Huisartsen krijgen onredelijk veel taken in hun maag gesplitst
Hedwig Vos

Illustratie: Julian Mandel
De werkdruk van huisartsen is riskant hoog, meldden verschillende media begin deze maand. Bron was dit artikel in artsenweekblad Medisch Contact. Daaruit blijkt dat ruim zeventig procent van de huisartsen last heeft van stress vanwege de vele administratieve handelingen die ze moeten verrichten, door de avond-, nacht- en weekenddiensten en doordat artsen te weinig tijd hebben voor hun patiënten.
Nu is de huisarts, net als de onderwijzer, een soort vergaarbak van al die maatschappelijke problemen waar de samenleving zelf geen verantwoordelijkheid voor kan of wil nemen.
Ernstig psychiatrische patiënten
De onderwijzer moet steeds meer opvoedtaken op zich nemen en van alles en nog wat signaleren. De huisarts mag briefjes schrijven voor mensen die een nieuwe woning nodig hebben (daartoe is de huisarts niet bevoegd, maar de woningcorporaties blijven mensen toch naar hem doorverwijzen) en verklaringen schrijven dat mensen best een opleiding kunnen volgen om uit de bijstand te komen (heeft de huisarts evenmin de bevoegdheid voor, maar dat weet de gemeente blijkbaar niet).
De huisarts mag kiespijn behandelen omdat de tandarts niet in het basispakket zit, ernstig psychiatrische patiënten behandelen die bij de GGZ worden weggestuurd met de mededeling: “U weet toch wel dat u een eigen bijdrage van tweehonderd euro moet betalen, toch? O, u wilt dat niet? Nou, doei!”, en thuiszorg aanvragen omdat de familie dat niet kan.
Eigen verantwoordelijkheid
De huisarts mag gesprekken voeren met mensen die geen woord Nederlands spreken maar geen tolk kunnen betalen, nu de tolkentelefoon wegbezuinigd is omdat communicatie de ‘eigen verantwoordelijkheid’ is van de patiënt (terwijl de arts wettelijk verantwoordelijk is voor de communicatie en tuchtrechtelijk aansprakelijk is als er een fout gemaakt wordt door de gebrekkige communicatie), visites rijden omdat de patiënt best mobiel is maar niet over vervoer beschikt en wel dezelfde dag gezien moet worden en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Laat mij de gemiddelde werkdag in mijn eigen huisartsenpraktijk eens met u doornemen. Mijn werkdag begint om half acht ’s ochtends. Dan lees ik de post van de afgelopen avond en nacht. Dat zijn brieven van de huisartsenpost, de spoedeisende hulp en uitslagen van bloedonderzoek. En ook brieven van specialisten uit het ziekenhuis om mij op de hoogte te brengen van door mij verwezen patiënten.
Visites rijden
Om acht uur begint het spreekuur. Elke tien minuten een patiënt, vijf per uur, maar vaak meer. Want mensen komen bijvoorbeeld met z’n tweeën binnen en blijken dan beiden een vraag te hebben, terwijl ze een afspraak voor één persoon hadden.
Het spreekuur duurt tot half elf en daarna komen er eventueel nog wat spoedconsulten bij, en anders kan ik meteen het ochtendspreekuur uitwerken en nabespreken met mijn assistente. Dat betekent verwijsbrieven schrijven en telefonisch overleggen met bijvoorbeeld een specialist in het ziekenhuis.
Dat duurt ongeveer een uur. Dan ga ik visites rijden en ben dan meestal tussen twaalf en half een terug in de praktijk. Met een paar boterhammen neem ik plaats achter de computer om de post te lezen die in de ochtend is binnengekomen en om e-mails te checken.
Spiraal inbrengen
Om één uur begint het telefonisch spreekuur. Ik bel mensen terug die hebben aangegeven mij te willen spreken. Om half twee begint het middagspreekuur, meestal tot half vier uur. Dan vaak nog een chirurgische ingreep of een spiraal inbrengen en dan is om vier uur alles klaar voor wat betreft de directe patiëntenzorg. Soms nog een visite en anders meteen weer alles uitwerken. Weer verwijsbrieven schrijven, lezen, brieven beantwoorden en mensen terugbellen en overleggen en nabespreken met mijn assistente en als er een co-assistent is dan nog een onderwijsgesprek voeren.
