Frontaal
Naakt

4 september 2007

Haat

Peter Breedveld

Pompeii2 (57k image)

Vorige week besloot ik een Amsterdams restaurant te proberen, waarover ik veel positiefs had gelezen. Mijn tafeldame, een Nederlandse van Marokkaanse afkomst, zag er, om het op zijn Harry Van Bommels te zeggen, sensationeel uit. We hadden een tafel voor twee gereserveerd maar zo werkt dat niet in dat restaurant. We moesten aanschuiven aan een lange tafel waar al drie andere gasten zaten.

Onze tafelgenoten, een zeer welvarend ogende bejaarde vrouw en een man en een vrouw van middelbare leeftijd, zagen ons aankomen en slaagden er niet in hun ongenoegen te verbergen. We groetten ze beleefd, ze antwoordden niet en wendden hun gezichten van ons af. Even waren ze stil, toen begonnen ze met elkaar op gedempte toon te praten. We keken elkaar aan en fluisterden: ligt het aan ons of is hier inderdaad sprake van een nogal expliciete vijandigheid? De bejaarde vrouw keek vuil naar mijn tafeldame zoals ik nog nooit eerder iemand vuil heb zien kijken. Het lag niet aan ons.

We bestelden iets te drinken. Beurtelings wierpen onze tafelgenoten ons vijandige blikken toe en al snel was er van enige twijfel geen sprake meer: het misnoegen betrof vooral mijn tafeldame. De bejaarde vrouw begon steeds nadrukkelijker te mopperen. Ze was slecht te verstaan, en mijn tafeldame dacht even een Marokkaans accent te horen. We vroegen ons af wat het probleem kon zijn. We waren niet luidruchtig geweest, we waren keurig, beter nog, ‘decent’ gekleed en we hadden ons allebei gewassen. We hadden geen hond en geen kinderen bij ons.

Het werd duidelijk toen we de serveerster kenbaar maakten dat mijn tafeldame geen varkensvlees at. Vanaf dat moment gingen naast ons de sluizen open. De bejaarde vrouw kon zich nu helemaal niet meer beheersen en mopperde geagiteerd dat ze genoeg had gegeten, dat ze geen trek meer had en als haar gezellen nog wel wilden eten, dat ze dan wel buiten op ze zou wachten. “Ik heb er genoeg van! Ik hoef niet meer!” Toen ging ze echt hard praten, maar nu in het Hebreeuws en dat versta ik niet.

Ik hield het niet meer en besloot het gezelschap te vragen wat het probleem was. Mijn tafeldame drong erop aan dat niet te doen. Ze wilde een leuke avond. Ik keek opzij, recht in de ogen van de middelbare vrouw, die vonkten van haat. Ik wilde me niet laten intimideren, bleef haar aankijken. Ze gaf zich niet gewonnen, bleef ook strak kijken. Ik begon me ongemakkelijk te voelen maar stond me zelfs niet toe met mijn ogen te knipperen. Zij keek en ik keek en zij keek en toen wendde ze – goddank! – haar blik af.

Zeg hallo, zei ik tegen mijn tafeldame, wat ís dit? Zo gaan we niet verder. Ik wilde het in de openbaarheid hebben, wat de neuk was er aan de hand en wat gingen we eraan doen? Nee, nee, alsjeblieft, ik wil mijn avond niet laten verpesten, smeekte mijn tafeldame. Ik zei goed, jij je zin. Maar dan ga ik een andere tafel vragen. Ik praatte met de serveerster, die zich geschokt toonde en ons een andere tafel gaf, naast vier koks die het de bediening flink moeilijk maakten, wat reuze amusant was. Onze avond was gered.

De bejaarde dame was uiteindelijk toch maar blijven eten, vertelde de serveerster ons later (omdat alle tafels in het cirkelvormige restaurant in niches staan, waren onze voormalige tafelgenoten aan ons zicht onttrokken) en ze hadden vóór onze komst al gezorgd voor bad vibes. Haar baas had gezegd dat, als ze het ál te gortig zouden maken, zij ze maar moest verzoeken het restaurant te verlaten. “Zeer moeilijke mensen, ik ben blij dat ze weg zijn.”

Mijn tafeldame was ontdaan, maar niet zo geschokt als ik. Ze had dit nooit eerder meegemaakt, zei ze tot mijn geruststelling. Althans, niet sinds haar schooltijd. Voor mij was dit helemaal nieuw. In mijn schooltijd had ik veel Indische en Molukse vrienden. Ik hoorde wel veel vooroordelen, maar die waren meer van de luie soort, uitgesproken door domme mensen die zich niet in anderen wensten te verdiepen of de kans daarvoor nooit hadden gehad. “Jullie zijn allemaal één pot nat”, was het ergste dat ik ooit hoorde. Het was soms irritant, maar we maakten ons er nooit erg druk om.

Maar dit was pure, onversneden haat. De aanblik van een jonge vrouw met zwart haar en een getinte huid was duidelijk meer dan deze mensen konden verdragen. Daar mee aan tafel te moeten zitten, dreef ze tot razernij. De blik in de ogen van de vrouw die me bleef aankijken, de hardheid, de haat, de agressie die daaruit sprak, die heeft me geraakt. Ik ben een stuk minder naïef, sinds vorige week. En een ietsje banger dan ik was.

Peter Breedveld heeft de drukproef van de nieuwe Meccano van Hanco Kolk gezien en godverdomme wat ziet dat er goed uit!


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home