Schaf kunstacademies en -subsidies af
Frans Smeets

Illustratie: Phil Henderson
Toen ik Art Amsterdam bezocht en vervolgens naar buiten ging voor een wandeling door Amsterdam, bekroop me het gevoel dat er iets niet klopte. Bij een later bezoek aan een galerie in de Witte de Withstraat in de Baarsjes voelde ik dat weer. Terwijl wij, blanke vogels, met de rug naar schilderijtjes elkaar stonden te overtroeven met hip zijn, hingen aan de overkant Noord-Afrikaanse jongeren met verbazing naar ons te kijken. Alsof een nieuw diersoort hun territorium had betreden. De afstand was slechts tien meter, maar de Berlijnse muur zou gemakkelijker te beklimmen zijn.
De ‘Witte de With’ heet ‘jong en cultureel booming‘ te zijn, maar ik zag slechts culturele apartheid op de vierkante centimeter. Een totale desinteresse van de galeriebezoeker tegenover vijandigheid. Door die jongeren wordt kunst gezien als iets van de blanke heersende klasse en bovenal onbegrijpelijk. Ze weten dat de culturele invasie van de Witte de With waarschijnlijk de opmaak is van een geleidelijke volksverhuizing naar buiten de ring van Amsterdam. Het werk in de galerie was trouwens datgene wat je overal al tientallen jaren ziet.
Wie regelmatig op zoek gaat naar moderne beeldende kunst, treft in het algemeen het publiek van het succes; vanaf middelbare leeftijd, blank en geslaagd, dit alles inclusief de geadopteerde knuffelneger met bril. Grootkenners van New-York, Barcelona, Buenos Aires en andere wereldsteden, maar nog nooit in Osdorp geweest. De winnaars van de globalisering die zich een uitje gunnen in intellectuele arrogantie. En daar hoort natuurlijk ook het juiste prijskaartje en een gebouw en locatie met aanzien bij. Moderne kunst als speeltje van de heersende klasse.
Onder deze top bevindt zich een veelheid aan armlastige galeries en handelaartjes die zich gespecialiseerd heeft in het uitzoeken van het juiste kunstwerk dat òf goed past bij de kleur van de sofa, de aangelegde vijver, òf als aangeprate investering.
En dan ..De Kùnstenaar! En masse uitgepoept door de academies, waarbij meestal niet de kwaliteit, maar de kwantiteit voorop staat. Want welke onzekere puber wil er nou niet de status van kunstenaar hebben? De kunstenaarstatus als blanke bling-bling. En zo is het circus compleet.
“Kunst is, en dat behoren wij maar te begrijpen.”
Meestal wordt er echter niets begrepen van wat er aan de muren van moderne musea hangt. De dwangmatigheid van kerkelijke stilte smoort elke discussie en houdt de humor buiten de deur. Heiligheid en verhevenheid tart je immers niet, laat staan dat je er grappen over maakt. In het museum houd je je mond, net als in de kerk. Bovendien hebben we daar immers de kunstcritici voor, die ons op gezette tijden en volgens de juiste patronen onderrichten welke verhevenheid aan de onbegrepenheid ten grondslag ligt.
Mensen buiten het circus excuseren zich al bij voorbaat. Ik heb geen verstand van kunst, of Kunst interesseert me niet. Nooit is de kunst schuldig, maar altijd de toeschouwer. Een erg vreemde constructie die alleen in deze sector voorkomt. Een wazig verhaaltje over de motieven en achtergronden van de kunstenaar moet de laatste afvalligen en twijfelaars wijzen op hun eigen ongeloof. Oh ja, zo kun je het ook bekijken. Alsof je naar een slechte film gaat die goed wordt door de uitleg.
Gaat het dan ook nog over de schoonheid en het waarom van de kunsten?
Nee, dus. In werkelijkheid worden keuzes niet gedreven door de dynamiek van samenleving en tijd, schoonheid of de persoonlijke emoties van de maker, maar door geld, status en macht. Het gemaakte object is hieraan onderhevig. Het is vooral de economische waarde en de internationale status die bepalen wie de uitverkorenen mogen zijn. Het maakt dus niet uit wat getoond wordt. Als Oezbekistan nu economisch booming was, waren niet de Chinese- maar de Oezbeekse kunstenaars hot‘. Kunst volgt simpelweg het geld.
Het probleem is echter om in deze situatie je legitimiteit als drager van de moderniteit in de kunst te handhaven en om subsidiestromen te rechtvaardigen. Immers, je eigen publiek behoort tot een kleine homogene en geslaagde groep in de samenleving die geen enkele vorm van subsidie behoeftigt. Verklaart dit misschien de overtrokken behoefte om jongeren en allochtonen aan de moderne beeldende kunst te binden? In de tijd van de vergrijzing zijn zij immers slechts een kleine groep die bovendien financieel niet al te sterk is. Je hebt ze eigenlijk niet nodig. Is het om de legitimiteit van vernieuwendheid? Zelf denk ik van wel.
Vaak zijn de uitingen om jongeren te trekken stuitend te noemen, zoals een Andy Warhol Lounge Party alleen de naam al. Het is erg triest om te zien hoe oudjes geforceerd hip gaan doen bij een kunstenaar uit hun’ tijd. Terwijl de gespierde neger met peniskoker voorbij huppelt (hoe gênant), zitten de sponsoren, netwerkers en iedereen die een belang heeft speels geshockeerd te zijn. Waarschijnlijk denken de jongeren: Wat een sukkels en gelijk hebben ze. En natuurlijk zijn ze er als je een party organiseert. Maar wat schiet je er als museum artistiek nou eigenlijk mee op, behalve jezelf geforceerd een dienst te bewijzen?
