Pesten
Loor

Foto: UrbaNudismo
Naast het alom bekende Oud-Hollandsch Pesten op het Schoolplein, bestaat er – sinds het toenemend gebruik van internet en mobiele telefoons door jonge kinderen – ook het veel dreigender klinkende Cyberpesten. Het gepeste kind anno nu is nergens meer veilig, zo blijkt uit de talrijke persberichten over dit onderwerp. Hulplijnen, meldpunten en voorlichtingsfolders zijn inmiddels in het leven geroepen om kinderen weerbaarder te maken, en ook de Tweede Kamer dringt aan op het streng bestrijden van het toenemende pest- en intimideergedrag onder scholieren.
Dat dit onderwerp altijd mijn aandacht trekt, komt omdat ook ik als kind regelmatig werd gepest. Zo was ik, om te beginnen, het enige donkerharige meisje met zwarte ogen tussen mijn overwegend blonde Aerdenhoutse klasgenootjes. Samen met mijn joodse achtergrond betekende dit dat ik elk jaar met een theedoek om mijn hoofd ‘Maria’ moest uitbeelden tijdens de Kerstviering, daarbij vergezeld door een eveneens ge-theedoekte ‘Jozef’ – het meest onooglijke joodse jongetje uit mijn klas. Met dit soort stigmatiserende acties zou een schoolleiding in 2008 niet meer wegkomen, maar vooruit.
Ook duurde het nogal totdat ik ‘in mijn velletje was gegroeid’, wat betekende dat ik op mijn negende reeds twee koppen groter was dan de rest van mijn leeftijdgenootjes. Bovendien moest ik toen al een heuse bh dragen, wegens het zeer vroegtijdig hebben van een pronte B-cup. Dramatisch, als je nog touwtje wil springen en al helemaal niet op wil vallen. Gymles werd dan ook een hel voor ondergetekende, want niet zelden werd ik in koor nagejoeld als ik tijdens het bokspringen dapper op de bok af rende, gehuld in het allerwijdste T-shirt dat ik vinden kon. En dan was er ook nog de teamverdeling, waarbij wij als kinderen op volgorde van lengte naast elkaar moesten staan. Natuurlijk stond ik helemaal aan het eind van die rij heel erg lang en verlegen met mijn lichaam te zijn, maar geen gymleraar die daar acht op sloeg. En geen kind dat mij in zijn of haar team wilde hebben.
“Chronische maagklachten!” sprak mijn moeder gedecideerd tegen het schoolhoofd, toen ze mij in de vijfde klas voorgoed van die nachtmerrie-achtige gymlessen verloste. Helemaal onwaar was dit smoesje niet. Die ‘vrije’ uren besteedde ik aan huiswerk maken en slim en gedisciplineerd worden, want ik zou in de toekomst mijn freakshow-achtige verschijning beslist moeten compenseren, zoveel was mij duidelijk. Wist ik veel dat ik op mijn veertiende ineens de perfecte maten, vormen en lengte zou hebben, en dat ik weer een jaar later een van de populairste meisjes van de middelbare school zou worden.
Maar het leed was al geleden, en ik ben die lagere schoolperiode nooit helemaal vergeten. En er is geen reünie die voorgoed het arrogante hoongedrag van mijn klasgenoten kan wegnemen. Zelfs niet als ik daar de o zo gewilde en geliefde meisjes van toen tref, die nu in onzeker kijkende dikke moekes en grijze muizen zijn veranderd.
Toch ben ik blij dat ik niet in deze tijd het kind van toen ben. Met een internetverbinding, mobiele telefoon en de daarbij behorende virtuele verwensingen van meedogenloze leeftijdgenoten na schooltijd. Kinderen van nu trekken de schooldeur niet zomaar meer achter zich dicht, zoals ik destijds. Daarbij de pestkoppen voor even achter zich latend en zich veilig wetend.
Laten we hopen dat we nog op tijd zijn om onze steeds schaamtelozer wordende koters de mores van bescheidener tijden bij te brengen. Maar sinds de scholierenruzies met dodelijke afloop van eind vorig jaar vrees ik het ergste. The worst is yet to come.

Schoolfoto (1974) van Loor en haar pesterige klasgenootjes. Eens zien of u haar vinden kunt. En ‘Jozef’, in zijn blauw-wit gestreepte trui.
Loor (1967) heeft sinds kort haar eigen webstek, Loor schrijft!





RSS