360
Hassnae Bouazza

Laatst zag ik een tweet voorbijkomen met het voorstel onderzoeksjournalistiek te laten sponsoren door de Postcodeloterij of een dergelijke organisatie. Hoe sympathiek dat idee ook is, want het is erop gericht om meer mogelijkheden te creëren, voor mij vatte dat voorstel de deprimerende armoede van de Nederlande journalistiek samen.
Bijna elk programma of blad heeft wel een probleem met het gelimiteerde budget. Dat is de makke van Nederland. Niks mag geld kosten, maar kwaliteit kost geld. Diepgaande research kost geld. Mooie reportages kosten geld. Andere meningen durven ventileren kost moed en daardoor dus potentieel ook geld. Soms moet je durven investeren, in de hoop daarna te oogsten.
Maar dat investeren, hè. Dat is toch een stap te ver voor velen. En dat zeg ik uit ervaring. Het mag allemaal niks kosten, maar if you pay peanuts, you get monkeys, wist James Goldsmith al. En hij kon het weten als miljardair.
Het nieuwe blad 360 omzeilt dit probleem en maakt handig gebruik van een groot internationaal medianetwerk dat uitstekende artikelen en opiniestukken oplevert. Het blad doet het voorwerk voor al die mensen die niet de tijd of de talenkennis hebben om de internationale bladen en kranten bij te houden. Zo komt de rest van de wereld dichterbij, zonder dat een hoofdredacteur je glazig aan hoeft te kijken na de mededeling dat er geen budget is voor dat geniale idee dat je zojuist voorgesteld hebt.
De internationale media zijn om nog een andere reden een verademing. De wereld is echt, écht, zoveel groter dan Nederland en het intellectuele kliekje met zijn incestueze geneuzel, waarbij de ene columnist de andere vermijdt uit angst voor kritiek en waarin het groepsgedrag niet veel verschilt van dat op de lagere school: als je bij het ene groepje hoort, heb je automatisch dezelfde mening over die andere stomme columnist uit dat andere kamp.
Niet het talent telt hier, maar de juiste connecties. Niet of je wat te melden hebt, maar of je wel mooi in de pas meeloopt en vooral niet tegen de verkeerde schenen aanschopt. En dat is de dood in de pot. Dat is verstikkend, het is geestdodend en gewoon strontvervelend.
Ik begrijp uiteraard dat ik me hier niet populair mee maak, maar hé, ik begon dit praatje met de opmerking dat er meer moed nodig is.
Het probleem in Nederland is dus niet alleen het geld, maar ook die enorme inzichzelfgekeerdheid, die een wijdere blik op de wereld in de weg staat. Eén van mijn favoriete voorbeelden is dat de Nederlandse media zich pas realiseerden dat er wat gaande was in Tunesië toen dictator Ben Ali al in het vliegtuig zat, op weg naar een veilig heenkomen. Daarvoor al had ik tevergeefs redacties benaderd met stukken over de onrust die zich duidelijk aan het aftekenen was. Hier moeten eerst Reuters of AP over een onderwerp heen zijn gegaan voor de Nederlandse media volgen. Waarom zou je zelf nieuws maken als je dat ook kunt overnemen?
Hetzelfde zag je bij de naaktfoto van de Egyptische blogger Aliaa Elmahdy: verschillende media doken er op toen er een aanklacht tegen haar ingediend werd. Maar waarom toen pas? Waarom het voorspelbare aandacht geven en niet het onverwachte? Waarom niet de schoonheid van haar daad belichten. Dan had Hans Beerekamp van NRC Handelsblad dat toch beter opgepikt, want er zijn uitzonderingen in het medialandschap. Die zijn er altijd, gelukkig.
De redactie van 360 kan ook zo’n uitzondering zijn, door nieuws te ontdekken en te maken. Ik weet dat de hoofdredacteur heel lang bezig is geweest om dit project van de grond te krijgen. Ik weet ook dat investeerders niet meer zoveel durven en dat de markt enorm verzadigd is. En daarom alleen al vind ik het mooi dat het gelukt is. Dat we hier nu staan, omdat het groene licht is gegeven een droom na te jagen.
Dat zouden we vaker moeten meemaken.
Voordracht, eerder vanavond uitgesproken ter gelegenheid van de lancering van het nieuwe blad 360, dat de lezer ‘het beste uit de internationale pers’ voorschotelt.





RSS