Waarom bepaalt de staat wanneer het leven mag stoppen?
Arjan van Bijnen

Zomaar een berichtje in de krant: ‘Verlamde Brit mag niet dood van het Hooggerechtshof’. Wat is er aan de hand? Een Britse man, die volledig verlamd is en alleen kan communiceren door met zijn ogen te knipperen, wil dood. Omdat hij niet zelf in staat is om een dodelijke hoeveelheid medicijnen in te nemen (laat staan voor de trein te springen), moet iemand hem helpen met zijn zelfdoding. In Groot-Brittannië is euthanasie strafbaar, waardoor de rechter geen toestemming wil geven om de man hulp te bieden.
De man zal tegen het besluit van het hooggerechtshof in beroep gaan. Daarover zegt hij via zijn computer: “Dit betekent voor mij nog een jaar van lichamelijk ongemak en ergernis om uit te zoeken wie mijn leven bezit: ikzelf of de overheid.”
Hoewel euthanasie in Nederland op zich niet strafbaar is, blijkt het zelfbeschikkingsrecht hier weerbarstiger dan ik dacht. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om hulp bij levensbeëindiging toelaatbaar te maken hangen niet af van de beleving van de patiënt, maar van allerlei objectieve metingen die het lijden moeten kwantificeren. Logisch, want de wetgever moet ergens een toetsbare lijn trekken, maar dit is niet altijd in het belang van de patiënt.
Mijn vader heeft vroeger altijd gezegd: ‘Als ik ooit niet meer zelfstandig kan functioneren, wil ik niet meer leven’. Door een ernstig herseninfarct is zijn gehele rechter lichaamshelft verlamd en lijdt hij aan afasie, waardoor hij nauwelijks meer kan praten of zich op een alternatieve wijze uit kan drukken en amper kan lezen. Een hel, zeker voor een man die altijd juist als spreker schitterde. Mijn vader is van een actieve participant verandert in een passieve toeschouwer van het leven, al voor zijn pensioengerechtigde leeftijd.
We willen altijd graag geïnspireerd worden door verhalen van mensen die iets heel ergs overkomt, en vervolgens uit hun ellende een nieuwe, positieve kijk op het leven krijgen. De kankerpatiënt die zijn laatste jaren ten volle benut, de zakenman die na een ongeluk eindelijk waardering krijgt voor zijn familie, de verlamde die met de hulp van een assistent een bestseller schrijft. Maar voor veel mensen, waaronder mijn vader, blijft die geestelijke transformatie uit. Natuurlijk kennen zij momenten van geluk, maar de frustratie en het uitzichtloze lijden overheersen.
Mijn vader heeft een lieve vrouw die hem op de been houdt, maar mocht zijn frustratie het definitief winnen van zijn levenslust, dan kan niemand legaal iets voor hem doen. Zijn situatie moet, bijvoorbeeld door nieuwe infarcten, zodanig verslechteren dat euthanasie geoorloofd is. Verslechtering is hier nogal een ruim begrip, wat in ieder geval niets met al dan niet zelfstandig kunnen leven te maken heeft.
Ik hoop dat we nog vele jaren met hem in relatief goede gezondheid door kunnen brengen. Wie weet kan hij mij nog zien trouwen, zal hij een nieuw kleinkind in zijn ene nog werkende arm houden en ziet hij het Nederlands Elftal nog eens een cup winnen. Maar op het moment dat hij zelfs daar niet meer van kan genieten, hoop ik dat de wet inmiddels versoepeld is. Want zelf kunnen beslissen wanneer het genoeg is geweest, dat gun je toch iedereen?
Arjan van Bijnen schrijft en onderneemt. Hij gelooft in weinig, maar vertrouwt op veel.





RSS