Om vijf uur kan ik mijn spoedlijn uitzetten (de huisarts houdt er naast het spreekuur ook nog een mini 112-dienst op na, de spoedlijn moet binnen dertig seconden opgenomen worden op straffe van een hoge boete) en meestal kan ik tussen half zes en zes uur naar huis. Soms later.
Ingegroeide teennagel
De stress zit denk ik niet eens in de lange werkdag. Het is meer het onverwachte, het rommelige, het alles tussendoor, de oneigenlijke hulpvragen. Soms start ik ’s morgens al met een vol spreekuur. Terwijl ik weet dat er veel mensen dezelfde dag nog gezien moeten worden. Die komen er dan bij.
Soms is er een lastig probleem, een demente persoon die allerlei zorg nodig heeft maar die dat weigert. Of een melding bij het AMK. Het zijn eigenlijk nooit de echt zieke mensen die stress geven. Het is meer de druk die ontstaat als er een probleem bij mij wordt neergelegd dat ik niet kan oplossen. Omdat ik daar niet voor ben opgeleid (bijvoorbeeld een ernstige psychiatrisch probleem of een tandheelkundig probleem), omdat ik er niets aan kan veranderen (bijvoorbeeld lekkage in een woning, burenruzies, overlast, problemen met de werkgever) of omdat ik er in principe geen tijd voor heb (langdurige gesprekken, een ingegroeide teennagel op de eerste dag na een vakantie, een kennismakingsgesprek van een uur, sommige mensen vragen daar echt om).
Zorgvragen lijken oneindig
Niet dat ik die problemen niet wíl oplossen, want dat probeer ik altijd. Maar de zorgvragen lijken oneindig. Ik werk met mijn collega samen vijf dagen, dus ieder tweeënhalve dag. Maar ik maak gemakkelijk dertig uur per week met nascholingen, vergaderingen, ad hoc overleg op niet-werkdagen en avond-, nacht- en weekenddiensten. De rest van mijn tijd besteed ik aan mijn promotieonderzoek, bestuurlijke activiteiten en mijn kinderen (en waarom heb ik toch altijd de neiging om dat uit te leggen?).
Maar als we beiden vijf dagen zouden werken, zouden onze spreekuren ook vol zitten. We besteden nu bijna zestig uur per week aan 1700 patiënten. De gemiddelde huisarts werkt iets meer dan vijftig uur voor 2350 patiënten.
Zelfmoord plegen
Dus ben ik gestrest? Soms wel ja. Maar vaak ook niet. Is dat abnormaal? Nee, lijkt me niet. Ik neem aan dat iedereen wel eens gestrest is door het werk. En ik zit, zoals dat heet, in het spitsuur van mijn leven.
Geeft het werk van een huisarts meer stress? Dat weet ik niet. Ik weet wel dat wij veel op ons bord krijgen dat daar niet hoort en dat doorverwijzen lastig is omdat je dan iemand laat vallen. En dat er weinig meer bij kan qua taken. En dat de meest lastige taken, die wij hebben, niet of nauwelijks vergoed worden.
Ik heb wel eens drie kwartier met een patiënt aan de telefoon gezeten om diegene ervan te weerhouden zelfmoord te plegen. Daar mocht ik vier euro en vijftig cent voor declareren die niet eens werd uitbetaald door de zorgverzekeraar omdat ik die dag al een telefonisch consult van diezelfde patiënt had gedeclareerd.
Er is ook waardering
Maar weet je, er is ook waardering. En dan is alle stress meteen verdwenen. Die ene patiënt die vorige week aan het eind van de ochtend zei: “Dokter, ik hoorde dat huisartsen zoveel stress hebben. Gaat het wel goed met ú?”. Of die andere patiënte, die helemaal blij was met een chirurgisch ingreepje dat ik bij haar deed en heel dankbaar was. Of de bos bloemen die ik soms krijg van een blije patiënt. Dat maakt dan mijn hele dag goed. Dus ik denk dat ik nog wel even door kan.
Hedwig Vos is huisarts, promovendus, moeder, chocoholic en PvdA’er. Volg haar op Twitter.





RSS