeerde in Marokko. Veel, zo niet alle, Tunesische studenten vastten niet tijdens de Ramadan en gaven als reden dat ze dat niet hoefden van Bourguiba. Een ongekend moderne houding die niet veranderde onder Ben Ali.
Zine el Abidine Ben Ali begon ambitieus, zoals zovele van zijn collega-despoten: hij zou democratie invoeren en ook vrije verkiezingen, maar dat pluche zit zo lekker, hè.
Tunesië was zo seculier dat de geestelijke, die religieuze vragen beantwoordde op de televisie, een keurig gekapte vrouw zonder hoofddoek was, want van de foulard wilden ze niets weten. Bourguiba noemde de hoofddoek een ‘verfoeilijk vod’.
Dat de jarenlang onderdrukte islamisten hun vleugels zouden uitslaan na de val van Ben Ali, was te verwachten. Zij vinden nu dat het hun beurt is.
Op zondag 9 oktober, de dag dat de Koptische demonstratie in Caïro zo hard werd neergeslagen, viel in Tunesië een groep van zo’n 300 salafisten het kleine televisiestation Nessma aan, omdat het de film Persepolis uitzond en een debat hield over moslimradicalisme. Persepolis is een animatiefilm die gaat over de laatste dagen van de sjah en de Iraanse revolutie.
Een andere grote demonstratie van salafisten werd door de politie uiteen gedreven met traangas toen de menigte naar het ministerie van de premier wilde.
Onder seculieren heerst de angst dat de islamisten religieuze wetgeving gaan doorvoeren. De islamitische Ennahda-partij, die te boek staat als ‘gematigd’ staat op winst, maar sceptici zijn er niet zo zeker van dat de seculiere waarden, waar het land al zo lang op gestoeld is en waarmee Tunesië ook een uitzonderingspositie had binnen de Arabische wereld, wel veilig zullen blijken.
Journalist en columnist Diana Mukkaled is optimistisch: zij denkt dat de wanhopige acties van de salafisten juist laten zien dat ze geen grip hebben op de samenleving en dat Tunesiërs zich van hen zullen afkeren nu ze hun gewelddadige kant hebben laten zien.
Nieuwszender Al Arabiya bezocht de bakermat van de opstand, Sidi Bouzid, en daar zien de jongeren het niet zo rooskleurig in. Een van de geïnterviewden zegt ‘eerst was er maar één die loog, nu zijn er honderd’, doelend op de vele politieke partijen die zijn opgericht en meedingen naar de winst. De werkeloosheid is nog groot, en mensen vrezen dat de armere gebieden achtergesteld zullen blijven en dat er voor hen dus niet zo veel zal veranderen.
De Tunesiërs stemmen morgen voor een vertegenwoordiging die een nieuwe grondwet gaat opstellen, toeziet op de regering en nieuwe verkiezingen voorbereidt. Volgens verschillende berichten zal de opkomst zo rond de vijftig, zestig procent liggen. De omliggende landen kijken met ingehouden adem toe.
Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, Elle en de Arabische site van de Wereldomroep. In 2009 was ze te bewonderen in Vrouw & Paard, afgelopen kerst won ze bijna De Nationale Wetenschapsquiz. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.





RSS