Groei
Frans Smeets

Illustratie: George Barbier
Ik heb een probleem. Ik heb te veel spullen. Ik weet niet hoe het werkt, maar als je één kast koopt, heb je één kast vol troep, koop je tien kasten, dan heb je tien kasten vol troep. Nu ik ook nog kinderen heb, loopt het helemaal de spuigaten uit. Meerdere kubieke meters speelgoed waar ze niet naar omkijken.
Zelf heb ik nog nooit speelgoed voor ze gekocht. Mijn broers en zussen proberen mij hun in de garage, waar geen auto meer bij past, gestalde overtollige kindertroep te slijten in de prijscategorie gratis. Daarnaast zit ik ook nog in een eeuwig durende verbouwing.
Elk jaar rijd ik meerdere keren met volle aanhanger naar het grofvuil om mijn huis te legen. Nu had ik ooit het geniale idee opgevat om mijn vrouw met haar wulpse vormen dit te laten doen. Dan blijken die bruten van de vuilstort plots elegante heren, die haar met liefde al het werk uit handen nemen. Omdat ook de vuilstort aan gescheiden inzameling doet, scheelt me dat heel wat kilometertjes met troep slepen.
Slim? Nou, nee. De slepende liefde van de vuilstortboys bleek iets te groot te zijn. De heren verzamelen alle ‘leuke’ spulletjes voor haar met als gevolg, dat er ook een volle aanhanger vol troep terugkomt! En troep betekent in deze, spullen waar ze in een gemiddeld ontwikkelingsland het predikaat “rijk” op plakken. Mijn kinderen hebben ondertussen een tractorstruikelpark waar een Groningse herenboer van droomt. Ik word echt knettergek van al die spullen.
Ik begrijp de positieve kant van economische groei. Het is een uitstekend middel gebleken om ons aan de haren uit de armoede te trekken en heeft de wrede grilligheid van het bestaan getemd. We hoeven niet meer vol schurft en met syfilis in de broek te bidden dat we niet verhongeren en de volgende dag zullen halen. De schurftige pauper in de plaggenhut is vervangen door Henk en Ingrid die in hun proleterige tuin-jaccuzi mijmeren over vroeger, toen alles beter was.
Echter, nu moeten we economische groei hebben, omdat anders het systeem in elkaar dondert. Het middel is doel geworden. Er wordt van ons gevraagd te consumeren, omdat we anders geen economische groei hebben. Bizar. We werken niet meer voor een beter leven, maar omdat we moeten werken. Was economische groei ooit het middel tot bestaanszekerheid en hogere inkomens, nu zijn inkomensmatiging en afbraak van de sociale zekerheden de middelen om economische groei te hebben.
Ik vraag me af of het ongebreideld najagen van economische groei niet zijn langste tijd gehad heeft in rijke samenlevingen als de onze. Het najagen van economische groei heeft iets autistisch. Een religieuze mantra op economisch gebied. Groei, groei, groei.
Alsof onderlinge competitie en een rat-race naar beneden de enige drives zijn waarop menselijke vooruitgang en geluk gestoeld kunnen zijn. Heb je als mensheid eindelijk de technische -en economische mogelijkheid de bestaansellende te ontvluchten en je te wentelen in hedonisme, lanterfanteren of doen waar je zin in hebt, weten wij niets anders te verzinnen dan meer en harder hollen. De samenleving zou juist werkloosheid en luiheid moeten nastreven. Laat de machines maar buffelen.
Ondanks dat we sinds de jaren vijftig veel rijker zijn geworden, zijn we niet veel gelukkiger geworden. Je koopt een auto, bent een dag gelukkig en daarna merk je niet meer dat er andere kleur metaal onder je kont zit. Zolang het ding maar blijft rijden.
Bovendien is het niet de gelukservaring of de individualiteit die consumptie bepaalt, maar primitief groepsgedrag. Consumptie heeft de functie van religie overgenomen en verschilt in zingeving, dwingendheid en malloterie weinig van religie.
De maatschappelijke onvrede is in de kern dan ook geen kwestie van materiele zaken als hypotheekrenteaftrek of een procentje meer of minder economische groei, maar het zijn immateriële zaken die bepalend zijn voor de onvrede.
De voormalige schurftige paupers Henk en Ingrid zijn ongelukkig en verbitterd in hun gouden kooi en willen dat iemand hun tralies doorzaagt, niet doorhebbende, dat de sleutel gewoon in het slot zit. Een onvermogen om te genieten van een prachtige diverse wereld, ze zitten fantasieloos gevangen in consumptie, ze zijn bang en afgestompt om te ontdekken en bovenal gekenmerkt door een stuitend gebrek aan enig historisch besef. Ze stemmen dan ook automutilerend.
Als je een paar dagen in het dagelijkse leven meedobbert met de “happy few” op hun decadente jachten, dan zie je een kleine en naargeestige wereld die aan elkaar hangt van siliconen en antidepressiva. De droom van de meesten is in werkelijkheid een nachtmerrie gebleken.
We zijn in een samenleving terechtgekomen, waarin alles in cijfers wordt uitgedrukt. Zelfs bij een schrikkeldag wordt berekend, wat de economische schade is. Een overheid die een essentiële publieke dienst als treinvervoer meent te kunnen sturen met een financiële prikkel van de bonus. Wat een armzalig mensbeeld.
Het lijkt het me ook onmogelijk om eeuwig te kunnen groeien als economie. Ik zie werkelijk niet in hoe we op dit aardbolletje met elk jaar meer gebruik van grondstoffen gaan overleven. De groeidoctrine drijft ons als lemmingen richting afgrond, wetende dat als je stopt of remt, de anderen over je heen zullen denderen. Als we niet oppassen, dan denderen we zo weer de Middeleeuwen in.
Frans Smeets heeft ook een camperverhuurbedrijf. De vaste donateurs aan Frontaal Naakt krijgen een korting op de totale huurprijs van vijf procent.





RSS