Frontaal
Naakt
15 augustus 2008

Japan

Peter Breedveld

ubnudismo23 (28k image)
Foto: UrbaNudismo

Poepen is op zich al erg lekker, maar in Japan is het zelfs een beetje op vakantie gaan. De graad van beschaving toont zich in de wc’s van een land en die in Japan zijn spectaculaire staaltjes van een zeer hoogstaande cultuur. Na het deponeren van de grote boodschap schuift er vanachter uit de pot een sproeiertje tot precies onder je aars, die vervolgens wordt schoongesproeid met een krachtig straaltje lauw-warm water. Je kunt ook je hele onderkant een volautomatische wasbeurt geven. Zo kom je heerlijk fris weer van het toilet.

Waarom heeft eigenlijk niet de hele westerse beschaving wc’s als die in Japan? Het zou een fundamenteel mensenrecht moeten zijn. Hoe Middeleeuws is het toch, om minutenlang twintig centimeter boven je eigen bolus te blijven hangen (waarom moet die eigenlijk per se op een plateau liggen, alvorens te worden weggespoeld? In Japan komt alles meteen in het water terecht, zodat er geen poepstrepen in de pot achterblijven) terwijl je je kont afveegt met broze stukjes papier. Daar wordt-ie nooit goed schoon van en dat is de reden dat ik alléén ’s morgens poep, vóór het douchen. Als ik midden op de dag moet, voel ik me de rest van de dag heel erg vies als ik me niet meteen daarna kan wassen.

Dat van die Japanse wc’s had ik twintig jaar geleden al van mensen gehoord, maar verder is alles, wat me ooit over Japan is verteld, grote lariekoek. Dat Japanners onvriendelijk zijn tegen buitenlanders, bijvoorbeeld, en dat hun boog altijd gespannen staat. Onzin. Japanners zijn uiterst ontspannen, gastvrije, vrolijke mensen. Heel tolerant ook. In Japan kun je volledig jezelf zijn, niemand staart naar je.

Japan is ook helemaal niet het duurste land ter wereld, no way. Japan is juist spotgoedkoop. Ik zag in een fruitstalletje de meloenen van 36 euro wel liggen, maar eten is in Japan toch aanzienlijk goedkoper dan in Nederland. Voor vijf euro koop je in de winkel een grote bak met de lekkerste sushi. Mij lukt het niet eens voor die prijs behoorlijk te lunchen in de mensa van de Vrije Universiteit. Ook restaurants zijn in Japan zeer betaalbaar. En we hebben ons in Kyoto en Tokyo steeds per taxi verplaatst. Kost maar een paar euro per rit, het is heerlijk koel (de Japanse zomers zijn heet en vochtig) en je ziet vanuit een taxi meer dan vanuit de metro. Boeken en strips kosten in Japan bijna niks, ik geloof vanwege de astronomisch hoge oplages, want alle Japanners lezen als gekken.

Japan is, kortom, het ideale vakantieland, al moet ik er eigenlijk bij zeggen dat de zomer niet ideaal is om te gaan. De drukkende hitte is soms bijna ondraaglijk en je kan zomaar ineens worden verrast door een tropische regenbui. Maar Japan heeft enorm veel te bieden. Cultuur, gemoedelijke gezelligheid, vertier, stijl en het is een paradijs voor culinaire avonturiers. Zelfs de lunch in de shinkansen (de hogesnelheidstrein) van Kyoto naar Tokyo was een genotsvolle belevenis, met een bento vol rare lekkernijen in aparte vakjes (stukjes vis en vlees op rijst, een inktvisje, een omeletje, ingelegde groenten, onidentificeerbare objecten) en we hebben, gezeten op tatamimatten in een meer dan honderd jaar oud, houten gebouw – één van de weinige die de aardbeving van 1922 hebben overleefd – gesmuld van Japanse heerlijkheden aan houten satéstokjes, bijvoorbeeld kleine gegrilde eenhapskrabbetjes, die je met schaal en al oppeuzelt.

De vriendelijke beleefdheid van de Japanners is een verademing, vooral als je uit het koninkrijk van de botte horkerigheid komt. Ik werd wel een beetje lacherig in de drukke warenhuizen in Tokyo, waar de verkoopsters iedere passant begroeten met een buiging en een zangerig ‘Irrashaimasèèè‘. In Tokyo kun je trouwens alles kopen. Echt alles. Ik ben doorgaans niet zo koperig, maar in Japan ben ik een beetje losgegaan. Dat komt omdat alles in Japan zo kawaii is, schattig, cute, van de meisjes en vrouwen in hun school- en werkuniformen en hun zangerige kleine meisjesstemmetjes tot de stripfiguurtjes op de verpakkingen, met hun grote, onschuldige ogen die je smekend aankijken: ‘Vind je mij niet leuk? Koop me! Koop me!’ De traditionele zoetigheden, wagashi – en we hebben het hier over een traditie van, met gemak, minstens 1500 jaar oud – zien er onweerstaanbaar uit, al gaat het om stopverfachtige deegballen met vullingen op basis van bonenpasta en groene thee, die je nauwelijks wegkrijgt. Ik moet het allemaal hebben, dus ik heb veel manga (over wijn!), action figures en beeldjes van manga– en animefiguren en snoep gekocht. Heel veel snoep. En saké, ik ben dol op saké, maar die heb ik moeten achterlaten op het vliegveld van Hongkong vanwege teveel bagage.

In een speelhal met van die automaten met grijparmen, waar we veel teveel tijd hebben doorgebracht en veel teveel yen verspeeld, scoorden we een grote verzameling tamelijk bizarre knuffels (onder andere een schattig beertje met scherpe klauwen en bloedvlekken op zijn kop en lijf, en een bruine Minnie Mouse in kimono) en een enorme pot lollies. Tijdens het spelen werden we aangemoedigd door Japanse tieners, die steeds erg blij voor ons waren als we weer zo’n beest wonnen. Veel jongeren gaan trouwens uit in traditionele Japanse klederdracht.

Ik heb in 1996 mijn doctoraaldiploma Japanse taal en cultuur gehaald, maar het leven nam zijn loop en ik was nog nooit eerder in Japan geweest. Ik heb ook nooit meer iets met mijn Japans gedaan. Na 12 jaar lukt het lezen me alleen met de grootste moeite, maar het spreken ging aanzienlijk beter dan ik had gevreesd, en de Japankoorts, die me indertijd flink te pakken had, is weer helemaal terug. Japan is nog opwindender dan ik al dacht, leuker dan Spanje zelfs, mijn lievelingsland. De komende tijd ga ik mijn taalkennis oppoetsen, veel manga lezen en veel Japanse films kijken. Ik wil er zo snel mogelijk weer naartoe.

In de volgende aflevering: Hongkong!