Ook het aandringen van de kunstwereld op onderwijs vind ik erg betuttelend. Ze begrijpen het niet, dus moeten we ze het leren. De heilige kunstenaar en zijn object zijn wederom onschuldig. Ouders vinden het natuurlijk prachtig dat hun kind in plaats van handvaardigheid nu kunstonderwijs krijgt. Want, misschien schopt hun kroost het zelfs tot ‘Kùnstenaar’. En als ze het dan nog steeds niet willen begrijpen, worden ze er wel met de haren bijgesleept door allerlei gemeentelijke convenanten en schooluitjes. De kunstenaar bewijst zijn maatschappelijke nut, de ouders worden gestreeld in de gewichtigheid van hun kroost, de musea krikken hun bezoekersaantallen kunstmatig op en de politiek kan haar subsidies rechtvaardigen. Iedereen tevreden.
Behalve de geforceerde zoektocht naar jong en hip zie je ook een overdreven hang naar het internationale. De kunstwereld heeft zich gedienstig en gewillig laten opnemen in de nieuwe machtsorde van de globalisering. Daarmee is zij echter ook een onderdeel van deze wereld geworden. Een artistieke multinational dat zich als een hitsig hondje tegen het bedrijfsleven aanschuurt. Je kunt geen musea meer bezoeken of ze worden mogelijk gemaakt door de businessclubs en de ABN/AMRO-, Fortis- en Rabobanken van deze wereld. Natuurlijk zullen musea altijd zeggen dat dit geen invloed heeft op de gemaakte keuzes. Maar dit is een farce. Alsof de nieuwe omarmde wereld geen ideologie en taboes herbergt. Keuzes worden afgevlakt, omdat er belangen te dienen zijn. Niet het object, maar de internationale status van de kunstenaar lees musea is bepalend voor de artistieke keuzes die gemaakt worden. Immers, hiermee hangen ook de geldstromen samen.
Er wordt zeker geprobeerd hedendaagse items op te pakken. Een voorbeeld hiervan is de expositie Genesis over wetenschap en kunst in het Centraal Museum in Utrecht. Een fantastisch onderwerp dat blijft steken in de keuzes van het museum. Bezoekers krijgen dan onder andere de ‘wereldkippen’ (cosmopolitan chicken project) van de Belgische kunstenaar Koen van Mechelen te zien. Kippen die in ‘scharrelende onschuld’ vragen moeten oproepen over ‘de moraal van genetische manipulatie, globalisering en multiculturaliteit’. Het blijft ‘o ja’-kunst. Het onderwerp raakt, maar het werk zelf is van het bekende gaapniveau, al zal in de museale stilte niemand dit direct zeggen.
De mensen van de overkant in de Witte de With bij uitstek producten van globalisering en multiculturaliteit – komen echt niet naar een gekruiste kip kijken. Het staat te ver af van hun leefwereld en bovendien vinden ze het waarschijnlijk dom. De gekruiste kip staat dan ook meer symbool voor de kunstenaar en de kleine geglobaliseerde wereld waarin hij zelf vertoeft; een omheinde kippenren waar alle uitverkoren rashennetjes van over de hele wereld mogen komen kakelen naar de rest van de wereld.
Kunst die gedragen wil worden door de omgeving waarin zij zich toont zou bereid moeten zijn deze omgeving ook toe te laten in haar keuzes. Ik propageer daarbij niet voor een democratisering of popularisering van de kunst, maar voor een dynamiek die de curatoren, musea, galeries en kunstenaars zal dwingen om naar buiten te treden, de samenleving in te gaan en zich bovenal kwetsbaar op te stellen. Om dit te bewerkstelligen zijn een aantal veranderingen nodig zoals het beëindigen van subsidies en de afschaffing van de academies. Het overgrote merendeel van de kapitaalkrachtige bezoekers kan de entreekaartjes makkelijk zelf betalen. Het zou de museum veel meer dwingen om een keuze te maken tussen het zijn van een artistieke multinational of een museum dat uiting wil geven aan de wereld om haar heen.
De afschaffing van de academies zal een positieve wending geven aan de kwaliteit van hedendaagse kunst. Het zou de kunstenaar dwingen naar buiten te treden in plaats van zijn ontwikkeling te staven binnen de eigen homogene groep. Het zal tot kunst leiden die niet ge(mis)bruikt wordt ter ere en glorie van de maker zelve, maar kunst die in bescheidenheid en oprechtheid uiting wil geven aan de wereld om haar heen. De kunstenaar kan zich niet meer verschuilen achter zijn diploma, maar moet aangeven waarom hij pretendeert kunstenaar te zijn.
Als laatste pleit ik voor een andere houding van het publiek ten aanzien van moderne kunst. Ga de discussie aan, want kunst is niet heilig. Laat je niet wegdrukken in de museale stilte of wegzetten als onwetende. Neem desnoods een tomaat mee of pimp dat grote beeld op die rotonde bij je in de buurt. Een kritisch en assertief publiek is noodzakelijk voor een levende kunstwereld. Het is uiteindelijk alleen de toeschouwer die de stilte kan verdrijven.
Frans Smeets, zelf kunstenaar, heeft dit voortreffelijke beeld van Bono gemaakt.





RSS